Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #8620

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

8620. Schrijf dit ter herdenking in een boek; dat dit betekent in voortdurende gedachtenis, staat vast uit de betekenis van de herdenking, namelijk dat men zich moet herinneren of dat het ter gedachtenis moet zijn, nrs. 8066, 8067; en uit de betekenis van schrijven in een boek, dus om het zich voortdurend te herinneren; dit wordt met in een boek schrijven aangeduid bij Jesaja: ‘Kom, schrijf op een tafel bij hen en druk dit uit op een boek, opdat het zij tot de laatste dag, voor altoos tot in het eeuwige’, (Jesaja 30:8).

Omdat de herinnering wordt aangeduid met schrijven in een boek, wordt vandaar van de gelovigen gezegd, dat zij in het Boek des levens zijn geschreven; want met de Goddelijke herinnering wordt de zaliging aangeduid en met de niet-herinnering of de vergetelheid, de verdoemenis.

Over het Boek des levens het volgende bij Daniël: ‘De Oude der dagen zette zich tot het gericht en de boeken werden geopend’, (Daniël 7:10).

Bij dezelfde: ‘In die tijd zal uw volk gered worden, al wie gevonden zal worden geschreven te zijn in het Boek’, (Daniël 12:1).

Bij David: ‘Geef ongerechtigheid over hun ongerechtigheid en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid; laat hen uitgedelgd worden uit het Boek der levens en met de gerechten niet geschreven worden’, (Psalm 69:28,29).

Bij Johannes: ‘Die overwint, die zal bekleed worden met witte bekleedselen; Ik zal zijn naam niet uitdelgen uit het Boek des levens’, (Apocalyps 3:5).

Bij dezelfde: ‘In het Nieuwe Jeruzalem zal niet iemand ingaan dan alleen zij die geschreven zijn in het Boek des levens van het Lam’, (Apocalyps 21:27).

Bij dezelfde: ‘Ik zag dat de boeken geopend werden; en een ander Boek werd geopend, hetwelk des levens is; en de doden werden geoordeeld naar de dingen die geschreven waren in de boeken volgens hun werken; zij werden allen geoordeeld volgens hun werken; en indien iemand niet gevonden werd geschreven in het Boek des levens, zo werd hij uitgeworpen in de poel des vuurs’, (Apocalyps 20:12-15; 13:8; 17:8).

Wie niet vanuit de innerlijke zin weet wat het Boek des levens is en verder wat de boeken zijn waaruit zij geoordeeld moeten worden, kan geen ander idee hebben dan dat er in de hemel zulke boeken zijn en dat daarin alle daden zijn geschreven waarvan zo de herinnering wordt bewaard; terwijl toch onder de boeken in de genoemde plaatsen niet boeken worden verstaan, maar de herinnering van alle dingen die zij bedreven hebben; iedereen immers draagt in het andere leven het geheugen van al zijn daden met zich, dus het Boek des levens, nr. 2474; maar eenieder volgens zijn daden oordelen kan niemand dan alleen de Heer; want alle daden gaan voort uit eindoorzaken, die diep van binnen verborgen schuilen; volgens die oorzaken wordt de mens geoordeeld; niemand weet die dan alleen de Heer, daarom heeft Hij alleen het oordeel, wat ook hieronder wordt verstaan bij Johannes: ‘Ik zag op de rechter van Degene Die op de troon zat, een Boek geschreven van binnen en van achteren, verzegeld met zeven zegels; daarna zag ik een sterke engel, roepende met een grote stem: Wie is waardig het Boek te openen en zijn zegels los te maken. Een van de ouderen zei tot mij: Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, overwon om het Boek te openen en zij zongen een nieuw gezang: Gij zijt waardig het Boek te nemen en zijn zegels te openen’, (Apocalyps 5:1-9).

Hieruit kan vaststaan dat onder het geschreven boek de tegenwoordigheid van de daden van elk mens wordt verstaan; eender onder het Boek bij David: ‘Op Uw Boek waren al de dagen geschreven die bestemd waren’, (Psalm 139:16).

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl