Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #7272

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

7272. En ik zal verharden farao’s hart; dat dit de halsstarrigheid betekent van de zijde van het boze en het valse, staat vast uit de betekenis van verharden, namelijk de halsstarrigheid; dat het is van de zijde van het boze en valse, wordt aangeduid met het hart van farao; met het hart immers wordt in de echte zin het goede aangeduid dat van de hemelse liefde is, nrs. 3313, 3887, 3889; vandaar is het in de tegengestelde zin het helse boze; dat het het boze van het valse is, komt omdat door farao diegenen worden uitgebeeld die in het valse zijn.

Het boze van het valse is het boze dat zijn oorsprong ontleent aan de beginselen van het valse; zoals bijvoorbeeld, dat men zou worden geheiligd door uitwendige handelingen, zoals bij de Israëlieten en de Joden, door: de slachtoffers, wassingen, besprenkelen met bloed en dat men niet zou worden geheiligd door naastenliefde en geloof en dat men zo heilig was, hoewel men leefde in: haatgevoelens, wraaknemingen, plunderingen, wreedheden en soortgelijke boosheden; het zijn deze zaken die het boze van het valse worden genoemd, omdat zij de oorsprong aan de beginselen van het valse ontlenen.

Nog een voorbeeld: hij die gelooft dat het geloof-alleen zaligt en dat de werken van de naastenliefde niets tot het heil toedoen; en verder eveneens hij die gelooft dat hij ook in het laatste uur van de dood wordt gezaligd, onverschillig hoedanig hij de gehele loop van zijn leven had geleefd en volgens die beginselen zonder enige naastenliefde leeft, in verachting van anderen, in vijandigheid en haat jegens al wie hem niet vereert, in wraakgierigheid, in de begeerte om anderen van hun goederen te beroven, in onbarmhartigheid, in geslepenheid, in listigheid; deze boosheden zijn eveneens de boosheden van het valse, omdat diegene zich uit het valse overreed, hetzij dat het geen kwaad kan, hetzij dat zij, als het al boosheden waren, toch worden afgewist, als hij maar vóór het uitblazen van de laatste adem uit schijnbaar vertrouwen de bemiddeling van de Heer zou belijden en de afwassing van de zonden door Zijn lijden aan het kruis.

Nog een ander voorbeeld: degenen die met een smeekbede tot overleden mensen gaan en als heiligen vereren en zo aanbidden, ook hun beelden; het boze van zo’n eredienst is het boze van het valse.

Degenen die het boze van het valse bedrijven, geloven allen dat dat het valse het ware is en dus dat het boze òf niet boos is, òf niet verdoemt.

Eender zij die geloven dat zonden door mensen kunnen worden vergeven; en verder zij die geloven dat zij in de hemel kunnen worden binnengeleid, onverschillig in welke zonden zij ook geweest zijn, dat wil zeggen, in onverschillig hoedanige geestelijke stank en rottingslucht.

In één woord, er zijn evenzovele boosheden van het valse als er valsheden van geloof en eredienst zijn.

Deze boosheden verdoemen, maar niet in die mate als de boosheden die hun oorsprong hebben vanuit het boze; dit kwaad uit de oorsprong van het kwaad zijn die welke oprijzen uit de begeerte van de zelfliefde en de wereldliefde.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl