Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #9094

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

9094. En ook de dode zullen zij verdelen; dat dit betekent ook de kwetsende aandoening, staat vast uit de betekenis van het dode, dus het boze en het valse, nr. 9008; vandaar wordt met de dode os de aandoening van het boze en het valse in het natuurlijke aangeduid, dus de kwetsende aandoening, want het boze kwetst door het valse; en uit de betekenis van verdelen, dus verstrooien, nr. 9093.

Hoe het is gesteld met de dingen die in dit vers in de innerlijke zin zijn bevat, kan bezwaarlijk begrijpelijk worden ontvouwd; het zijn zulke dingen die door de engelen kunnen worden begrepen en slechts enigermate door de mens; want de engelen zien de verborgenheden van het Woord in het licht dat uit de Heer is, waarin zich ontelbare dingen zichtbaar vertonen, die niet vallen in de woorden van de spraak en zelfs niet in de denkbeelden bij de mensen zolang zij in het lichaam leven.

De oorzaak hiervan is, dat bij de mensen het licht van de hemel invloeit in het licht van de wereld en zo in zulke dingen daar die het licht van de hemel ofwel uitblussen, òf verwerpen, òf verduisteren en zo verzwakken.

De zorgen van de wereld en van het lichaam zijn zodanig, vooral die welke uit de liefden van de wereld en van het lichaam vloeien; vandaar komt het, dat de dingen die van de wijsheid van de engelen zijn voor het merendeel onuitsprekelijk zijn en ook onbegrijpelijk.

Niettemin komt de mens in zo’n wijsheid na het afwerpen van het lichaam, dat wil zeggen, na de dood, maar alleen deze mens die het leven van het geloof en van de naastenliefde uit de Heer in de wereld had opgenomen; want het vermogen van die wijsheid op te nemen is in het goede van het geloof en van de naastenliefde.

Dat het onuitsprekelijke dingen zijn die de engelen in het licht van de hemel zien en denken, is mij door veel ondervinding ook te weten gegeven, want toen ik in dat licht was opgeheven, scheen het mij toe al de woorden te verstaan die de engelen daar spraken, maar toen ik van daar in het licht van de uiterlijke of natuurlijke mens was neergelaten en in dit licht mij de dingen wilde herinneren die ik daar gehoord had, kon ik die niet met woorden uitdrukken en zelfs niet met denkbeelden begrijpen, dan alleen een paar en deze weinige ook in het duister; waaruit blijkt, dat wat in de hemel wordt gezien en gehoord, zodanig is dat nooit een oog heeft gezien, noch een oor heeft gehoord.

Zulke dingen zijn het die in de innerlijke zin van het Woord in het binnenste schuilen.

Eender is het gesteld met die teksten die in de innerlijke zin in dit vers en in het volgende zijn bevat.

De woorden die daar staan en begrijpelijk kunnen worden ontvouwd, zijn de volgende: alle waarheden bij de mens hebben het leven uit de aandoeningen die van enige liefde zijn; een ware zonder het leven daaruit, is zoals een klank die van de mond uitvloeit zonder idee of zoals de klank van een apparaat; daaruit blijkt, dat het leven van het verstand van de mens is uit het leven van zijn wil, dus dat het leven van het ware is vanuit het leven van het goede; want het ware heeft betrekking op het verstand en het goede op de wil; indien er dus twee waarheden zijn die niet leven uit eenzelfde gezamenlijke aandoening, maar uit uiteenlopende, dan kunnen die niet anders dan verstrooid worden, want zij botsen onderling; en wanneer waarheden worden verstrooid, worden ook de aandoeningen ervan verstrooid; het is immers de gezamenlijke aandoening waaronder alle waarheden bij de mens worden vergezelschapt; die gezamenlijke aandoening is het goede.

Dit kan worden gezegd over de dingen die in de innerlijke zin worden aangeduid met de ossen van twee mannen, waarvan de een de ander een slag toebrengt, zodat hij sterft; en dat dan de levende os verkocht zal worden en het zilver verdeeld en eveneens de dode os.

Wie die van de Kerk is, weet niet dat er in alle en de afzonderlijke teksten van het Woord Goddelijke dingen zijn; maar wie kan Goddelijke dingen zien in deze wetten ten aanzien van de ossen en de ezels die in een kuil vallen en ten aanzien van de ossen die met de horens stoten, indien zij alleen naar de zin van de letter worden beschouwd en ontvouwd; maar zij zijn dan Goddelijk, ook in de zin van de letter, indien zij tegelijk naar de innerlijke zin worden beschouwd en ontvouwd; want in die zin handelen alle en de afzonderlijke dingen van het Woord over de Heer, over Zijn rijk en de Kerk; dus over de Goddelijke dingen.

Opdat immers iets Goddelijk en heilig zal zijn, moet het over Goddelijke en heilige zaken handelen; de zaak waarover wordt gehandeld, bewerkt dit.

De wereldlijke en gerechtelijke zaken, zodanig als de gerichten, de inzettingen en de wetten zijn, die door de Heer vanaf de berg Sinaï werden verkondigd en die in dit hoofdstuk en in het volgende van Exodus zijn bevat, zijn Goddelijk en heilig door de inspiratie, maar de inspiratie is niet een dicteren, maar zij is een invloeiing uit het Goddelijke; dat wat invloeit uit het Goddelijke, gaat door de hemel heen en daar is dit het hemelse en het geestelijke; maar wanneer het in de wereld komt, wordt het het wereldlijke, waarin van binnen dat hemelse en geestelijke is.

Daaruit blijkt vanwaar het Goddelijke is en waar het Goddelijke is in het Woord; en wat inspiratie is.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl