Hemel en Hel #462

By Emanuel Swedenborg

Studere hoc loco

  
/ 603  
  

462. a. In weerwil daarvan is er groot verschil tussen het leven van de mens in de geestelijke wereld en zijn leven in de natuurlijke wereld, zowel wat de uiterlijke zinnen en hun aandoeningen aangaat, als de innerlijke zinnen en hun aandoeningen. De bewoners van de hemel hebben een scherpere waarneming, dat wil zeggen zij zien en horen voortreffelijker, en zij denken ook met meer wijsheid dan toen zij in de wereld waren. Want zij zien door het licht van de hemel, dat het licht van de wereld vele malen overtreft (zie nr. 126), zij horen door een geestelijke atmosfeer, die de atmosfeer van de aarde vele malen overtreft (zie nr. 235). e grotere voortreffelijkheid van deze uitwendige zintuigen boven die in deze wereld, is gelijk aan die van een heldere lucht op aarde boven een bewolkte lucht, evenals van het licht op de middag boven de avondschemering; want het licht van de hemel, omdat het de Goddelijke waarheid is, stelt de engelen in staat om de kleinste voorwerpen te ontdekken en te onderscheiden. Ook hun uiterlijk gezicht is in overeenstemming met hun innerlijk gezicht of met hun verstand; want bij de engelen vloeit het ene zien in het andere, zodat zij als één geheel werken; vandaar hebben zij zulk een sterk vermogen om te zien. Op dezelfde wijze staat hun horen in overeenstemming met hun gewaarwording, die zowel tot het verstand als tot de wil behoort, en daardoor ontdekken zij in de toon van de stem en in de woorden die iemand spreekt, de geringste bijzonderheden van zijn genegenheden en gedachten; in de toon ontdekken zij alles wat in verband staat met de genegenheden, en in de woorden alles wat betrekking heeft op zijn gedachten (zie nr. 234-245). e andere zinnen van de engelen zijn echter niet zo voortreffelijk als die van het gezicht en het gehoor, omdat deze aan hun kennis en wijsheid dienstbaar zijn en de andere niet. Als de andere zinnen even voortreffelijk waren als die van het gezicht en gehoor, dan zouden zij het licht en de blijdschap van hun wijsheid wegnemen, en daarvoor in de plaats de blijdschap stellen over het genoegen dat aan de verschillende lusten en aan het lichaam is verbonden en die het verstand verduisteren en verzwakken in zoverre zij heersen; zoals dit het geval is met de mensen in de wereld die dof en stom zijn voor geestelijke waarheden naarmate zij zich overgeven aan het genoegen van de smaak of aan de aanlokkelijkheden van het gevoel dat het lichaam streelt. Dat de innerlijke zintuigen van de engelen, dat is die van hun gedachte en aandoening, voortreffelijk en meer volkomen zijn dan zij waren in de wereld, is duidelijk uit hetgeen gezegd en aangetoond werd in het hoofdstuk over de wijsheid van de engelen van de hemel (zie nr. 265-275). et verschil tussen de staat van de bewoners van de hel en hun vroegere staat in de wereld is eveneens zeer groot; want is bij engelen van de hemel de hoge volkomenheid en voortreffelijkheid van de uiterlijke en innerlijke zinnen groot, zo groot is ook de onvolkomenheid bij de bewoners van de hel. Deze staat zal echter in een ander deel worden beschreven.462b. Dat de mens zijn gehele geheugen uit de wereld meeneemt, is mij door vele bewijzen aangetoond. Talloze vermeldenswaardige zaken heb ik gezien en gehoord; enige zal ik er meedelen. Sommigen ontkenden de misdaden en ongeregeldheden die zij in de wereld hadden begaan. Opdat zij nu niet voor onschuldig zouden gehouden worden, werden hun daden opengelegd en in volgorde door hun eigen geheugen voorgedragen van het begin tot het einde van hun leven. Zij bestonden meestal in overspel en hoererij. Sommigen hadden op slechte wijze anderen bedrogen en bestolen; hun streken en dieverijen werden ook in hun opeenvolging opgenoemd, waarvan de meeste nauwelijks bij iemand anders in de wereld bekend waren buiten henzelf. Zij erkenden ze ook allen, omdat zij als in helder daglicht werden openbaar gemaakt, met al de gedachten, voornemens, vermaken en angsten, die in hun hart bij die gelegenheden kwamen. Sommigen hadden zich laten omkopen en handel gedreven met hun rechterlijk ambt, deze werden op dezelfde wijze in hun geheugen onderzocht en daaruit weer teruggeroepen, vanaf de eerste dag dat zij hun ambt bekleedden tot de laatste dag toe. Alle bijzonderheden verschenen, zowel de aard van de omkoping, het tijdstip en de toestand van hun gemoed en het voornemen van het ogenblik. Alles snelde weer tezamen en werd opengelegd voor hun gezicht, van dat ogenblik tot een getal van enige honderden. Soms werden, zeer wonderbaar, ook hun dagboeken, waarin zij de bijzonderheden hadden opgetekend, geopend en bladzijde voor bladzijde hun voorgelezen. Sommigen, die maagden verleid hadden tot schande of die de kuisheid hadden aangerand, werden tot eenzelfde oordeel geleid en de omstandigheden werden voor hun geheugen teruggeroepen en herhaald; zelfs de aangezichten van de maagden en vrouwen werden voorgesteld alsof zij tegenwoordig waren, verenigd met de plaatsen en woorden die tussen hen gewisseld waren, met de staat van hun gemoed, alles zo onverwachts, alsof het een verschijning was, welke uitbeeldende dingen soms verscheidene uren duurden. Er was een zekere geest die het als niets had aangemerkt om over anderen te lasteren en ik hoorde zijn lasteringen en onteringen met dezelfde woorden als hij gebezigd had, in volgorde herhalen; de personen over wie hij gelasterd had en degenen tegen wie hij ze had gesproken, werden allen voorgebracht, geheel naar het leven, en toch had hij bij iedere gelegenheid zijn handeling zorgvuldig bedekt toen hij in de wereld leefde. Een zeker iemand had door een bedrieglijk voorwendsel zijn bloedverwant van zijn erfenis ontroofd; hij werd op eenzelfde wijze overtuigd en geoordeeld, en wat nog wonderlijker is, de brieven en papieren die tussen hen waren gewisseld, werden voor mijn oren voorgelezen, en er werd gezegd dat er geen woord aan ontbrak. Dezelfde persoon had, kort vóór zijn dood, zijn buurman heimelijk door vergif van het leven beroofd. Dit werd op de volgende wijze aan het licht gebracht. Hij scheen onder zijn voeten een gat te graven in de grond en toen het gegraven was, kwam er een man uit voort, als uit een graf. Deze riep hem toe: 'Wat hebt gij mij aangedaan?' Al de bijzonderheden kwamen toen aan het licht; hoe de gifmenger met hem op een vriendschappelijke wijze had gesproken en hem toen de beker had toegereikt; wat hij van tevoren had gedacht en wat er later voorviel. Nadat alles aan het licht gebracht was, werd hij veroordeeld tot de hel. In één woord, alle misdadige praktijken, de boze daden, de roverijen, de bedriegerijen, de kunstgrepen, waaraan de kwade geesten zich in de wereld hadden schuldig gemaakt, werden voor hen opengelegd, door hun eigen geheugen teruggeroepen, en aldus werden zij overtuigd. Voor ontkennen is er geen gelegenheid, want alle omstandigheden verschijnen er bij elkander. Er werd een zekere geest onderzocht en ondervraagd door de engelen; ik hoorde toen, uit zijn geheugen, alle bijzonderheden waarover hij in de loop van een maand, dag aan dag had gedacht, herhalen, zonder de minste fout; al de bijzonderheden werden teruggeroepen, juist zoals hij daarin was bezig geweest in die dagen. Uit deze voorbeelden mag duidelijk blijken dat de mens zijn gehele geheugen met zich meeneemt in de andere wereld, en dat er niets zo geheim is in deze wereld, dat niet openbaar wordt gemaakt na de dood, en wel in het bijzijn van vele getuigen, gelijk ook de Heer heeft gesproken in Lucas 12:2-3: Er is niets bedekt dat niet zal ontdekt worden, en niets verborgen dat niet zal geweten worden. Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.