Lamentations 1

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Jeremia 52   Lamentations 2 →

1 Aleph. Hoe zit die stad zo eenzaam, die vol volks was, zij is als een weduwe geworden, zij, die groot was onder de heidenen, een vorstin onder de landschappen, is cijnsbaar geworden.

2 Beth. Zij weent steeds des nachts, en haar tranen lopen over haar kinnebakken; zij heeft geen trooster onder al haar liefhebbers; al haar vrienden hebben trouwelooslijk met haar gehandeld, zij zijn haar tot vijanden geworden.

3 Gimel. Juda is in gevangenis gegaan vanwege de ellende, en vanwege de veelheid der dienstbaarheid; zij woont onder de heidenen, zij vindt geen rust; al haar vervolgers achterhalen ze tussen de engten.

4 Daleth. De wegen Sions treuren, omdat niemand op het feest komt; al haar poorten zijn woest, haar priesters zuchten: haar jonkvrouwen zijn bedroefd, en zij zelve is in bitterheid.

5 He. Haar tegenpartijders zijn ten hoofd geworden, haar vijanden zijn gerust; omdat haar de HEERE bedroefd heeft, vanwege de veelheid harer overtredingen; haar kinderkens gaan henen in de gevangenis voor het aangezicht des tegenpartijders.

6 Vau. En van de dochter Sions is al haar sieraad weggegaan; haar vorsten zijn als de herten, die geen weide vinden, en zij gaan krachteloos henen voor het aangezicht des vervolgers.

7 Zain. Jeruzalem is, in de dagen harer ellende en harer veelvuldige ballingschap, indachtig aan al haar gewenste dingen, die zij van oude dagen af gehad heeft; dewijl haar volk door de hand des tegenpartijders valt, en zij geen helper heeft; de tegenpartijders zien haar aan, zij spotten met haar rustdagen.

8 Cheth. Jeruzalem heeft zwaarlijk gezondigd, daarom is zij als een afgezonderde vrouw geworden; allen, die haar eerden, achten haar onwaard, dewijl zij haar naaktheid gezien hebben; zij zucht ook, en zij is achterwaarts gekeerd.

9 Teth. Haar onreinheid is in haar zomen, zij heeft niet gedacht aan haar uiterste, daarom is zij wonderbaarlijk omlaag gedaald; zij heeft geen trooster. HEERE, zie mijn ellende aan, want de vijand maakt zich groot.

10 Jod. De tegenpartijder heeft zijn hand aan al haar gewenste dingen uitgebreid; immers heeft zij aangezien, dat de heidenen in haar heiligdom gingen, waarvan Gij geboden hadt, dat zij in Uw gemeente niet komen zouden.

11 Caph. Al haar volk zucht, brood zoekende, zij hebben hun gewenste dingen voor spijs gegeven, om de ziel te verkwikken. Zie, HEERE, en aanschouw, dat ik onwaard geworden ben.

12 Lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns.

13 Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.

14 Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; de HEERE heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan.

15 Samech. De Heere heeft al mijn sterken in het midden van mij vertreden; Hij heeft een bijeenkomst over mij uitgeroepen, om mijn jongelingen te verbreken; de Heere heeft de wijnpers der jonkvrouw, der dochter van Juda, getreden.

16 Ain. Om dezer dingen wille ween ik; mijn oog, mijn oog vliet af van water, omdat de trooster, die mijn ziel zou verkwikken, verre van mij is; mijn kinderen zijn verwoest, omdat de vijand de overhand heeft.

17 Pe. Sion breidt haar handen uit, daar is geen trooster voor haar; de HEERE heeft van Jakob geboden, dat die rondom hem zijn, zijn tegenpartijders zouden zijn; Jeruzalem is als een afgezonderde vrouw onder hen.

18 Tsade. De HEERE is rechtvaardig, want ik ben Zijn mond wederspannig geweest; hoort toch, alle gij volken, en ziet mijn smart; mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen zijn in de gevangenis gegaan.

19 Koph. Ik riep tot mijn liefhebbers, maar zij hebben mij bedrogen; mijn priesters en mijn oudsten hebben in de stad den geest gegeven, als zij spijze voor zich zochten, opdat zij hun ziel mochten verkwikken.

20 Resch. Aanzie, HEERE, want mij is bange; mijn ingewand is beroerd, mijn hart heeft zich omgekeerd in het binnenste van mij, want ik ben zeer wederspannig geweest; van buiten heeft mij het zwaard van kinderen beroofd, van binnen is als de dood.

21 Schin. Zij horen, dat ik zucht, maar ik heb geen trooster; al mijn vijanden horen mijn kwaad; en zij zijn vrolijk, dat Gij het gedaan hebt; als Gij den dag zult voortgebracht hebben, dien Gij uitgeroepen hebt, zo zullen zij zijn, gelijk ik ben.

22 Thau. Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, en doe hun, gelijk als Gij mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen; want mijn zuchtingen zijn vele, en mijn hart is mat.

← Jeremia 52   Lamentations 2 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 119


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 248, 680, 2362, 2606, 2851, 2930, 3081, ...

Apocalyps Onthuld 213, 350, 543, 591, 612, 620, 652, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 100

Leer Over De Heer 64

Ware Christelijke Religie 782


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 240, 270, 357, 484, 622, 724, 750, ...

Coronis - Aanhangsel tot Ware Christelijke Religie 58

Scriptural Confirmations 4, 9, 59, 78

Jiný komentář

  Příběhy:

Hop to Similar Bible Verses

Exodus 9:27

Leviticus 26:22, 31, 33, 40

Deuteronomium 23:3, 4, 28:41, 43, 44, 48, 65, 32:25

I Koningen 9:6, 7

2 Kings 21:15, 24:2

2 Chronicles 36:18

Nehemiah 9:33

Job 19:6

Psalm 25:18, 69:21, 79:1, 4, 10, 106:42

Proverbs 5:22

Ecclesiastes 4:1

Jesaja 3:26, 47:7, 49:21, 51:19, 54:11, 63:3, 64:10

Jeremia 4:17, 19, 31, 5:31, 10:19, 13:17, 26, 14:18, 20, 15:5, 27:19, 21, 30:14, 16, 44:2, 6, 50:29, 51:35, 51, 52:6, 28

Lamentations 1:1, 2, 5, 8, 9, 11, 16, 17, 18, 19, 21, 2:1, 3, 4, 6, 9, 11, 12, 13, 16, 17, 18, 21, 3:11, 49, 4:4, 5, 15, 19, 5:1, 5, 14, 16, 17

Ezechiël 7:15, 12:13, 23:29, 25:3, 6, 26:2, 39:23

Daniël 9:12, 14

Hosea 2:13

Habakkuk 3:16

Zacharia 1:6

Apocalyps 14:20, 19:15

Word/Phrase Explanations

zit
If you think about sitting, it seems fair to say that where you're sitting is more important than that you're sitting. Sitting in a movie...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

vol
'To satiate' relates to the extent of a person's will, for good or evil.

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

tranen
'A tear' signifies grief because of a lack of understanding of truth.

trooster
When the Bible talks about someone being comforted or consoled, it generally means that they are being offered ideas that will help bring them to...

vrienden
In the Bible, there is a careful distinction between the word “brother” and the word “companion” or “friend.” That’s partly because the people of Israel...

juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

dienstbaarheid
'Servitude' relates to the regenerate, or to the external self submissive to the internal. This is not felt as servitude, because it is from submission...

woont
'Inhabit' refers to good.

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

poorten
"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

priesters
Priests' represent the Lord regarding His divine good. When they do not acknowledge the Lord, they lose their signification of the Lord.

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

vijanden
Foes, or adversaries, denote the falsities of evil. Foes, or adversaries, when predicate of the Lord, signifies to avert falsities derived from evil.

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

overtredingen
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

Gevangenis
'To be in prison,' as in Revelation 2:10, signifies being infested by evils from hell, because this is like being bound in prison, because they...

dochter
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

weide
Plants in the Bible generally represent facts, knowledge that can be gleaned from the world. Plants that can serve animals as food represent facts that...

jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

naaktheid
Clothing in general represents day-to-day knowledge about spiritual things, held in the memory so it can be used for the goodness of life. For someone...

onreinheid
Uncleanness and scum, as in Ezekiel 24:11, signifies evil and falsity.

vijand
An enemy in the Bible refers to people who are in the love of evil and the false thinking that springs from evil. On a...

gemeente
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

brood
'Provision' or 'meat,' as in Genesis 42:25 and Psalm 78:25, signifies support from truth and good.

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

ziet
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

beenderen
Bones are strong and supportive, providing a framework for our bodies and making motion and action possible. They are also the least "alive" part of...

voeten
The foot, as in Deuteronomy 33:3, signifies an inferior principle. To set the right foot on the sea and the left on the earth, as...

ziek
'The sick,' as in Matthew 25:35, signify people in evil, and those who acknowledge that in themselves there is nothing but evil.

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

hals
'The neck' signifies influx and the communication of interior and exterior levels and the following conjunction. The inmost or third heaven has reference to the...

handen
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

opstaan
It is common in the Bible for people to "rise up," and it would be easy to pass over the phrase as simply describing a...

oog
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

Jakob
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

rechtvaardig
He is said to be 'just' in a spiritual sense, who lives according to divine laws. They on the right hand being called 'just,' as...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

wederspannig
'Rebel,' as in Genesis 14:4, relates to evils pertaining to a person, or to evil spirits, when they begin to arise and infest, after they...

hoort
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

riep
'To proclaim' signifies exploration from influx of the Lord.

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

kwaad
'To hurt,' as mentioned in Revelation 6:6, signifies violation and profanation. 'To hurt' as mentioned in Revelation 9:4, signifies perverting the truths and goods of...


Přeložit: