Bible

 

Joël 2

Dutch Staten Vertaling         

Studovat vnitřní smysl

← Předchozí   Další →

1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.

2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.

3 Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.

4 De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.

5 Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.

6 Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.

7 Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.

8 Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.

9 Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.

10 De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.

11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?

12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.

13 En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.

14 Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter Zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor den HEERE, uw God.

15 Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.

16 Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer.

17 Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hunlieder God?

18 Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen.

19 En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen.

20 En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan.

21 Vrees niet, o land! verheug u, en wees blijde; want de HEERE heeft grote dingen gedaan.

22 Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.

23 En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand.

24 En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen.

25 Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten; Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb.

26 En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid.

27 En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israel ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.

28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.

30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren.

31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt.

32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.

← Předchozí   Další →

   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 199


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 31, 46, 217, 488, 547, 574, 588, ...

Apocalyps Onthuld 8, 37, 51, 53, 164, 312, 331, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 78

Leer Over De Heer 4, 14, 38, 49

Leer over de Gewijde Schrift 14, 86

Hemel en Hel 119, 570

Het Laatste Oordeel 3

Ware Christelijke Religie 82, 198, 251, 318, 620, 689


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 72, 109, 183, 193, 261, 329, 340, ...

Canons of the New Church 27

Coronis - Aanhangsel tot Ware Christelijke Religie 3, 56, 58

Marriage 82

Scriptural Confirmations 3, 4, 9, 55, 75

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 2:8

Exodus 10:6, 14, 33:5, 34:6

Leviticus 26:4, 5, 12

Numeri 10:2, 3, 11:29, 23:21

Deuteronomium 4:29, 8:10, 11:14, 32:36

Jozua 7:9

Judges 2:4

Ruth 1:6

I Samuël 7:6

II Samuël 16:12, 24:10

I Koningen 8:36

2 Kings 19:31

2 Chronicles 6:27, 20:13, 30:6

Nehemiah 9:1

Job 37:13

Psalm 18:14, 42:4, 11, 65:13, 68:18, 86:15, 126:3, 147:8

Proverbs 1:23, 30:27

Jesaja 1:13, 12:6, 13:6, 9, 10, 22:12, 25:1, 30:23, 33:4, 41:16, 44:3, 45:6, 17, 46:9

Jeremia 1:14, 3:22, 5:17, 13:6, 16, 18:8, 30:6, 7, 36:7

Ezechiël 8:16, 12:23, 21:12, 34:26, 36:8, 29, 30, 39:29, 47:18

Hosea 12:7

Joël 1:2, 4, 6, 9, 13, 14, 15, 19, 3:4

Amos 5:18, 20

Jonah 3:9

Micha 7:10

Nahum 2:11, 3:2

Habakkuk 1:6, 3:18

Zefanja 1:7, 15, 3:14

Haggai 2:19

Zacharia 1:14, 2:9, 8:12, 14:6

Maleachi 3:11

Mattheüs 23:35

Marcus 13:19, 24

Acts of the Apostles 2:20

James 4:9

Apocalyps 6:17, 9:2, 7

Word/Phrase Explanations

bazuin
'Trumpets,' and all other wind instruments, relate to celestial affections.

berg
'Hills' signify the good of charity.

heiligheid
The Bible describes many things as being holy, or sacred. The Ark of the Covenant is one very holy object. The inmost chamber of the...

Inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

Lands
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

een dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

duisternis
"Darkness" is a state without light. "Light" is truth from the Lord, so "darkness" is a state where truth is lacking.

wolken
In Isaiah 19:1, "Jehovah rides upon a light cloud, and comes into Egypt", signifies the visitation of the natural man from spiritual-natural Divine Truth, for...

van ouds
In many cases, the use of “eternity” in the Bible is pretty literal, simple meaning forever. This is especially true when the text is referring...

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

achter
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

Vlam
A flame signifies spiritual good, and the light of it truth from that good. A flame of fire, as in Revelation 1:14, signifies spiritual love,...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

paarden
'A horse' signifies knowledges or understanding of the Word. In an opposite sense it signifies the understanding of the Word falsified by reasonings, and likewise...

ruiters
'A horseman' signifies intelligence, or one who is intelligent. 'A horseman,' as mentioned in Revelation 9:16, signifies reasonings concerning faith alone. 'A horseman' can also...

stoppelen
'To be consumed as stubble' denotes total vastation.

wegen
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

paden
'A path' denotes truths, and in the opposite sense, falsities.

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

huizen
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

vensteren
'Window' signifies truth in the light.

hemel
Heavens are celestial and spiritual things. Consequently, they are inmost things, both of the Lord's kingdom in heaven the and in the earth. This also...

beeft
'To tremble,' as in Jeremiah 10:10, relates to the church when falsities are believed and called truths.

zon
The 'sun' signifies celestial and spiritual love. The 'sun' in the Word, when referring to the Lord, signifies His divine love and wisdom. Because the...

maan
'The moon' signifies the Lord in reference to faith, and thus faith in the Lord. 'The moon' signifies spiritual good or truth. 'The moon' signifies...

sterren
'Stars' signify the knowledge of truth and good. 'Stars' are frequently mentioned in the Word, and always signify goods and truths, but in an opposite...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

leger
Forces denote the power of truth.

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

god
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

barmhartig
In regular language, "mercy" means being caring and compassionate toward those who are in poor states. That's a position we are all in relative to...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

gemeente
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

vergadert
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

borsten
The breast (Ezek. 16:7), signifies natural good.

zuigen
To 'suckle' denotes taking in good, because 'a nurse,' or 'one who suckles' signifies implanting good. To 'suckle,' as in Genesis 21:7, signifies implanting the...

bruid
'A bride' means the church in respect to Divine truth from the Lord.

bruidegom
On a human level, a bride represents the affection for what is true, and the bridegroom represents the affection for what is good. Most references...

priesters
Priests' represent the Lord regarding His divine good. When they do not acknowledge the Lord, they lose their signification of the Lord.

dienaars
People in the Word who operate the details of charity are called 'ministers.'

altaar
The first altar mentioned in the Word was built by Noah after he came out of the ark. On that altar, he sacrificed clean animals...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

antwoorden
To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

most
'Must' or 'new wine' denotes evil produced by false.

zee
Water generally represents what Swedenborg calls “natural truth,” or true concepts about day-to-day matters and physical things. Since all water ultimately flows into the seas,...

beesten
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

woestijn
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

vrucht
We tend to think of "fruit" in two ways in natural language. One is as food that grows on trees and vines, sweet and delicious,...

vermogen
The word used for 'activity,' as in ('Genesis 47:6'), in Hebrew also means 'strength' and 'virtue,' which, in the internal sense, means something that prevails,...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

gerechtigheid
'Justice' signifies both good and truth.

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

dorsvloeren
The floor, as in Matthew 3:12, signifies the world of spirits which is between heaven and hell, and where the separation of evils and falsities...

vol
'To satiate' relates to the extent of a person's will, for good or evil.

vergelden
'To repay' denotes making amends by truth.

sprinkhaan
'Locusts' signify falsities in the extremes, which consume the truths and goods of the church in a person. 'The locusts' which John the Baptist ate...

Rups
Caterpillars, mentioned in Joel 1:4, signify the evil of the sensual man.

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

beschaamd
To be ashamed (Gen 2:25) signifies to be in evil

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

zonen
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

Ouden
Ancients of the people, and the princes thereof ('Isaiah 3:14'), have a similar signification with the twelve disciples.

dromen
A dream, as in Genesis 20:3,signifies being somewhat obscure.

zien
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

dienstmaagden
'A handmaid' signifies the affection of rational and scientific things. 'A handmaid,' as mentioned in Genesis 30:3, signifies the affirming medium of conjoining inner truths...

bloed
Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

Jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

Bible

 

Exodus 34:6

Dutch Staten Vertaling         

Studovat vnitřní smysl

← Předchozí    Celá kapitola    Další →

6 Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.

   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 10601, 10616, 10617, 10618, 10619


Další odkazy Swedenborga k tomuto verši:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 6180, 10577, 10598

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 24:27

Numeri 12:8

Deuteronomium 4:31

II Samuël 24:14

2 Chronicles 30:9

Psalm 86:15, 103:8, 116:5

Proverbs 3:3

Joël 2:13

Nahum 1:3

Johannes 17

Romans 2:4

Word/Phrase Explanations

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

riep
'To proclaim' signifies exploration from influx of the Lord.

barmhartig
In regular language, "mercy" means being caring and compassionate toward those who are in poor states. That's a position we are all in relative to...

waarheid
There's a great deal of talk in Swedenborg about "truth" as a concept – it's how we learn the Lord's will, what we must seek...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Bible Jeopardy Game: The Tabernacle
Use the Bible Jeopardy questions to review the story of the Tabernacle.
Activity | Ages 7 - 14

 The Shining Face of Moses
Project | Ages 4 - 14

 The Ten Commandments Received, The Golden Calf
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis # 2567

Hemelse Verborgenheden in Genesis (Weevers vertaling)      

Study this Passage

Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

2567. Dat de woorden ‘dienstknechten en dienstmaagden’ betekenen, eveneens met redelijke waarheden en natuurlijke waarheden en tevens met de aandoeningen daarvan, blijkt uit de betekenis van dienstknechten en dienstmaagden. Dienstknechten en dienstmaagden worden herhaaldelijk in het Woord genoemd en door hen worden in de innerlijke zin die dingen aangeduid, die betrekkelijk lager en geringer zijn, zoals de redelijke en natuurlijke dingen in verhouding tot de geestelijke en hemelse. Onder natuurlijke waarheden worden de wetenschappelijke dingen van allerlei aard verstaan, want deze zijn natuurlijk. Dat door dienstknechten en dienstmaagden in het Woord deze dingen worden aangeduid, blijkt duidelijk uit de innerlijke zin van de woorden, waar die genoemd worden, zoals bij Jesaja:

‘Jehovah zal zich over Jakob ontfermen en Hij zal Israël nog verkiezen en Hij zal hen op hun aardbodem zetten, en de vreemdeling zal hen aanhangen en zij zullen zich tot het huis van Jakob vervoegen; en de volken zullen hen aannemen en hen in hun plaats brengen; en het huis Israëls zal hen voor zichzelf erfelijk bezitten op de aardbodem van Jehovah tot knechten en tot maagden’, (Jesaja 14:1, 2) hier staat Jakob voor de uiterlijke Kerk, Israël voor de innerlijke Kerk, de vreemdeling voor degenen die onderricht worden in de waarheden en de goedheden, nrs. 1463, 2025; knechten en maagden staan voor de natuurlijke en redelijke waarheden met de aandoeningen ervan, die de met Jakob en Israël bedoelde Kerk moeten dienen. Dat hier niet Jakob en Israël of de Joden en Israëlieten worden bedoeld, komt duidelijk uit, want dezen werden, toen zij onder de heidenen werden verstrooid, tot heidenen. De Joden koesteren nog steeds met zorg deze profetie en verwachten de vervulling ervan en wel volgens de letter, namelijk dat de vreemdelingen hen zullen aanhangen, dat de volken hen naar hun plaats zullen brengen en hun zullen zijn tot dienstknechten en dienstmaagden, terwijl er toch zelfs niet het allerminste ten aanzien van de Joden en Israëlieten wordt bedoeld in de profetieën in het Woord, waar zij vermeld worden; hetgeen aan hen ook duidelijk kan zijn, dat van Israël, evenzeer als van Jehudah, hier en daar wordt gezegd, dat zij teruggebracht zullen worden.

Bij dezelfde:

‘Ziet, Jehovah maakt de aarde ledig, en ledigt haar uit en Hij zal haar aangezichten misvormen en haar inwoners verstrooien; en gelijk het volk, alzo zal de priester wezen, gelijk de knecht, alzo zijn heer, gelijk de dienstmaagd, alzo haar meesteres’, (Jesaja 24:1, 2) hier staat de aarde voor de Kerk, nrs. 662, 1066, 1067, 1850, die ledig gemaakt en uitgeledigd wordt en waarvan de aangezichten misvormd en waarvan de inwoners verstrooid worden, wanneer er geen innerlijke waarheden en goedheden meer zijn, die het volk en de priester zijn en ook geen uiterlijke waarheden, die de knecht en de dienstmaagd zijn; wat plaatsvindt, wanneer de uiterlijke dingen over de innerlijke heersen.

Bij dezelfde:

‘Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen en uit Jehudah een erfgenaam van Mijne bergen en Mijn uitverkorenen zullen het bezitten en Mijn knechten zullen aldaar wonen’, (Jesaja 65:9) hier staat Jakob voor de uiterlijke Kerk, Jehudah voor de innerlijke hemelse Kerk, de uitverkorenen voor haar goedheden, de knechten voor haar waarheden.

Bij Joël:

‘Ik zal Mijn geest uitgieten over alle vlees en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn geest uitgieten’, (Joël 2:28, 29) waar sprake is van het rijk van de Heer; profeteren staat voor onderwijzen, nr. 2534;

de zonen voor de waarheden zelf, nrs. 489, 491, 533, 1147; dochters voor de goedheden zelf, nrs. 489, 490, 491; dienstknechten en dienstmaagden voor de lagere waarheden en goedheden, waarover de geest uitgegoten wordt genoemd, wanneer zij toetreden en bevestigen. Dat dergelijke dingen hier en elders door dienstknechten en dienstmaagden worden aangeduid, komt niet zozeer uit, zowel vanwege de algemene voorstelling van dienstknechten en dienstmaagden, als vanwege het schijnbare historische begrip.

Bij Johannes:

‘Ik zag een engel, staande in de zon en hij riep met een grote stem, zeggende tot de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Eet het vlees der koningen en het vlees der oversten over duizend en het vlees der sterken en het vlees der paarden en van degenen die daarop zitten en het vlees van alle vrijen en dienstknechten en kleinen en groten’, (Openbaring 19:17, 18) het is duidelijk, dat het niet het vlees van koningen, oversten, sterken, paarden, van daarop zittenden, vrijen en dienstknechten is, dat zij eten zouden, maar dat het de innerlijke en uiterlijke waarheden van de Kerk waren, die hun tot vlees werden. Dat de dienstknechten waarheden betekenen en de dienstmaagden goedheden, die dienen en dus aan de geestelijke en hemelse waarheden en goedheden dienstbaar zijn, blijkt duidelijk genoeg uit de wetten in de uitbeeldende Kerk ten aanzien van de dienstknechten en dienstmaagden, welke wetten alle de staat van de Kerk en het rijk van de Heer in het algemeen en in het bijzonder betreffen en hoe de lagere waarheden en goedheden die de natuurlijke en redelijke zijn, de geestelijke en hemelse en dus de Goddelijke moeten dienen; zo bijvoorbeeld dat de Hebreeuwse dienstknecht en de Hebreeuwse dienstmaagd in het zevende jaar vrij zou zijn en dat hem dan gegeven zou worden van de kudde van kleinvee, van de dorsvloer en van de wijnpers, (Exodus 21:2, 6; Deuteronomium 15:12-15; Jeremia 34:9-14). Dat ‘de echtgenote vrij zal zijn, indien zij met hem in dienst was getreden, maar indien hem de heer een echtgenote gegeven heeft, zo zal de echtgenote en de kinderen van de heer zijn; (Exodus 21:3, 4) dat ‘een arme broeder die verkocht is, niet zal dienen de dienst van een slaaf, maar als een dagloner en als een bijwoner, in het jubeljaar uit zal gaan tezamen met zijn kinderen’, (Leviticus 25:39-43). Als een broeder verkocht was aan een vreemdeling bijwoner, kon hij gelost worden en vrij uitgaan in het jubeljaar, (Leviticus 25:47 e.v.) dienstmaagden en dienstknechten mochten gekocht worden van de natiën die rondom zijn en van de zonen van de vreemdelingen bijwoners en zij zouden hun tot een voortdurende bezitting zijn, waarover zij heersen zouden, maar niet over de zonen Israëls, (Leviticus 25:44-46) indien een dienstknecht niet uit de dienst wilde gaan, moest zijn oor met een priem doorboord worden, aan de deur, en moest hij voor altijd dienstknecht zijn; evenzo met de dienstmaagd, (Exodus 21:6; Deuteronomium 15:16, 17). Indien iemand zijn dienstknecht of zijn dienstmaagd met een stok sloeg, zodat hij stierf, moest hij gewroken worden; maar zo hij een dag of twee dagen overleefde, zou hij vrij zijn, want hij was zijn zilver, (Exodus 21:20, 21). Indien iemand het oog of een tand van zijn dienstknecht uitsloeg, zou hij vrij uitgaan, (Exodus 21:26, 27). Indien een os een knecht of een dienstmaagd gestoten had, zodat hij stierf, moest de eigenaar zijn heer dertig sikkels geven en de os gestenigd worden, (Exodus 21:32). Een knecht die van zijn heer ontkomen was, mocht niet opgesloten worden, maar zou wonen in de plaats die hij verkoos en ook niet verdrukt worden, (Deuteronomium 23:15, 16). Een knecht, voor zilver gekocht en besneden, zou het Pascha eten, (Exodus 12:44, 45). Iemands dochter, die gekocht was, zou niet uitgaan tot de dienst, gelijk de dienstknechten; indien zij boos was, mocht hij haar niet aan een vreemdeling verkopen; indien zij aan zijn zoon werd ondertrouwd, zou zij zijn als een dochter; indien hij een andere nam, zo zou hij haar spijs, haar deksel en haar huwelijksplicht niet verminderen; als hij deze dingen niet deed, zou zij om niet uitgaan uit de dienst, (Exodus 21:7-12). Al deze wetten leiden de oorsprong af van de wetten van het ware en goede in de hemel en in de innerlijke zin hebben ze daarop betrekking, maar deels door overeenstemming, deels door uitbeeldingen en deels door aanduidingen. Maar nadat de uitbeeldingen en aanduidingen van de Kerk, die de buitenste en laagste dingen van de eredienst waren, waren opgeheven, hield ook de noodzakelijkheid van deze wetten op; wanneer nu deze wetten zouden worden ontvouwd naar de wetten van de orde van het ware en goede en naar de uitbeeldingen en aanduidingen, zou het duidelijk blijken, dat door de dienstknechten niets anders wordt aangeduid dan redelijke en wetenschappelijke waarheden, die lagere waarheden zijn en daarom de geestelijke waarheden moeten dienen; en dat door de dienstmaagden de goedheden daarvan worden aangeduid, die, omdat zij ook lager zijn, weliswaar moeten dienen, maar op andere wijze, en daarom verschilden sommige wetten ten aanzien van de dienstmaagden van de wetten ten aanzien van de dienstknechten; want de waarheden zijn op zichzelf beschouwd meer dienstknecht dan haar goedheden. Door ‘het recht der koningen’ bij Samuël wordt in de innerlijke zin niets anders aangeduid dan het recht van het ware en ook het recht van het valse, wanneer het begint te heersen over het ware en over het goede, wat blijken kan uit de verklaring van de woorden, waarmee het beschreven werd:

‘Dit zal het recht van de koning zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen en zal hen zich stellen tot zijn wagens en tot zijn ruiters, en zij zullen voor zijn wagens heen lopen; hij zal uw dochters nemen tot geurbereidsters en tot kokkinnen en tot baksters; hij zal uw knechten en uw dienstmaagden en uw beste jongelingen en uw ezels nemen en hij zal zijn werk daarmee doen; hij zal uw kudde van kleinvee vertienden; tenslotte zult gij tot knechten zijn; en gij zult te dien dage roepen, vanwege uw koning, die gij u verkoren hebt en Jehovah zal u te dien dage niet antwoorden’, (1 Samuël 8:11, 13, 16-18). Dat door de koning het ware wordt aangeduid, zie men in de nrs. 1672, 2015, 2069; dus in de tegenovergestelde zin, dingen die niet waar zijn, dat wil zeggen, valsheden. Door de zonen, die hij zich stellen zal tot zijn wagens en tot zijn ruiters, worden de waarheden van de leer aangeduid, die dienstbaar zouden zijn aan de beginselen van het valse, welke de wagens en de ruiters zijn; door de dochters die hij nemen zal als geurbereidsters, kokkinnen en baksters, worden de goedheden van de leer aangeduid, waarmee hij deze valsheden zou veraangenamen en die hij de valsheden zou laten begunstigen; door de knechten en de dienstmaagden, de jongelingen en de ezels, waarmee hij zijn werk zal doen, worden de redelijke en wetenschappelijke dingen aangeduid, waarmee hij deze valsheden zou bevestigen. Door de kudde van kleinvee die hij zal vertienden, worden de overblijfselen van het goede aangeduid die hij zou schenden; en door de woorden ‘dat zij tot knechten zouden zijn’ wordt aangeduid, dat het zou geschieden, dat de hemelse en geestelijke dingen van het Woord en van de leer, in plaats van te heersen, dienstbaar zouden zijn aan de bevestiging van de valsheden van de beginselen ervan en van de boosheden van de begeerten ervan; want er is niets dat niet gegoten wordt in de beginselen van het valse om te bevestigen, door vals toe te passen, slinks uit te leggen, te verdraaien en die dingen te verwerpen die niet begunstigen; daarom wordt er aan toegevoegd, ‘als gij te dien dage zult roepen vanwege uw koning, die gij u verkoren hebt, Jehovah zal u te doen dage niet antwoorden’.

(Odkazy: Isaiah 14:1-2)


Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

   Study this Passage
From Swedenborg's Works

Inbound References:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 2541, 2583, 2657, 2782, 3019, 3463, 3581, 3835, 3913, 4037, 4344, 5237, 7780, 8890, 8993, 9034, 9058, 9059, 9081, 9281


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2017 op www.swedenborg.nl


Přeložit: