Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #1683

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

1683. Dat de woorden ‘zij stelden tegen hen slagorden’ betekenen dat zij aanvielen, dit blijkt uit de betekenis van slagorden stellen, namelijk bevechten, want dat zij in opstand waren gekomen, wordt eerder in het derde vers gezegd. Het blijkt ook duidelijk hieruit, namelijk dat het de boze geesten zijn die aanvallen, want het is hiermee als volgt gesteld: de Heer is nooit met enige hel de strijd begonnen, maar de hellen hebben Hem aangevallen; zoals dit ook bij ieder mens gebeurt die in verzoeking is, of in de strijd tegen de boze geesten. Nooit vallen bij hem de engelen aan, maar altijd en voortdurend de boze of helse geesten. De engelen weren alleen af en verdedigen; dit komt van de Heer, die nooit iemand, ook al was het de allerergste en vijandigste mens, het boze wil aandoen of hem in de hel neerstorten; maar het is de mens zelf die zich het boze aandoet en zich in de hel stort. Dit volgt ook uit de natuur van het boze en uit de natuur van het goede; de natuur van het boze bestaat hierin eenieder te willen tergen; de natuur van het goede bestaat hierin niemand te willen tergen. De bozen zijn in hun eigenlijke leven, wanneer zij aanvallen, want zij begeren voortdurend te verderven; de goeden zijn in hun eigenlijke leven, wanneer zij niemand aanvallen en wanneer zij van nut kunnen zijn door anderen tegen de bozen te verdedigen.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl