Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #18

Por Emanuel Swedenborg

Estudiar este pasaje

      |   
/ 10837  
  

18. Met de ‘aangezichten van de afgrond’ worden zijn begeerten bedoeld, en de valsheden hiervan, uit welke en in welke hij geheel en al is. Omdat hij geen licht heeft, is hij als een afgrond, of als iets dat verward en donker is. Dezen worden hier en daar in het Woord ook afgronden genoemd en diepten der zee, die uitgedroogd of uitgeroeid worden, voordat de mens wordt wedergeboren, zoals bij Jesaja:

‘Waak op als in de dagen vanouds, van de geslachten uit de voortijd! Zijt gij het niet, die de zee hebt drooggelegd, de wateren van de grote diepte; die de diepte der zee hebt gemaakt tot een weg, een doortocht voor verlosten? De vrijgekochten van Jehovah zullen wederkeren’, (Jesaja 51:9, 10, 11a). Wanneer zo’n mens vanuit de hemel gezien wordt, verschijnt hij ook als een zwarte massa, die niets levends in zich heeft. Dezelfde dingen hebben in het algemeen betrekking op de uitroeiing van de oude mens; hierover vindt men vele plaatsen bij de profeten, en dit gaat aan de wedergeboorte vooraf, want vóór de mens kan weten, wat waar is, en vóór hij door het goede kan worden aangedaan, moeten die dingen verwijderd zijn die in de weg staan en weerstreven. Zo moet de oude mens sterven, voordat de nieuwe mens ontvangen kan worden.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl