Leviticus 25

Studovat vnitřní smysl

← Leviticus 24   Leviticus 26 →         

1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:

2 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.

3 Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en Zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen.

4 Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.

5 Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.

6 En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;

7 Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn.

8 Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.

9 Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.

10 En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.

11 Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.

12 Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.

13 Op dat jubeljaar zult gij ieder wederkeren tot zijn bezitting.

14 Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.

15 Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.

16 Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.

17 Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God!

18 En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land.

19 En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.

20 En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar? Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;

21 Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.

22 Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.

23 Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.

24 Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.

25 Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.

26 En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;

27 Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.

28 Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.

29 Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.

30 Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.

31 Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.

32 Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.

33 En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.

34 Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.

35 En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.

36 Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.

37 Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinst geven.

38 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.

39 Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;

40 Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.

41 Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.

42 Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.

43 Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.

44 Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.

45 Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.

46 En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.

47 En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;

48 Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;

49 Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.

50 En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.

51 Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.

52 En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.

53 Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.

54 En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.

55 Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!

← Leviticus 24   Leviticus 26 →
   Studovat vnitřní smysl

Explanation of Leviticus 25      

Napsal(a) Henry MacLagan

Verses 1-7. There is instruction to the spiritual man that in the completed state of love to the Lord there is rest and peace, which is preceded by a full state of conflict against evil and victory over it, and in which the natural man enjoys its legitimate delights

Verses 8-24. And as with the spiritual man, so with the celestial; in the completed state of regeneration he enters into a more intensified state of good and truth, in which there is perfect liberty, in which each yet comes into the possession of his own particular good, in which there is perfect justice, in which there is a full supply of all the necessaries of life, and in which he cannot be deprived of his good, because he is kept in it and delivered from evil by the Lord

Verses 25-55. Concerning various laws which are to be observed by man during regeneration in order that he may be duly prepared to enter into the perfect heavenly state, all of which have reference to his fluctuating states, and thus to the alienation and redemption of truth and good with him in many different circumstances.

Swedenborg

Výklad(y) nebo odkazy ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus 716, 737, 2252, 2567, 6148, 8002, 8972, ...


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 109, 257, 304, 388, 409, 746, 946

Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 42:18

Exodus 16:5, 29, 20:2, 21:2, 22:24, 23:10, 11

Leviticus 11:45, 16:29, 19:13, 14, 19, 25:13, 17, 25, 26, 28, 36, 43, 47, 49, 26:4, 5, 6, 10, 13, 34, 35, 27:17, 18, 24

Numeri 10:10, 35:2, 36:4

Deuteronomium 10:18, 12:10, 15:7, 8, 12

Ruth 4:4, 6

I Koningen 5:5, 9:22

2 Koningen 4:1, 19:29

2 Kronieken 28:10, 31:19

Nehemiah 5:3, 8

Job 31:13, 14, 16

Psalm 39:13, 89:16

Proverbs 1:33, 14:31, 16:6

Jesaja 1:19, 3:14, 14:2, 30:23, 61:2

Jeremia 32:7, 34:10, 14

Ezechiël 7:13, 22:12, 46:17, 48:13, 14

Hosea 9:3

Lucas 4:18, 19, 6:35

Galaten 2:10

Kolossenzen 4:1

1 Johannes 3:17

Významy biblických slov

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

berg
The Writings tell us that the Lord's love is the sun of heaven, and it is natural for us to look above ourselves to the...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

sabbat
In Exodus 31:13, 'verily my Sabbaths ye shall keep,' signifies continuous holy thought about the union of the Lord’s divine with His human.

zes
Like most numbers in the Bible, "six" can have various meanings depending on context, but has a couple that are primary. When used in relation...

akker
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

wijngaard
'A vine' signifies spiritual good and truth. 'A vine' or 'vineyard' signifies the church where the Word, and the Lord in it, is known, or...

oogst
'A harvest' symbolizes the state of the church with respect to Divine truth. The reason is that a harvest yields the grain used to make...

Lands
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

knecht
“Servant” literally means “a person who serves another,"" and its meaning is similar in reference to the spiritual meaninngs of the Bible. Our lives in...

dienstmaagd
'Maids' denote external affections serving the internal.

zeven
The number 'seven' was considered holy, as is well known, because of the six days of creation, and the seventh, which is the celestial self,...

dagen
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

negen
'Nine' signifies conjunction.

veertig
'Forty' means completeness because 'four' means what is complete, as does 'ten.' Forty is the product of four and ten. Compound numbers have a meaning...

maand
'A month' has respect to the state of truth in a person. 'A month' signifies a full state. Month,' as in Genesis 29, signifies the...

bazuin
The sounds of trumpets are heard in heaven when assemblies and appointments happen. So among the children of Israel, for whom everything was representative of...

vijftigste
God rested on the seventh day of creation. That represents a state of holiness and tranquility that was preserved in the form of the sabbath....

heiligen
'To sanctify' denotes being led by the Lord. 'To sanctify' denotes being incapable of being violated.

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

heilig
'Sanctuary' signifies the truth of heaven and the church. 'Sanctuary,' as in Ezekiel 24:21, signifies the Word.

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

verkopen
'To sell,' as in Genesis 41:56, means transferring to another as their own, because what is sold becomes the property of the one who buys...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

houdt
"Keeping" in the Bible generally has to do with controlling the actual actions of life, though in some cases it can mean holding something away...

wonen
Many people were nomadic in Biblical times, especially the times of the Old Testament, and lived in tents that could be struck, moved and re-raised...

vrucht
We tend to think of "fruit" in two ways in natural language. One is as food that grows on trees and vines, sweet and delicious,...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

zesde
Like most numbers in the Bible, "six" can have various meanings depending on context, but has a couple that are primary. When used in relation...

drie
The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

verkocht
'To sell,' as in Genesis 41:56, means transferring to another as their own, because what is sold becomes the property of the one who buys...

vreemdelingen
The word "stranger" is used many times in the Bible, and it is sometimes paired with the word "sojourner". They are different concepts in the...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

broeders
Brethren (Gen. 27:29) signify the affections of good.

gevonden
To not to be found any more, signifies not to rise again.

Genoeg
'Sufficiency' relates to the reception of good, because good is the spiritual nourishment of the soul, as natural food is the nourishment of the body.

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

vol
'To satiate' relates to the extent of a person's will, for good or evil.

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

huizen
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

dorpen
'Villages' signify the external aspects of faith and the church. Rituals are the external parts of the church. Doctrines are the internal parts when they...

muur
'A wall' signifies truth in outer extremes. 'A wall,' as in Revelation 21, signifies the divine truth proceeding from the Lord, and so, the truth...

steden
In the ancient world cities were very nearly nations unto themselves – they existed within walls, with their own laws and customs, generally centered on...

midden
The "midst" of something in the Bible represents the thing that is most central and most important to the spiritual state being described, the motivation...

vreemdeling
The word "stranger" is used many times in the Bible, and it is sometimes paired with the word "sojourner". They are different concepts in the...

geld
'Money' relates to truth.

kanaan
Canaan signifies a worship in things external without internals, which arose out of the internal church corrupted, called Ham. Thus it is that Ham is...

dienen
Generally speaking, those who are at lower levels of an organization serve those at higher levels. Bosses boss and their employees serve; coaches devise strategy...

na
Volgens Swedenborg bestaan tijd en ruimte niet in de spirituele werkelijkheid; het zijn puur natuurlijke dingen die alleen op het fysieke vlak bestaan. Dit betekent...

eeuwigheid
In many cases, the use of “eternity” in the Bible is pretty literal, simple meaning forever. This is especially true when the text is referring...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 Freedom and Responsibility
Worship Talk | Ages over 18

 What Is Charity?
New Church teachings extend the idea of charity, making it more than compassionate actions towards others.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17


Přeložit: