Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus # 6112

Prostudujte si tuto pasáž

  
/ 10837  
  

6112. En Jozef verzamelde alle zilver; dat dit al het ware en aanwendbare wetenschappelijke betekent, staat vast uit de betekenis van verzamelen, namelijk tot één samenbrengen; uit de uitbeelding van Jozef, namelijk het innerlijk hemelse, waarover vaak eerder; en uit de betekenis van het zilver, namelijk het ware, nrs. 1551, 2954, 5658; hier echter het ware en aanwendbare wetenschappelijke, want het wordt gezegd van het zilver in het land van Egypte en in het land Kanaän, zoals hierna volgt; vandaar komt het dat met ‘Jozef verzamelde alle zilver’, wordt aangeduid dat het innerlijke hemelse al het ware en aanwendbare wetenschappelijke tot één samenbracht. Dat wetenschappelijke wordt waar en aanwendbaar genoemd, dat niet door begoochelingen wordt verduisterd, die, zolang die niet uiteengeslagen kunnen worden, het wetenschappelijke niet aanwendbaar maken; en eveneens dat wetenschappelijke dat niet verdraaid is geworden door toevoegingen aan valse en boze dingen door anderen of door iemand zelf, want wanneer deze eenmaal in enig wetenschappelijke zijn geprent, blijven zij; daarom is het wetenschappelijke dat niet aan die euvels lijdt, een waar en aanwendbaar wetenschappelijke.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus # 2954

Prostudujte si tuto pasáž

  
/ 10837  
  

2954. Dat de woorden ‘ik zal het zilver des velds geven, neem het van mij aan’ de verlossing betekenen ten aanzien van de waarheden van de Kerk, die van de Heer komen, blijkt uit de betekenis van zilver geven, namelijk verlossen door het ware, waarover eerder in nr. 2937, want het zilver is het ware, nr. 1551;

uit de betekenis van het veld, namelijk de Kerk en eveneens de leer van het ware, waarover de nrs. 368, 2936;

en uit de betekenis van ‘van mij aannemen’, namelijk het wederkerige bij hen die van de Kerk zijn; het wederkerige is het geloof dat de verlossing van de Heer alleen is. Wat de verlossing betreft, deze is hetzelfde als de hervorming en de wederverwekking en vandaar de bevrijding van de hel en de zaligmaking. De verlossing of hervorming en zaligmaking van de mensen van de geestelijke Kerk gebeurt door het ware, maar die van de mensen van de hemelse Kerk door het goede. De redenen hiervan zijn eerder herhaaldelijk aangegeven, namelijk dat de geestelijken niets van de wil tot het goede hebben, maar dat zij daarvoor in de plaats begiftigd zijn met het vermogen om te verstaan wat het goede is; het is het verstand van het goede, dat voornamelijk het ware wordt genoemd en wel het ware van het geloof; maar dit te willen en vandaar dit te doen is het, wat het goede wordt genoemd. De geestelijken worden dus door het verstand van het goede of wat hetzelfde is, door het ware, in de wil tot het goede binnengeleid, of wat hetzelfde is, in het goede; maar niet in iets van de wil tot het goede uit zichzelf, want alle wil tot het goede is bij hen verloren gegaan, nrs. 895, 927, 2124, maar in een nieuwe wil, die zij van de Heer ontvangen, nrs. 863, 875, 1023, 1043, 1044;

en wanneer zij deze wil ontvangen hebben, worden zij in het bijzonder verlosten genoemd.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl