from the Writings of Emanuel Swedenborg

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #6114

Studere hoc loco

  
/ 10837  
  

6114. Voor de opbrengst die zij kochten; dat dit betekent dat zij daarmee werden ondersteund, staat vast uit de betekenis van de opbrengst, namelijk het ware van de Kerk, nr. 5402;

en uit de betekenis van kopen, namelijk toe-eigenen, waarover de nrs. 4397, 5374, 5397, 5406, 5410, 5426;

vandaar is het ondersteund worden, want er wordt gehandeld over de geestelijke spijs, die met de opbrengst wordt aangeduid, deze spijs, eenmaal toegeëigend, ondersteunt het geestelijk leven.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl

from the Writings of Emanuel Swedenborg

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #5374

Studere hoc loco

  
/ 10837  
  

5374. Om te kopen; dat dit de toe-eigening betekent, staat vast uit de betekenis van kopen, namelijk zich verwerven en zo toe-eigenen; de geestelijke verwerving en toe-eigening vindt plaats door het goede en het ware; hiermee stemt de verwerving en de toe-eigening overeen met die welke in de wereld plaatsvindt door zilver en goud; zilver immers is het ware en goud is het goede in geestelijke zin; vandaar betekent de koop de toe-eigening, zoals eveneens in deze plaatsen in het Woord, bij Jesaja:

‘Alle gij dorstige, ga tot de wateren en wie geen zilver heeft, ga, koop en eet, en ga, koop zonder zilver en zonder prijs, wijn en melk’, (Jesaja 60:1; Jeremia 13:1, 2, 11).

Bij Mattheüs:

‘Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in het veld, welke een mens gevonden hebbende verborg; en in zijn vreugde gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en hij koopt dat veld. Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk aan een mens die schone paarlen zoekt; hij ging heen en verkocht alle dingen die hij had en kocht dezelve’, (Mattheüs 13:44-46);

en bij dezelfde:

‘De voorzichtige maagden zeiden tot de dwaze: Gaat tot de verkopers en koopt u olie; als deze heengingen om te kopen, kwam de Bruidegom’, (Mattheüs 25:9, 10). Omdat kopen de toe-eigening betekende, worden daarom in het Woord de dingen die met zilver zijn gekocht, terdege onderscheiden van de dingen die op andere wijze werden verworven; ook waren de knechten die met zilver waren gekocht, zoals eigenen en in een lagere graad evenals de geborenen van het huis; daarom worden zij ook hier en daar tezamen vermeld, zoals in Genesis:

‘Al besnijdende zal de geborene van uw huis en de met uw zilver gekochte besneden worden’, (Genesis 17:13);

en bij Leviticus:

‘Indien de priester een ziel zal gekocht hebben met de koop van zilver en de geborene van zijn huis, dezen zullen van zijn brood eten’, (Leviticus 22:11);

daaruit kan vaststaan wat wordt aangeduid met ‘de verlosten van Jehovah’ in het Woord, namelijk dat het diegenen zijn die het goede en het ware hebben opgenomen, dus diegenen aan wie de dingen die van de Heer zijn, zijn toegeëigend .

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl