De Goddelijke Wijsheid #9

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 12  
  

9. De Goddelijke Liefde is het Goddelijk Goede, en de Goddelijke Wijsheid is het Goddelijk Ware.

Dit is omdat al wat de liefde doet het Goede is, en al wat de wijsheid leert het Ware is.

Hieruit blijkt dat de Goddelijke Liefde vanwege de uitwerking, die het nut is, het Goddelijk Goede wordt geheten; en dat de Goddelijke Wijsheid ook vanwege de uitwerking, die het nut is, het Goddelijk Ware wordt geheten.

De uitwerking immers is doen en eveneens leren; maar het ene is van de liefde en het andere is van de wijsheid; en alle uitwerking is van het nut, en het is het nut dat het goede en het ware wordt genoemd.

Het goede is het wezen van het nut, en het ware is de vorm ervan.

Het is overbodig deze dingen nader te ontvouwen en af te leiden, aangezien iedereen vanuit de rede kan zien dat de liefde doet en dat de wijsheid leert, en dat wat de liefde doet het goede is, en dat wat de wijsheid leert het ware is; voorts ook dat het goede wat de liefde doet het nut is, en dat het ware wat de wijsheid leert ook het nut is.

Overweeg slechts bij uzelf wat de liefde zonder het goede in de uitwerking is, en wat het goede in de uitwerking zonder het nut, of de liefde wel iets is, en of dat goede wel iets is; maar dat alles is in een nut, bijgevolg dat de liefde bestaat in het nut; en eender de wijsheid door het ware, want deze leert en de liefde doet.

Daarvandaan is het dat de warmte die vanuit de Zon is die de Heer is, het Goddelijk Goede wordt geheten, en het licht vanuit die Zon het Goddelijk Ware wordt geheten.

Aldus worden zij genoemd naar de uitwerking, want die warmte is de uitwerking van de liefde, en het licht is de uitwerking van de wijsheid, en het ene en het andere is het nut, want die warmte maakt de engelen levend, en dat licht verlicht hen, en de mensen eveneens.

Wat de Goddelijke Liefde is, is in het vorengaande artikel gezegd; hier nu zal worden gezegd wat de Goddelijke Wijsheid is.

De Goddelijke Wijsheid wordt ook de Goddelijke Voorzienigheid genoemd, en eveneens de Goddelijke Orde, en het zijn de Goddelijke ware dingen die de wetten van de Goddelijke Voorzienigheid worden genoemd, waarover boven is gehandeld, en die worden eveneens de wetten van de Goddelijke Orde genoemd.

Deze wetten beschouwen van de ene zijde de Heer en van de andere zijde de mens, en van de ene en de andere zijde beschouwen zij de verbinding.

De Goddelijke Liefde heeft tot object de mens te leiden en hem tot Zich te leiden; en de Goddelijke Wijsheid heeft tot object de mens de weg te leren die hij zal gaan opdat hij in verbinding met de Heer kan komen.

Deze weg leert de Heer in het Woord, en in het bijzonder in de Decaloog, waar de beide tafelen met de vinger van de Heer Zelf zijn geschreven, waarvan de ene tafel de Heer betreft, en de andere de mens, en de ene en de andere de verbinding

Daarom zal, opdat de weg worde geweten, de Decaloog worden ontvouwd; wat zal geschieden in de volgende geschriften.

Omdat de mens de ontvanger is èn van de Goddelijke Liefde èn van de Goddelijke Wijsheid, is hem daarom de wil gegeven en is hem het verstand gegeven, de wil waarin hij de Goddelijke Liefde zal opnemen, en het verstand waarin hij de Goddelijke Wijsheid zal opnemen, de Goddelijke Liefde in de wil door het leven, en de Goddelijke Wijsheid in het verstand door de leer.

Maar hoe de opneming geschiedt door de leer in het leven, en door het leven in de leer, vergt een heel boekwerk, dat in de ontvouwing van de Decaloog zal worden geleerd.

  
/ 12  
  

Nederlandse tekst door Guus Janssens. Digitale uitgave - Swedenborg Boekhuis 2007.