Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #37

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

37. Er wordt gezegd dat de lichten zullen zijn als tekenen, en tot gezette tijden, en tot dagen en tot jaren. Dit bevat meer verborgenheden dan thans gezegd kan worden, hoewel in de letterlijke zin niets verborgens lijkt gelegen; hier alleen dit, dat er in het algemeen en in het bijzonder wisselingen bestaan in geestelijke en hemelse dingen, die met de wisselingen van dagen en jaren vergeleken worden; die van de dagen zijn van de morgen tot de middag, daarna tot de avond, en door de nacht tot de morgen; die van de jaren zijn ook van dien aard, van de lente tot de zomer, dan tot de herfst, en door de winter tot de lente; vandaar de wisselingen van warmte en licht, alsook die van de bevruchtingen van de aarde. Hiermee worden de wisselingen van de geestelijke en hemelse dingen vergeleken. Het leven zonder wisselingen en zonder veranderingen zou eentonig en dus geen leven zijn; ook zou men het goede en het ware niet weten noch onderscheiden, en nog minder gewaar worden. Zij worden bij de profeten ordeningen genoemd, zoals bij Jeremia:

‘Zo zegt Jehovah, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht in de nacht. Deze ordeningen zullen van Mijn aangezicht niet wijken’, (Jeremia 31:35, 36). En bij dezelfde profeet:

‘Zo zegt Jehovah: Indien Ik Mijn verbond over de dag en de nacht, de verordeningen van hemel en aarde, niet heb vastgesteld’, (Jeremia 33:25). Maar hierover uit de Goddelijke barmhartigheid van de Heer, bij, (Genesis 8:22).

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl