Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #1749

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

1749. Dat de woorden ‘zo ik iets dat het uwe is, neme’ betekenen, dat niets dergelijks bij de hemelse liefde is, dit kan hieruit blijken, dat Abram had gezegd, dat hij niets van de koning van Sodom wilde aannemen. Abram beeldde de Heer uit, nu als overwinnaar, dus de dingen die tot de hemelse liefde behoorden, welke Hij zich door overwinningen verworven had; en de koning van Sodom beeldde het boze en valse uit, waarvan niets bij de Heer als overwinnaar of bij de hemelse liefde is. Wat hieronder in de innerlijke zin wordt verstaan, kan niet uitkomen, wanneer men niet weet, hoe het hiermee in het andere leven gesteld is.

Bij de boze en helse geesten regeert de eigenliefde en de liefde tot de wereld; vandaar verkeren zij in de mening, dat zij de goden van het heelal zijn en heel wat kunnen; wanneer zij overwonnen zijn, blijft toch, hoewel zij bemerken dat zij in het geheel niets vermogen, de mening over hun macht en heerschappij bestaan en zij verbeelden zich dat zij heel wat kunnen bijdragen tot de macht en de heerschappij van de Heer; daarom bieden zij ook, om mede te kunnen regeren, bij de goede geesten hun diensten aan; maar daar niets dan het boze en het valse, waarmee zij menen iets te kunnen uitrichten, terwijl bij de Heer of bij de hemelse liefde niets dan het goede en het ware is, wordt hier de koning van Sodom, door wie zulke fantasieën worden uitgebeeld, geantwoord, dat er niets dergelijke bij de Heer is, of dat de Heer geen macht aan het boze en valse ontleent. De heerschappij vanuit het boze en valse is geheel tegenovergesteld aan de heerschappij vanuit het goede en ware. De heerschappij vanuit het boze en valse is allen tot slaven te willen maken; de heerschappij vanuit het goede en ware is allen vrij te willen maken; de heerschappij vanuit het boze en valse is allen te verderven, daarentegen is de heerschappij vanuit het goede en ware allen te redden. Hieruit blijkt, dat de heerschappij vanuit het boze en valse van de duivel is, maar de heerschappij vanuit het goede en ware van de Heer. Dat het volslagen aan elkaar tegengestelde heerschappijen zijn, kan blijken uit de woorden van de Heer bij ‘dat een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is ten onder gaat’, (Mattheüs 12:24-30);

en ‘dat niemand twee heren kan dienen’, (Mattheüs 6:24; Lukas 16:13).

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl