Ware Christelijke Religie #13

Da Emanuel Swedenborg

Studia questo passo

  
/ 853  
  

13. VI. Wanneer God niet één was, had het heelal niet geschapen noch in stand gehouden kunnen worden. Dat men uit de schepping van het heelal de eenheid van God kan opmaken, komt omdat het heelal een werk is dat van de eerste tot de laatste dingen als één tezamen hangt en van één God afhangt, zoals het lichaam van zijn ziel. Het heelal is zo geschapen dat God alomtegenwoordig kan zijn en alle dingen daarvan tot in bijzonderheden onder Zijn toezicht kan houden en voortdurend als één tezamen kan houden, hetgeen instandhouden is. Daarvandaan is het ook dat Jehovah God zegt, dat Hij de Eerste en de Laatste is, het Begin en het Einde, de Alfa en de Omega, (Jesaja 44:6; Apocalyps 1:8, 17), en elders dat Hij alle dingen maakt, de hemelen uitbreidt en de aarde uitspant, uit Hemzelf, (Jesaja 44:24). Dit grote stelsel dat heelal wordt genoemd, is een werk dat als één tezamen hangt van de eerste tot de laatste dingen, aangezien God bij het scheppen ervan een enig doel beoogde; en dit was: de engelenhemel vanuit het menselijk geslacht, en de middelen tot dit einddoel alle dingen zijn van waaruit de wereld is; want wie het einddoel wil, wil ook de middelen. Wie daarom de wereld beschouwt als een werk dat de middelen tot dit einddoel bevat, kan het geschapen heelal beschouwen als een werk, dat als één samenhangt; en kan zien dat de wereld een samenstel van nutten in opeenvolgende orde is ten behoeve van het menselijk geslacht van waaruit de engelenhemel. De Goddelijke Liefde kan geen ander einddoel beogen dan de eeuwige zaligheid van de mensen vanuit haar Goddelijk Wezen, en haar Goddelijke Wijsheid kan niets anders voortbrengen dan nutten die middelen tot dat einddoel zijn. Uit de beschouwing van de wereld in deze alomvattende voorstelling, kan ieder wijs mens begrijpen, dat de Schepper van het heelal één is en dat Zijn Wezen Liefde en Wijsheid is. Daarom kan daarin niet een enkel ding zijn, waarin niet van dichterbij of van verderaf een nut voor de mens verborgen ligt: voor zijn voedsel van de vruchten van de aarde, alsmede van de dieren en voor zijn kleding van dezelfde dingen. Tot de wonderlijke dingen behoort dit dat die geringe rupsen die zijderupsen worden genoemd zowel vrouwen als mannen, van koninginnen en koningen af tot dienstmeisjes en knechten toe, met zijde bekleden en prachtig uitdossen; en dat de gering wormen als de bijen zijn, de was leveren voor de kandelaars, waardoor dan de tempels en paleizen in lichtglans baden. Zij die enige dingen in de wereld afzonderlijk beschouwen en niet alle dingen op alomvattende wijze in hun verband, waarin de einddoelen, de middeloorzaken en de werkingen gelegen zijn, alsmede zij die de schepping niet uit de Goddelijke Liefde door de Goddelijke Wijsheid afleiden, kunnen niet zien dat het heelal een werk is van één God, en dat Hij in elk nut afzonderlijk woont, omdat Hij in het einddoel woont; want eenieder die in het einddoel is, is ook in de middelen, aangezien binnen alle middelen het einddoel gelegen is dat de middelen in werking stelt en deze leidt. Zij die het heelal niet als het werk van God beschouwen en als de woning van Zijn liefde en wijsheid, maar als een werk van de natuur en als de woning van de warmte en van het licht van de zon, sluiten de hogere dingen van hun gemoed voor God, en openen de lagere dingen van hun gemoed voor de duivel, en leggen vandaar het menselijke af en trekken het dierlijke aan en geloven niet alleen dat zij aan de beesten gelijk zijn, maar worden het ook; want zij zijn vossen naar de sluwheid, wolven naar de wildheid, panters naar de listigheid, tijgers naar de wreedheid, krokodillen, slangen, uilen en andere nachtvogels naar de aard van deze dieren. Zij die van dien aard zijn, verschijnen ook in de geestelijke wereld van verre aan deze dieren gelijk; hun liefde tot het boze neemt zulke vormen aan.

  
/ 853  
  

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.