Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #6482

Da Emanuel Swedenborg

Studia questo passo

  
/ 10837  
  

6482. Ik sprak met geesten over de universele regering van de Heer, namelijk dat het universele nooit kan bestaan zonder de afzonderlijke dingen en dat het universele anders niets is, want dat het universeel wordt genoemd, komt omdat de afzonderlijke dingen tegelijk zo betiteld worden, zoals de bijzondere dingen tegelijk genomen het algemene wordt genoemd; daarom is ‘Voorzienigheid in het universele en niet in de afzonderlijke dingen’ zeggen, dus niets zeggen. Indien iemand onder de Voorzienigheid in het universele de instandhouding van het geheel verstaat volgens de orde die aan de algehele natuur in de eerste schepping is ingeprent, dan neemt hij niet in overweging dat niets kan blijven bestaan tenzij het voortdurend ontstaat, want, zoals het in de wetenschappelijke wereld bekend is, blijven bestaan is een voortdurend ontstaan; dus is de instandhouding een voortdurende schepping; en dus is de Voorzienigheid voortdurend in de afzonderlijke dingen. Sommigen bevestigen zich hierin dat er een universele voorzienigheid bestaat zonder bijzondere, met als voorbeeld een koning die universeel regeert, maar niet afzonderlijk; maar zij bedenken niet dat het koningschap niet slechts bij de koning zelf is, maar ook bij zijn ministers, die hem vervangen in zulke dingen waartoe hij zelf niet in staat is of niet in de gelegenheid is; en zo is dus het universele, dat van de koning is, in de afzonderlijke dingen. Mara dit is niet nodig bij de Heer; want al wat in Hem is, is Oneindig, omdat het Goddelijk is; dat de engelen Zijn dienaren zijn, is opdat zij in een actief leven zijn en vandaar in gelukzaligheid; niettemin zijn de taken die zij verrichten, niet vanuit hen, maar vanuit de invloeiing uit de Heer; dit is wat de engelen eveneens eensgezind bekennen.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl