Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #7902

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

7902. Zult gij het ongezuurde brood eten; dat dit de toe-eigening van het ware door het goede betekent, gezuiverd van het valse, staat vast uit de betekenis van eten, namelijk de toe-eigening, nrs. 2187, 2343, 3168, 3513, 3596, 4745; dat het de toe-eigening van het ware door het goede is, komt omdat het ware wordt toegeëigend door het goede en het goede, zoals eerder hier en daar is getoond, zijn hoedanigheid heeft van het ware; en daarom zal het ware opdat het zal worden toegeëigend, uit het goede zijn en zal het goede, opdat dit zal worden toegeëigend, door het ware er zijn; en uit de betekenis van het ongezuurde, namelijk het ware dat van elk valse is gezuiverd, nr. 2342.

Wat het ware is dat van elk valse is gezuiverd, moet men weten dat bij de mens nooit het zuivere ware kan bestaan, omdat zowel door het boze waarin hij is en dat in hem zetelt, aanhoudend het valse voortvloeit, als omdat de waarheden onderling een verband hebben en daarom, indien er één valsheid is, te meer indien er meerdere zijn, de overige waarheden zelf vandaar worden bezoedeld en iets van het valse aannemen.

Maar het ware wordt van het valse gezuiverd genoemd, wanneer de mens door de Heer in het goede van de onschuld gehouden kan worden; de onschuld is erkennen dat bij zichzelf niets dan het boze is en dat al het goede uit de Heer is en verder geloven dat men uit zichzelf niets weet noch doorvat, maar uit de Heer, dus eveneens het ware dat van het geloof is; wanneer de mens in deze staat is, dan kan het valse worden verwijderd van hem en het ware door de Heer worden ingeboezemd.

Het is deze staat die wordt aangeduid met het ongezuurde brood en eveneens met het eten van het paaslam.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl