Bible

 

Joël 2

Dutch Staten Vertaling         

Studovat vnitřní smysl

← Předchozí   Další →

1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.

2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.

3 Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.

4 De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.

5 Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.

6 Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.

7 Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.

8 Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.

9 Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.

10 De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.

11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?

12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.

13 En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.

14 Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter Zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor den HEERE, uw God.

15 Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.

16 Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer.

17 Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hunlieder God?

18 Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen.

19 En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen.

20 En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan.

21 Vrees niet, o land! verheug u, en wees blijde; want de HEERE heeft grote dingen gedaan.

22 Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.

23 En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand.

24 En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen.

25 Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten; Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb.

26 En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid.

27 En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israel ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.

28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.

30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren.

31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt.

32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.

← Předchozí   Další →

   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 199


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 31, 46, 217, 488, 547, 574, 588, ...

Apocalyps Onthuld 8, 37, 51, 53, 164, 312, 331, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 78

Leer Over De Heer 4, 14, 38, 49

Leer over de Gewijde Schrift 14, 86

Hemel en Hel 119, 570

Het Laatste Oordeel 3

Ware Christelijke Religie 82, 198, 251, 318, 620, 689


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 72, 109, 183, 193, 261, 329, 340, ...

Canons of the New Church 27

Coronis - Aanhangsel tot Ware Christelijke Religie 3, 56, 58

Marriage 82

Scriptural Confirmations 3, 4, 9, 55, 75

Skočit na podobné biblické verše

Genesis 2:8

Exodus 10:6, 14, 33:5, 34:6

Leviticus 26:4, 5, 12

Numeri 10:2, 3, 11:29, 23:21

Deuteronomium 4:29, 8:10, 11:14, 32:36

Jozua 7:9

Rechters 2:4

Ruth 1:6

I Samuël 7:6

II Samuël 16:12, 24:10

I Koningen 8:36

2 Koningen 19:31

2 Kronieken 6:27, 20:13, 30:6

Nehemiah 9:1

Job 37:13

Psalm 18:14, 42:4, 11, 65:13, 68:18, 86:15, 126:3, 147:8

Proverbs 1:23, 30:27

Jesaja 1:13, 12:6, 13:6, 9, 10, 22:12, 25:1, 30:23, 33:4, 41:16, 44:3, 45:6, 17, 46:9

Jeremia 1:14, 3:22, 5:17, 13:6, 16, 18:8, 30:6, 7, 36:7

Ezechiël 8:16, 12:23, 21:12, 34:26, 36:8, 29, 30, 39:29, 47:18

Hosea 12:7

Joël 1:2, 4, 6, 9, 13, 14, 15, 19, 3:4

Amos 5:18, 20

Jonah 3:9

Micha 7:10

Nahum 2:11, 3:2

Habakkuk 1:6, 3:18

Zefanja 1:7, 15, 3:14

Haggai 2:19

Zacharia 1:14, 2:9, 8:12, 14:6

Maleachi 3:11

Mattheüs 23:35

Marcus 13:19, 24

Handelingen van de Apostelen 2:20

James 4:9

Apocalyps 6:17, 9:2, 7

Vysvětlení slova/fráze

bazuin
'Trumpets,' and all other wind instruments, relate to celestial affections.

berg
'Hills' signify the good of charity.

heiligheid
The Bible describes many things as being holy, or sacred. The Ark of the Covenant is one very holy object. The inmost chamber of the...

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

Lands
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

een dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

duisternis
"Duisternis" is een toestand zonder licht. "Licht" is de waarheid van de Heer, dus "duisternis" staat voor een toestand waarin de waarheid ontbreekt. Hier is...

wolken
In Isaiah 19:1, "Jehovah rides upon a light cloud, and comes into Egypt", signifies the visitation of the natural man from spiritual-natural Divine Truth, for...

bergen
'Hills' signify the good of charity.

van ouds
In many cases, the use of “eternity” in the Bible is pretty literal, simple meaning forever. This is especially true when the text is referring...

na
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

achter
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

vlam
A flame signifies spiritual good, and the light of it truth from that good. A flame of fire, as in Revelation 1:14, signifies spiritual love,...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

wildernis
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

paarden
'A horse' signifies knowledges or understanding of the Word. In an opposite sense it signifies the understanding of the Word falsified by reasonings, and likewise...

ruiters
'A horseman' signifies intelligence, or one who is intelligent. 'A horseman,' as mentioned in Revelation 9:16, signifies reasonings concerning faith alone. 'A horseman' can also...

stoppelen
'To be consumed as stubble' denotes total vastation.

wegen
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

paden
'A path' denotes truths, and in the opposite sense, falsities.

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

huizen
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

vensteren
'Window' signifies truth in the light.

aarde
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

hemel
Hemels zijn hemelse en spirituele dingen. Bijgevolg zijn ze in de meeste dingen, zowel van het koninkrijk van de Heer in de hemel als in...

beeft
'To tremble,' as in Jeremiah 10:10, relates to the church when falsities are believed and called truths.

zon
The 'sun' signifies celestial and spiritual love. The 'sun' in the Word, when referring to the Lord, signifies His divine love and wisdom. Because the...

maan
'The moon' signifies the Lord in reference to faith, and thus faith in the Lord. 'The moon' signifies spiritual good or truth. 'The moon' signifies...

sterren
'Stars' signify the knowledge of truth and good. 'Stars' are frequently mentioned in the Word, and always signify goods and truths, but in an opposite...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

leger
Forces denote the power of truth.

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

God
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

barmhartig
In regular language, "mercy" means being caring and compassionate toward those who are in poor states. That's a position we are all in relative to...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

gemeente
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

vergadert
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

borsten
The breast (Ezek. 16:7), signifies natural good.

zuigen
To 'suckle' denotes taking in good, because 'a nurse,' or 'one who suckles' signifies implanting good. To 'suckle,' as in Genesis 21:7, signifies implanting the...

bruidegom
On a human level, a bride represents the affection for what is true, and the bridegroom represents the affection for what is good. Most references...

bruid
'A bride' means the church in respect to Divine truth from the Lord.

priesters
Priests' represent the Lord regarding His divine good. When they do not acknowledge the Lord, they lose their signification of the Lord.

dienaars
People in the Word who operate the details of charity are called 'ministers.'

altaar
The first altar mentioned in the Word was built by Noah after he came out of the ark. On that altar, he sacrificed clean animals...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

antwoorden
To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

most
'Must' or 'new wine' denotes evil produced by false.

zee
Water generally represents what Swedenborg calls “natural truth,” or true concepts about day-to-day matters and physical things. Since all water ultimately flows into the seas,...

beesten
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

woestijn
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

vrucht
We tend to think of "fruit" in two ways in natural language. One is as food that grows on trees and vines, sweet and delicious,...

vermogen
The word used for 'activity,' as in ('Genesis 47:6'), in Hebrew also means 'strength' and 'virtue,' which, in the internal sense, means something that prevails,...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

gerechtigheid
'Justice' signifies both good and truth.

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

dorsvloeren
The floor, as in Matthew 3:12, signifies the world of spirits which is between heaven and hell, and where the separation of evils and falsities...

vol
'To satiate' relates to the extent of a person's will, for good or evil.

vergelden
'To repay' denotes making amends by truth.

sprinkhaan
'Locusts' signify falsities in the extremes, which consume the truths and goods of the church in a person. 'The locusts' which John the Baptist ate...

kruidworm
Caterpillars, mentioned in Joel 1:4, signify the evil of the sensual man.

Rups
Caterpillars, mentioned in Joel 1:4, signify the evil of the sensual man.

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

beschaamd
To be ashamed (Gen 2:25) signifies to be in evil

eeuwigheid
In many cases, the use of “eternity” in the Bible is pretty literal, simple meaning forever. This is especially true when the text is referring...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

zonen
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

Ouden
Ancients of the people, and the princes thereof ('Isaiah 3:14'), have a similar signification with the twelve disciples.

dromen
A dream, as in Genesis 20:3,signifies being somewhat obscure.

zien
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

dienstmaagden
'A handmaid' signifies the affection of rational and scientific things. 'A handmaid,' as mentioned in Genesis 30:3, signifies the affirming medium of conjoining inner truths...

dagen
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

bloed
Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

Bible

 

I Koningen 8:36

Dutch Staten Vertaling         

Studovat vnitřní smysl

← Předchozí    Celá kapitola    Další →

36 Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt.

   Studovat vnitřní smysl
Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Psalm 25:4, 32:8, 68:10

Joël 2:23

Vysvětlení slova/fráze

hemel
Hemels zijn hemelse en spirituele dingen. Bijgevolg zijn ze in de meeste dingen, zowel van het koninkrijk van de Heer in de hemel als in...

zonde
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

wandelen
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

regen
'Rain,' in a positive sense, denotes blessing, but in the opposite sense, damnation Rain,' as in Genesis 2:5-6, Exodus 34:25-27, and Hosea 6:3, signifies the...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 Prayer and the Question of Intercession
Worship Talk | Ages over 18

 Solomon’s Temple Game
Sunday School Lesson | Ages 9 - 12

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis # 5897

Hemelse Verborgenheden in Genesis (Weevers vertaling)      

Prostudujte si tuto pasáž

Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

5897. Om u overblijfselen te stellen in het land; dat dit het midden en het binnenste van de Kerk betekent, staat vast uit de betekenis van de overblijfselen, namelijk de met de ware dingen verbonden goede dingen, die binnen in de mens zijn weggeborgen, waarover de nrs. 468, 530, 560, 561, 660, 1050, 1906, 2284, 5135, 5342; hier het midden en het binnenste van de Kerk; er wordt gezegd het midden en het binnenste, omdat datgene wat het binnenste bij de mens is, in het natuurlijke, waar de binnenste en de innerlijke dingen tezamen zijn, het midden houdt. In het algemeen zijn dezelfde dingen die de binnenste zijn in die welke op elkaar volgen, in het midden of het middelpunt in die welke vanuit die gelijktijdig zijn, zoals het geval is in het natuurlijke; zo rangschikken zich de binnenste dingen in de uiterlijke. Om u overblijfselen te stellen in het land, sluit in dat bij de zonen van Jakob het binnenste van de Kerk moet zijn; niet dat zij in het binnenste waren, maar dat het uitbeeldende van de Kerk in geheel zijn vorm bij hen zou worden ingesteld en dat het Woord daar zou zijn; deze dingen worden aangeduid met de overblijfselen ten opzichte van de Kerk, afgezien van de natie. Overblijfselen en ook resten worden hier en daar in het Woord vermeld, maar daaronder werden alleen de overblijfselen en de resten van een volk of van een natie volgens de letter verstaan; maar dat zij in de geestelijke zin de goede en de ware dingen betekenen die door de Heer in de innerlijke mens zijn weggeborgen, was tot nu toe volslagen onbekend; zoals in deze volgende plaatsen; bij Jesaja:

‘Te dien dage zal de spruit van Jehovah zijn tot eer en tot heerlijkheid en de vrucht des lands tot pracht en tot sieraad voor de ontkoming van Israël; en het zal geschieden dat de overgelatene in Zion en de overgeblevene in Jeruzalem heilig geheten zal worden, eenieder die geschreven is ten leven in Jeruzalem’, (Jesaja 4:2, 3);

de overgelatene in Zion en de overgeblevene in Jeruzalem waren nooit geheiligd en ook niet meer dan de overigen ten leven geschreven; waaruit duidelijk blijkt dat onder de overgelatenen en de overgeblevenen de dingen worden verstaan die heilig en ten leven geschreven zijn; het zijn de met de ware dingen verbonden goede dingen die door de Heer in de innerlijk mens zijn weggeborgen.

Bij dezelfde:

‘Te dien dage zullen zij niet langer voortgaan, de overblijfselen van Israël en de ontkoming van het huis Jakobs, te steunen op hem die hen geslagen heeft; maar zij zullen steunen op Jehovah, de Heilige Israëls in de waarheid. De overblijfselen zullen wederkeren, de overblijfselen van Jakob tot de machtige God’, (Jesaja 10:20-22);

dat de overblijfselen niet overblijfselen van enig volk zijn of van enige natie, kan hieruit vaststaan dat in het Woord, vooral in het profetische, onder Israël niet Israël, noch onder Jakob Jakob werd verstaan, maar onder zowel als de een als de ander de Kerk en dat wat van de Kerk is; en omdat dit zo is, worden onder de overblijfselen niet overblijfselen van Israël en Jakob verstaan, maar de ware en goede dingen die van de Kerk zijn; ja zelfs betekenen ook niet de overblijfselen van een volk of de overgeblevenen van een natie, wanneer het zo wordt gezegd, de overblijfselen van enig volk of de overgeblevenen van enig natie, omdat met het volk in de innerlijke zin de ware dingen worden aangeduid, nrs. 1259, 1260, 3295, 3581 en met de natie de goede dingen, nrs. 1259, 1260, 1416;

dat met de overblijfselen de ware en de goede dingen worden aangeduid, was onbekend en schijnt vreemd; dit komt omdat de letterlijke zin, vooral waar deze historisch is, daarvan wegtrekt en sterk daarvan afhoudt zulke dingen te denken.

Bij dezelfde:

‘Dan zal er een pad zijn voor de overblijfselen des volks, die zullen overgebleven zijn uit Aschur, gelijk als het voor Israël was door de zee, toen hij opklom uit het land van Egypte’, (Jesaja 11:16);

eender zijn de uit Aschur overgeblevenen degenen die niet te gronde zijn gegaan door de verdraaide redeneringen; dat Aschur zulke redeneringen zijn, zie nr. 1186.

Bij dezelfde:

‘Te dien dage zal Jehovah tot een kroon van sieraad en tot een tulband der sierlijkheid zijn voor de overblijfselen Zijns volks’, (Jesaja 28:5).

Bij dezelfde:

‘Bovendien zal de ontkoming, overgeblevenen van het huis Jehudah, wederom nederwaarts wortel schieten en opwaarts vrucht maken; want vanuit Jeruzalem zullen de overblijfselen uitgaan en de ontkoming vanuit de berg van Zion’, (Jesaja 37:31, 32).

Bij dezelfde:

‘Boter en honing zal eten alle overgeblevene in het midden des lands’, (Jesaja 7:22).

Bij Jeremia:

‘Ik zal vergaderen de overblijfselen van Mijn kudde van kleinvee vanuit al de landen waarheen Ik ze verstrooid heb en Ik zal ze wederbrengen tot hun stal, opdat zij vruchtbaar zullen zijn en vermenigvuldigd worden’, (Jeremia 23:3).

Bij dezelfde:

‘Het heeft genade gevonden in de woestijn, het volk der overgeblevenen van het zwaard, gaande om hem rust te geven, Israël’, (Jeremia 31:2);

het volk der van het zwaard overgeblevenen in de woestijn waren degenen die kleine kinderen werden genoemd, die, nadat de overigen gestorven waren, in het land Kanaän werden binnengeleid; die kleine kinderen waren de overgeblevenen en met hen werden de goede dingen van de onschuld aangeduid en door het binnenleiden in het land Kanaän werd het binnenlaten in het rijk van de Heer uitgebeeld.

Bij Ezechiël:

‘Ik zal overgeblevenen maken, wanneer er voor u aan het zwaard ontkomenen geweest zullen zijn onder de natiën, wanneer gij in het land zult verstrooid zijn geweest; dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken, onder de natiën, waar zij gevangen zullen zijn’, (Ezechiël 6:8, 9). Dat de goede en de ware dingen die door de Heer in de innerlijke dingen van de mens worden weggeborgen, werden uitgebeeld door de overgeblevenen en de overblijfselen bij de natiën, waarheen zij verstrooid en waar zij gevangen gemaakt werden, heeft als oorzaak dat de mens aanhoudend onder boze en valse dingen is en daardoor in gevangenschap; het zijn de boze en de valse dingen die met de natiën worden aangeduid; de uiterlijke mens is, wanneer hij gescheiden is van de innerlijke, geheel en al daarin; wanneer de Heer daarom niet de goede en de ware dingen verzamelde die hier en daar in de loop van het leven van de mens zijn binnengedrongen, dan zou de mens nooit gezaligd kunnen worden; want zonder overblijfselen is er voor niemand heil.

Bij Joël:

‘Het zal geschieden, al wie de naam van Jehovah zal aanroepen en hij zal ontkomen, omdat in de berg Zions en in Jeruzalem ontkoming zal zijn, zoals Jehovah heeft gezegd en onder de overgeblevenen die Jehovah roept’, (Joël 2:32).

Bij Micha:

‘De overblijfselen van Jakob zullen zijn onder de natiën, in het midden van vele volken, zoals een leeuw onder de beesten des wouds’, (Micha 5:7).

Bij Zefanja:

‘De overblijfselen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, noch zal in hun mond een tong van arglist gevonden worden; dezen zullen weiden en rusten, ook zal niemand verschrikken’, (Zefanja 3:13);

hier worden de overblijfselen ten aanzien van hun hoedanigheid beschreven; dat deze hoedanigheid nooit in het Israël genoemde volk is geweest, is bekend; waaruit ook blijkt dat onder overblijfselen andere dingen worden verstaan; dat het de goede en de ware dingen zijn is duidelijk, omdat die het zijn die geen onrecht doen, niet leugen spreken, noch in hun mond een tong van arglist wordt gevonden.

Bij Zacharia:

‘De straten der stad zullen vervuld worden met knapen en meisjes, spelende in haar straten; hetgeen wonderlijk zal zijn in de ogen van de overblijfselen Mijns volks; nu, niet als in de vorige dagen, ben Ik voor de overblijfselen dezes volks; want zij zijn een zaad des vredes; de wijnstok zal zijn vrucht geven en het land zal zijn inkomen geven en de hemelen zullen hun dauw geven; erfgenamen zal Ik de overblijfselen dezes volks maken van al die dingen’, (Zacharia 8:5, 6, 11, 12);

de overblijfselen worden hier zaad des vredes genoemd, maar het zijn zij die in de ware dingen van het goede zijn, en waarvan de vruchtmaking daarmee wordt beschreven, dat de wijnstok zijn vrucht zal geven, het land zijn inkomen en de hemelen hun dauw. De overblijfselen, in de geestelijke zin verstaan, worden door de boze dingen van het leven en de overredingen van het valse dermate afgesloten dat zij niet langer verschijnen; en zij worden verteerd door de ontkenning van het ware dat eerder was erkend, het ene en het andere vanuit aandoening, want dit is een vermenging van het ware en het valse, dat profanatie wordt genoemd; over deze dingen het volgende in het Woord; bij Jesaja:

‘Hij zal de mens verwijderen en het zal vermenigvuldigd worden, de woestijnen, in het midden des lands; nauwelijks is er in hetzelve een tiende deel en toch zal het tot verbanning zijn’, (Jesaja 6:12, 13);

dat toen de overblijfselen zijn, zie de nrs. 576, 1906, 2284.

Bij dezelfde:

‘Uw wortel zal Ik doden en hij zal uw overgeblevenen doden’, (Jesaja 14:30);

over de Filistijnen, namelijk zij die in de wetenschap van de erkentenissen zijn en niet in het leven, nrs. 1197, 1198, 3412, 3413;

de overgeblevenen worden wortel genoemd, omdat vanuit hen als vanuit een wortel de goede en de ware dingen uitspruiten die maken dat de mens een mens is; en daarom staat er, Hij zal de mens verwijderen, zoals eerder bij Jesaja, voor ‘de overblijfselen verderven’.

Bij Jeremia:

‘De jongelingen zullen door het zwaard sterven, hun zonen en hun dochters zullen van honger sterven en zij zullen geen overblijfselen hebben’, (Jeremia 11:23);

over de mannen van Anathoth.

Bij dezelfde:

‘Ik zal de overblijfselen van Jehudah nemen, die hun aangezichten hebben gesteld om te komen in het land van Egypte, om daar als vreemdelingen te verkeren, opdat zij allen verteerd worden; en er zal niet een ontkomer zijn, of een overgeblevene voor de overblijfselen van Jehudah, die gekomen zijn om te wonen in het land van Egypte’, (Jeremia 44:12, 14, 28), dat zij die uit Jehudah waren, niet als vreemdelingen in Egypte verkeerden en ook niet daar zouden wonen en dat hun dit zo streng verboden was, had als oorzaak dat de stam van Jehudah de hemelse Kerk van de Heer uitbeeldde en de hemelsen in het geheel niet willen weten van de wetenschappelijke dingen die met Egypte worden aangeduid; zij weten immers alle dingen vanuit het hemels goede waarin zij zijn; dit goede zou te gronde gaan indien zij zich tot de wetenschappelijke dingen begaven; ja, diegenen die van het hemels rijk van de Heer zijn, willen - omdat zij in het hemels goede zijn en het hemels ware de naastenliefde is, maar het geestelijk ware het geloof is - het geloof zelfs niet eens noemen, opdat zij niet uit het goede neerdalen en achterwaarts zien, nrs. 202, 337, 2715, 3246, 4448;

dit is het ook wat er wordt verstaan onder:

‘Die op het huis is, dale niet neder om iets uit het huis weg te nemen en die in het veld is, kere niet weder terug achterwaarts om zijn bekleedselen weg te nemen, (Mattheüs 24:17, 18), zie eerder in nr. 5895;

en verder onder die woorden:

‘Gedenkt aan de echtgenote van Loth’, (Lukas 17:32), die achterwaarts schouwde en een zoutpilaar werd; over achterwaarts schouwen en terugkeren, zie de nrs. 2454, 3652. Door de natiën die zo werden vervloekt dat zelfs niet enige overgeblevenen werden overgelaten, werd uitgebeeld dat de ongerechtigheid bij hen dus zodanig voleindigd was dat niets van het goede en het ware over was, dus dat er geen overblijfselen waren; zoals bij Mozes:

‘Zij sloegen Og, de koning van Basan en al zijn zonen en al zijn volk, totdat zij geen overgeblevenen hadden overgelaten’, (Numeri 21:35; Deuteronomium 3:3);

bij dezelfde:

‘Zij namen alle steden van Sihon en zij gaven ter vervloeking alle stad des mensen en de vrouwen en het kleine kind, zij lieten geen overschot over’, (Deuteronomium 2:34);

ook elders, waar men leest dat zij aan de vervloeking werden prijsgegeven. Met de overblijfselen, of met de goede en de ware dingen, die door de Heer worden weggeborgen in de innerlijke dingen van de mens, is het als volgt gesteld: wanneer de mens in het goede en het ware is vanuit aandoening en dus vanuit het vrije, wordt het goede en het ware ingeplant; en wanneer dit plaatsvindt, treden engelen vanuit de hemel naderbij en verbinden zij zich met de mens; het is deze verbinding die maakt dat de goede dingen met de ware dingen in de innerlijke dingen van de mens ontstaan; maar wanneer de mens in uiterlijke dingen is, zoals wanneer hij in wereldse en lichamelijke dingen is, dan worden de engelen verwijderd en wanneer zij verwijderd zijn, verschijnt in het geheel niets vanuit die goede en ware dingen; niettemin is de mens, omdat de verbinding eenmaal heeft plaatsgevonden, in het vermogen tot verbinding met de engelen en dus met het goede en het ware die zij hebben; maar die verbinding vindt niet vaker plaats en niet meer dan de Heer behaagt, Die deze dingen ordent volgens elk nut van het leven van de mens.

(Odkazy: Hemelse Verborgenheden 560-561)


Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

   Prostudujte si tuto pasáž
Ze Swedenborgových prací

Odkazy z vydaných prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 6156, 7556, 7601, 7831, 7923, 8505, 8891, 9014, 9207, 9274, 9666, 9922, 10153, 10221, 10543, 10627

Over het Nieuwe Jeruzalem en haar Hemelse Leer 47, 121, 140, 186, 279


Odkazy z nepublikovaných prací E. Swedenborga:

Apocalypse Explained 41, 66, 157, 328, 346, 365, 417, 567, 593, 822


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2017 op www.swedenborg.nl


Přeložit: