Apocalyps Onthuld #923

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 962  
  

923. En zij zullen de heerlijkheid en de eer der natiën in haar brengen, betekent dat zij die daar binnengaan, met zich brengen de belijdenis, de erkenning en het geloof, dat de Heer is de God van hemel en aarde en dat al het ware van de Kerk en al het goede van de godsdienst is uit Hem.

Dat met de heerlijkheid en de er in haar brengen wordt aangeduid, de Heer belijden en aan Hem toekennen al het ware en al het goede dat bij de mens is, zie nr. 921; hier worden eendere dingen aangeduid, met dit verschil, dat zij die daar onder de koningen van de aarde worden verstaan, dat met zich zullen meebrengen; hier dat zij die onder de natiën worden verstaan, het zullen doen, want er wordt gezegd, zij zullen de heerlijkheid en de eer van de natiën in haar brengen en met de natiën worden degenen aangeduid die in het goede van het leven zijn en geloven in de Heer, nr. 920; en er wordt eveneens gehandeld over de opneming van hen die in de ware dingen vanuit het goede van de liefde uit de Heer zijn, nr. 922; daaruit volgt, dat met zij zullen de heerlijkheid en de eer van de natiën in haar brengen, wordt aangeduid dat zij die binnengaan, met zich brengen de belijdenis, de erkenning en het geloof, dat de Heer is de God van hemel en aarde en dat al het ware van de Kerk en dat al het goede van de godsdienst is uit Hem; bijna eendere dingen worden aangeduid met het volgende bij Jesaja: Ik zal de vrede over Jeruzalem uitbreiden, zoals een stortvloed de heerlijkheid der natiën’, (Jesaja 66:12).

Gezegd wordt het ware van de Kerk en al het goede van de godsdienst, omdat iets anders is de Kerk en iets anders de godsdienst; de Kerk wordt de Kerk genoemd krachtens de Leer en de godsdienst wordt godsdienst genoemd krachtens het Leven volgens de Leer; het al van de leer wordt het ware genoemd en eveneens is haar goede het ware, omdat zij dit leert; maar het al van het leven volgens die dingen die de leer leert, wordt het goede genoemd, ook de ware dingen van de leer doen is het goede; zo wordt dus de Kerk en de godsdienst onderscheiden; toch kan daar waar de leer is en niet het leven ernaar, niet van Kerk noch van godsdienst worden gesproken, omdat de leer het leven als één met zich beschouwt, geheel en al zoals het ware en het goede, zoals het geloof en de naastenliefde, de wijsheid en de liefde en zoals het verstand en de wil; en daarom is daar waar de leer is en niet het leven ernaar, de Kerk niet.

  
/ 962  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl