Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #1399

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

1399. Iedere geest heeft gemeenschap met de innerlijke en met de binnenste hemel, wat hij helemaal niet weet; zonder deze gemeenschap zou hij niet kunnen leven. Van welke aard hij innerlijk is, weten de engelen, die in de innerlijke dingen zijn, en hij wordt ook door middel van deze engelen door de Heer geregeerd; zo bestaan er mededelingen van zijn innerlijke dingen in de wereld van de geesten. Door de innerlijke mededelingen wordt hij geschikt gemaakt voor een zeker nut, waarheen hij geleid wordt zonder dat hij het weet. Zo is het ook met de mens gesteld; ook hij heeft door engelen gemeenschap met de hemel, wat hij helemaal niet weet, want zonder die gemeenschap zou hij niet kunnen leven; de dingen die daarvandaan in zijn gedachten vloeien, zijn alleen de laatste uitwerkingen; daaruit komt geheel zijn leven voort, en daaruit wordt geheel het streven van zijn leven geregeerd.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl