From Swedenborg's Works

 

Goddelijke Voorzienigheid #278

Goddelijke Voorzienigheid (Weevers vertaling)      

해당 구절 연구하기

세션 넘어가기 / 340  

← 이전   다음 →

278. 2. Boze dingen kunnen niet verwijderd worden tenzij deze verschijnen.

Niet wordt verstaan dat de mens de boze dingen moet doen opdat die verschijnen, maar dat hij zichzelf moet uitvorsen, niet alleen zijn daden maar ook zijn gedachten en wat hij zou doen indien hij niet de wetten en de opspraak vreesde. Voornamelijk welke boze dingen hij wel in zijn geest geoorloofd maakt en niet voor zonden rekent, want deze doet hij dan toch. Opdat de mens zich zal uitvorsen, werd hem het verstand gegeven en dit gescheiden van de wil opdat hij kan weten, verstaan en erkennen wat goed en wat boos is, voorts ook dat hij kan zien hoedanig zijn wil is of wat hij liefheeft of wat hij begeert. Opdat de mens dit kan zien werd aan zijn verstand een hoger en een lager denken gegeven, of een innerlijk en een uiterlijk denken, opdat hij vanuit het hogere of innerlijke denken kan zien wat de wil doet in het lagere of uiterlijke denken. Dit ziet hij zoals de mens het aangezicht in de spiegel en wanneer hij dit ziet en weet wat zonde is, kan hij, indien hij de hulp van de Heer afsmeekt, deze dingen niet-willen en ze schuwen en er daarna tegen handelen. Indien niet vanuit het vrije, dan toch door te dwingen in strijd en tenslotte ervan afkerig te zijn en daarvan te gruwen. Dan, voor het eerst doorvat hij en wordt hij eveneens gewaar dat het boze boos is en het goede goed is, en niet eerder. Dit nu is zich uitvorsen: zijn boze dingen zien en die erkennen en belijden en er daarna van aflaten. Maar omdat het weinigen zijn die weten dat dit de Christelijke godsdienst zelf is, omdat die alleen de naastenliefde en het geloof hebben, en die alleen geleid worden door de Heer en het goede uit Hem doen, zal iets gezegd worden over hen die dit niet doen en toch menen dat er godsdienst bij hen is. Het zijn deze mensen:

1. Die belijden dat zij schuldig zijn aan alle zonden en niet enige bij zich opsporen.

2. Die uit godsdienst nalaten ze op te sporen.

3. Die wegens de wereldse dingen niets denken over de zonden en ze vandaar niet weten. 4. Die ze begunstigen en ze daardoor niet kunnen weten.

5. Dat de zonden bij al diegenen niet verschijnen en dat ze daarom niet verwijderd kunnen worden.

6. Tenslotte zal de tot dusver onbekende oorzaak worden geopenbaard waarom de boze dingen niet kunnen worden verwijderd zonder de uitvorsing, de verschijning, de erkenning, de belijdenis en het weerstaan ervan.

278. 2a. Maar deze punten dienen afzonderlijk bezien te worden omdat het de primaire dingen zijn van de Christelijke godsdienst van de zijde van de mens.

Ten eerste: over hen die belijden dat zij schuldig zijn aan alle zonden en er niet enige in zich opsporen.

Deze mensen zeggen: ‘Ik ben een zondaar, ik ben in zonden geboren, niets in mij is ongerept van hoofd tot hiel, ik ben niets dan het boze; goede God, wees mij gunstig gestemd, vergeef mij, zuiver mij, red mij, maak dat ik wandel in zuiverheid en in de weg van het gerechte en dergelijke dingen meer. Toch vorst hij zich niet uit en weet vandaar niet enig boze; en niemand kan dat wat hij niet weet, schuwen, te minder ertegen strijden. Hij gelooft ook na de belijdenissen dat hij rein en gewassen is, terwijl hij toch onrein en ongewassen is van zijn hoofd tot de holte van zijn voet. De belijdenis immers van alle dingen is een in slaap wiegen van alle dingen en tenslotte een verblinding. Het is zoals iets universeels zonder enig afzonderlijks, wat niet iets is.

Ten tweede: over hen die uit godsdienstige overwegingen nalaten ze op te sporen.

Zij zijn voornamelijk diegenen die de naastenliefde van het geloof scheiden. Zij zeggen immers bij zichzelf: waarom zal ik opsporen of iets boos dan wel goed is; waarom het boze als dit mij niet verdoemt, waarom het goede als dit mij niet zaligt. Het is het geloof-alleen, gedacht en uitgesproken met vertrouwen en betrouwen, dat rechtvaardigt en zuivert van alle zonde; en wanneer ik eenmaal gerechtvaardigd ben, ben ik voor God ongerept. Ik ben weliswaar in het boze, maar dit wast God af, terstond wanneer het gedaan wordt en zo verschijnt het niet langer; behalve andere dergelijke dingen. Maar wie ziet niet, indien hij het oog opent, dat zulke dingen ledige woorden zijn, waarin niet iets is omdat er niets van het goede in is. Wie kan niet zo denken en spreken, ook met vertrouwen en betrouwen, wanneer hij tegelijk denkt over de hel en de eeuwige verdoemenis. Wil zo iemand verder iets weten, hetzij het ware, hetzij het goede. Van het ware zegt hij: wat is het ware anders dan dat wat dit geloof bevestigt; van het goede zegt hij: wat is het goede dan alleen dat wat vanuit dit geloof in mij is. Maar opdat het in mij is, zal ik dat niet doen zoals uit mijzelf, aangezien dit op verdienste is gericht, en het op verdienste gerichte goede is niet het goede. Zo laat hij alle dingen na totdat hij niet meer weet wat het boze is. Wat zal hij dan bij zichzelf uitvorsen en zien? Wordt zijn staat er dan niet een van een opgesloten vuur van zijn begeerten van het boze die de innerlijke dingen van zijn gemoed verteert en die verwoest tot aan de poort? Deze poort alleen bewaakt hij opdat de brand niet zal verschijnen. Maar deze wordt geopend na het overlijden en dan verschijnt dit vuur voor allen.

Ten derde: over hen die wegens de wereldse dingen niet denken over de zonden en ze vandaar niet weten.

Het zijn diegenen die de wereld boven alles liefhebben en niet enig ware toelaten dat uit enig valse van hun godsdienst wegleidt en bij zichzelf zeggen: Wat is dat voor mij; het is niet van mijn denken; en dan verwerpen zij dit terstond wanneer zij het horen en indien ze het horen verstikken ze het. Dezelfden doen nagenoeg eender wanneer zij de predikingen horen, daaruit onthouden zij niet méér dan enige woorden en niet enige zaak. Omdat zij zo met de ware dingen omgaan, weten zij daarom niet wat het goede is; want het ware en het goede handelen immers één, en vanuit het goede dat niet vanuit het ware is, wordt niet het boze gekend dan alleen om het eveneens het goede te noemen, wat geschiedt door redeneringen vanuit de valse dingen. Dezen zijn het die worden verstaan onder de zaden die vielen tussen de doornen, over wie de Heer als volgt zegt: ‘Andere zaden vielen tussen de doornen; en de doornen klommen op en verstikten ze. Dezen zijn degenen die het Woord horen, maar de zorg van deze eeuw en het bedrog van de rijkdommen verstikt het Woord, zodat het onvruchtbaar wordt’, (Mattheüs 13:7, 22; Markus 4:7, 19; Lukas 8:7, 14).

Ten vierde: over hen die zonden begunstigen en ze daarom niet kunnen weten.

Dezen zijn diegenen die God erkennen en Hem volgens de gebruikelijke riten vereren en bij zich bevestigen dat een of ander boze, wat een zonde is, niet een zonde is, want zij blanketten het door begoochelingen en schijnbaarheden en zo verbergen zij de buitensporigheid ervan. Wanneer zij dit hebben gedaan, begunstigen zij dit en maken zich dit tot vriend en vertrouwde. Gezegd wordt dat diegenen dat doen die God erkennen, omdat de anderen niet enig boze voor zonde rekenen, alle zonder is immers tegen God. Maar laten voorbeelden dit toelichten: iemand beschouwt niet het boze tot zonde in zijn zucht naar gewin, als hij sommige soorten van bedrog vanuit redenen uitdenkt en geoorloofd maakt. Eender doet hij die wraak tegen vijanden bij zich bevestigt; en degene die in oorlogen plunderingen van hen die niet vijanden zijn bij zich rechtvaardigt.

Ten vijfde: dat zonden bij deze personen niet verschijnen en dat ze daarom niet verwijderd kunnen worden.

Al het boze dat niet verschijnt voedt zichzelf; het is zoals vuur in hout onder de as; en het is zoals etter in een wond die niet wordt geopend. Elk tegengehouden boze groeit aan en houdt niet op vooraleer het geheel ten top is gevoerd. Daarom, opdat niet enig boze zal worden tegengehouden, wordt het eenieder toegelaten te denken vóór God en tegen God en vóór de heilige dingen van de Kerk en tegen die, zonder in de wereld daarvoor gestraft te worden. Hierover zegt de Heer dit bij Jesaja: ‘Van de holte des voets tot aan het hoofd toe is er geen ongereptheid; wond en litteken en verse kwetsuur, zij zijn niet uitgedrukt, niet verbonden en niet verzacht met olie. Wast u, reinigt u, verwijdert de boosheid van uw werken van voor Mijn ogen; staakt het boze te doen; leert het goede te doen; dan, al waren uw zonden als scharlaken, als sneeuw zullen zij wit worden; al waren zij rood als purper, als wol zullen zij zijn. Indien gij weigert en rebelleert, door het zwaard zult gij gegeten worden’, (Jesaja 1:6, 16, 18, 20). Door het zwaard gegeten worden, betekent door het valse van het boze vergaan.

Ten zesde: de tot dusver verborgen oorzaak waarom de boze dingen niet kunnen worden verwijderd zonder de uitvorsing, de verschijning, de erkenning, de belijdenis en het weerstaan ervan.

In de voorgaande dingen is vermeld dat de gehele hemel is geordend in gezelschappen volgens de aandoeningen van het goede en de gehele hel volgens de begeerten van het boze, tegenovergesteld aan de aandoeningen van het goede. Ieder mens is naar zijn geest in enig gezelschap, in een hemels gezelschap indien hij in een aandoening van het goede is, maar in een hels gezelschap indien hij in de begeerte van het boze is. Dit weet de mens niet wanneer hij in de wereld leeft, niettemin is hij naar zijn geest in enig gezelschap. Zonder dit zou hij niet kunnen leven en hij wordt erdoor geregeerd uit de Heer. Indien hij in een hels gezelschap is kan hij daaruit niet worden uitgeleid door de Heer tenzij volgens de wetten van Zijn Goddelijke Voorzienigheid, waaronder ook deze is: dat hij daaruit zal willen uitgaan en dat hij dit uit zichzelf zal trachten te doen. Dit kan de mens wanneer hij in de wereld is, niet echter na de dood, want dan blijft hij in het gezelschap waarbij hij zich heeft aangesloten in de wereld, tot in het eeuwige. Dit is de oorzaak dat de mens zich moet uitvorsen, zijn zonden zien en erkennen en boete doen en daarna moet volharden tot aan het einde van zijn leven. Dat dit zo is, zou ik door veel ondervinding tot aan het volle geloof toe kunnen bevestigen, maar het is hier niet de plaats de bewijsstukken van mijn ondervinding aan te voeren.

(참조: Jesaja 1:16-17, 1:16-18; Marcus 4:18-19)

세션 넘어가기 / 340  

← 이전   다음 →

   해당 구절 연구하기
스웨덴보그의 작품에서

인바운드 참조:

Apocalyps Onthuld 602


   스웨덴보그 검색 도구

기타 New Christian 주석
교사와 부모 참고자료

General Church of the New Jerusalem이 자료 제공. 더 많은 정보보기 this link.


 Why Bad Things Happen
Through experiencing bad things we have the ability to see evils and reject them as sins against God.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl

The Bible

 

Mattheüs 13:22

Dutch Staten Vertaling         

내적 의미를 연구하십시오

← 이전    전체 장    다음 →

22 En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.

   내적 의미를 연구하십시오

Explanation of Matthew 13      

By Rev. John Clowes M.A.

Verses 1-9. From the knowledges of good and truth, and the doctrine thence derived, the Lord teaches that the reception of His Word is fourfold.

Verse 4. First, as it is received by those who have no concern about truth, being in fantasies and false persuasions which pervert it.

Verses 5, 6. Secondly, as it is received by those who have a concern about truth, but not for its own sake, thus not interiorly, therefore the truth perishes, being adulterated by the lusts of self-love.

Verse 7. Thirdly, as it is received by those who are in the cravings of evil, which suffocate the truth.

Verse 8. Fourthly, as it is received by those who from the Lord love the truths which are in the Word, and from Him do them.

Verse 9. Which fourfold reception of the Word ought to be well attended to, both as to doctrine and practice, by all who are of the church.

Verses 10, 11. Otherwise the Word will be understood only according to its literal or external sense, and not according to its spiritual and internal sense, which latter sense is revealed to those who are in the good of charity and the truth of faith from the Lord, but not to them, lest they should profane it.

Verse 12. They, therefore, who are in the good of charity and the truth of faith, are accepted in heaven, and become angels, every one according to the quality and quantity of intelligence and wisdom which he has acquired to himself in the world; whereas they, who are in falsities derived from evil, in the other life are deprived of all truths.

Verses 13, 14. For the same reason these latter believe only in the letter of the Word, because they have separated faith from life, and instruction from obedience, as had been predicted.

Verse 15. And this on account of their defiled loves, which infect both the will and the understanding, insomuch that it is dangerous for them to see the truth, and especially to receive it interiorly, because their unclean loves would falsify and profane it.

Verse 16. But it is otherwise with those who are in the goods of charity and the truths of faith from the Lord, because they understand, believe, obey, and live according to those truths.

Verse 17. For all who are in the truths of doctrine, and in the good of life agreeable thereto, love to understand and perceive the interior truths proceeding from the Lord, and which He opened when in the world.

Verses 18, 19. To them therefore it is given to perceive, that when the Word is received by those who have no concern about truth, it is immediately darkened and deprived of life by infernal spirits, so that it produces no effect on the life or love.

Verses 20, 21. And that when it is received by those who have a concern about truth, but not for its own sake, thus not interiorly, it excites indeed external delight, arising from external affection, but whereas it has no place in the will, it cannot stand in the assault of evils and falsities.

Verse 22. And when it is received by those who are in the cravings of evil, it is suffocated and rendered unfruitful by worldly anxieties and the lust of gain.

Verse 23. But that when it is received by those who from the Lord love the truths which are in the Word, it affects first the will, and thence the understanding, and thus the life, in each according to reception.

Verses 24, 25. For the Lord by His Word is willing to implant Truth Divine in all who are of the church, but whilst men lead a natural life, or the life of the world, then evils from hell secretly, or whilst they are ignorant, insinuate and implant falsities.

Verse 26. And when truths grow, and good is produced, falsities from evil are intermixed.

Verses 27, 28. Which being perceived by those who are in truths from good, they complain, and are instructed that those falsities are from evil in the natural man.

Verses 28, 29. And that they must not be separated nor ejected, until truths derived from good are increased, because in such case truth derived from good and its increase would also perish.

Verse 30. Therefore the separation of falsities derived from evil and their ejection cannot be effected, until it is the last state of the church, for then the falsities of evil are separated from the truths of good, and the falsities of evil are delivered to hell, and the truths of good are conjoined to heaven, or, what is the same thing, the men who are in them.

Verses 31, 32. For the church in man begins from a little spiritual good by truth, because at that time he thinks to do good from himself; but as truth is conjoining to love, it increases, and when it is conjoined, then things intellectual are multiplied in scientifics.

Verse 33. Nevertheless, this increase cannot have place but by spiritual combat, which is that of the false with truth, and of truth with the false; in which case the false being separated, truth is purified, being conjoined to charity, so that man acts no longer from the truth of faith, but from the good of charity.

Verses 34, 35, 36. That these processes of spiritual life lie concealed under the letter of the Word, and are not revealed to those who are in evils and falsities, but only to those who are in goods and truths.

Verses 37, 38. To whom it is given to perceive from the Lord, that all Divine Truth is from Him, that the church is every where, that Divine Truth is with those who are of the church, and that falsities are with those who are in evil.

Verse 39. Also that the evil have falsities from evil, which is from hell, and that at the last time and state of the church, Divine Truth separates.

Verses 40, 41, 42. And that on this occasion the Divine Truths from the Lord are about to remove those who hinder separation, and who live in evil, into hell, where they are in self-love, in hatred, and in revenge, and in every thing direful arising from evils and falsities.

Verse 43. When they who have acknowledged the Lord, and done His precepts, will live in heavenly loves, and in the joys thereof in heaven.

Verse 44. For these alienate the things of their own propriums, that they may procure to themselves the Divine Truth which is in the church of the Lord, and its doctrine, however obscure it may appear.

Verses 45, 46. They alienate also all things of self-love, that they may procure to themselves that Divine Truth more especially, which relates to the acknowledgement of the Lord.

Verses 47, 48. And that thus, at the time of the last judgement, goods and evils may be separated, and the goods be conjoined to their proper truths, and the evils to their proper falsities.

Verses 49, 50. At which time, they who have lived in the exercise of charity from the love of what is just and true, will be taken up in to heaven; and they who have lived in things contrary to charity, will be let down into hell.

Verse 51. That the men of the church ought to enquire diligently in themselves, whether they comprehend the above interior truths of heaven, so as to be in an affirmative principle concerning them.

Verse 52. In which case they will become images and likenesses of the Lord, possessing from Him internal goods and truths in external.

Verses 53, 54. When the Lord had thus taught interior goods and truths to those of His internal church, He applies Himself to those of the external church, who are in external or natural good and truth, and excites enquiry in them concerning Himself.

Verses 55, 56. But whereas they can see nothing in Him but His Human [principle], and not His Divine, they are perplexed about Him.

Verse 57. And also reject Him because the doctrine of spiritual good and truth cannot be received by those who are in mere natural good and truth.

Verse 58. Neither can such be fully regenerated, because they do not acknowledge the Lord's Divine Humanity.

스웨덴보그의 작품에서

설명 또는 참고 문헌:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 29, 1288, 9987, 10248

Goddelijke Voorzienigheid 278

Leer des Levens 90

기타 새 기독교 주석

  이야기와 의미들:



성경 어휘 번역

doornen
'Thorns,' as in Jeremiah 12:13, signify the evils and falsities of self-love and the love of the world.

woord
'Sayings' denotes persuasion. 'Sayings,' when related to Jehovah, signify informing or instructing.

hoort
Thanks to modern science, we now understand that hearing actually happens in the brain, not the ears. The ears collect vibrations in the air and...

교사와 부모 참고자료

General Church of the New Jerusalem이 자료 제공. 더 많은 정보보기 this link.


 A Sower Went Out to Sow
Worship Talk | Ages over 18

 Becoming Good Ground
Worship Talk | Ages over 15

 Birds in the Word
Sunday School Lesson | Ages 9 - 12

 Deeper Meaning to the Bible
Worship Talk | Ages over 18

 Heaven Is Like a Dragnet
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Heaven Is Like a Dragnet with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Heaven Is Like a Mustard Seed
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Heaven Is Like a Mustard Seed with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Heaven Is Like Leaven
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Heaven Is Like Leaven with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Kingdom of Heaven is Like Treasure
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Kingdom of Heaven is Like Treasure with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Kingdom of Heaven Like a Dragnet
Make a net filled with fish to picture the way the Lord wants to gather us all into heaven.
Project | Ages 7 - 14

 Kingdom of Heaven Matching Cards
Match each picture card with a card supplying a quote from the New Testament and another card summarizing the spiritual meaning.
Activity | Ages 11 - 17

 Kingdom of Heaven Mural
Make a mural of pictures showing the various ways the Lord describes the kingdom of heaven. Each of these parables tells us something different about what we can do to prepare for life in heaven.
Project | Ages 7 - 14

 Kingdom of Heaven Parables - Cards to Hand Out
Activity | Ages 11 - 17

 Kingdom of Heaven (talk about picture)
This color picture illustrates seven kingdom of heaven parables given in Matthew 13. A useful visual aid for younger children as you discuss these parables and how they help us follow the Lord.
Picture | Ages up to 14

 Memory Verse: Seeds of Truth
Activity | Ages 4 - 14

 Memory Verse: The Kingdom of Heaven
Activity | Ages 4 - 14

 Morality Rooted in Divine Law
Morality that has its roots in religion provides principles that will not yield to expediency.
Article | Ages over 18

 Overview of Five Parables of Heaven Levels A, B, C Ages 3-14
Overview of the Youth Journey Program Five Parables of Heaven featuring the parables of the Sower, Pearl of Great Price, Wise and Foolish Virgins, Workers in the Vineyard and The Great Supper. For ages 3-14, Levels A, B and C.
Sunday School Lesson | Ages 3 - 14

 Parable of the Sower
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Parable of the Sower Collage
Use pebbles, seeds, thorns, etc. to make a collage to illustrate this parable.
Project | Ages 7 - 14

 Parable of the Sower Experiment
An experiment designed to simulate the planting conditions in the parable of the sower.
Project | Ages 7 - 14

 Parables About Heaven
Sunday School Lesson | Ages 9 - 12

 Parables of the Kingdom of Heaven
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 Pearl of Great Price
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Pearl of Great Price with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Prayers for Adults: Prayers for His Kingdom
Activity | Ages over 18

 Prayers for Children: Seeds of Truth
Activity | Ages 7 - 14

 Prayers for Teens: Kingdom of Heaven
Activity | Ages 15 - 17

 Prayers for Teens: Seeds of Truth
Activity | Ages 15 - 17

 Quotes: Seeds of Truth
Teaching Support | Ages over 15

 Quotes: The Kingdom of Heaven
Teaching Support | Ages over 15

 Receiving the Lord's Word
 What are some of the seeds of truth that you have found in the Lord’s Word? 
Activity | Ages over 15

 Tares Among the Wheat
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Tares Among the Wheat with Quote
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Church
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 The Kingdom of Heaven
The way to build the kingdom of heaven within your mind and heart is to do the activities that are represented in these parables on a day-by-day basis
Worship Talk | Ages over 18

 The Kingdom of Heaven
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 The Kingdom of Heaven (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 The Kingdom of Heaven (6-8 years)
Project | Ages 7 - 10

 The Kingdom of Heaven (9-11 years)
Project | Ages 11 - 14

 The Lord as the Sower
Make a picture of the Lord with His arms reaching out to give us seeds of truth.
Project | Ages 4 - 10

 The Lord Is Like a Sower
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Meaning of the Wheat and the Tares
Look at this list of possible interpretations of this parable and check all that you think apply.
Activity | Ages 11 - 17

 The Number Twelve in the Word Crossword Puzzle
Discover times when the number twelve appears throughout the Word.
Activity | Ages 9 - 13

 The Parable of the Sower
We must keep our minds clean and ready for new seeds, so that good things can grow there.
Worship Talk | Ages 4 - 6

 The Parable of the Sower
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 The Parable of the Sower
This lesson discusses a story from the Word and suggests projects and activities for young children.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 The Parable of the Sower and Your Life
Look at aspects of this parable and think about how they may apply to your life.
Activity | Ages 11 - 14

 The Parable of the Tares
"Good and evil uncomfortably coexisting is the reality of life. And this story describes how we are to deal with certain evils in our lives."
Worship Talk | Ages over 18

 The Pearl of Great Price
We can find something beautiful and precious if we are willing to work for it.
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Sower
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Sower - Level A
Complete lesson with activity choices on the parable of the sower: song and video to help act the story, a collage of seeds on different grounds, scripted story discussion, coloring page, and a memory verse. Sample from the Youth Journey Program Five Parables of Heaven, Level A, ages 3-6.
Sunday School Lesson | Ages 3 - 6

 The Sower - Level B
Complete lesson with activity choices on the parable of the sower: create a sower story bag, plant actual seeds, watch a song video, scripted story discussion, coloring page, and a memory verse. Sample from the Youth Journey Program Five Parables of Heaven, Level B, ages 7-10.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 The Sower - Level C
Complete lesson with activity choices on the parable of the sower: role play game comparing kinds of ground to kinds of listening, practice cultivating good spiritual ground, scripted story discussion, and a read-reflect-respond activity on having ears and a voice. Sample from the Youth Journey Program Five Parables of Heaven, Level C, ages 11-14.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 14

 True Believer and Humble Servant
Worship Talk | Ages 7 - 14

 What Do Plants Need?
What happens if a plant does not have water, warmth, or light? Who provides these for plants and for us? These are just some of the ways that the Lord helps plants grow. 
Activity | Ages 4 - 10


번역: