Jeremia 40

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Jeremia 39   Jeremia 41 →

1 Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.

2 Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken.

3 En de HEERE heeft het doen komen, en gedaan, gelijk als Hij gesproken had; want gijlieden hebt gezondigd tegen den HEERE, en Zijner stem niet gehoorzaamd; daarom is ulieden deze zaak geschied.

4 Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; indien het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar indien het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.

5 En dewijl hij nog niet zal wederkeren, zo keer gij tot Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, dien de koning van Babel over de steden van Juda gesteld heeft; en woon bij hem in het midden des volks; of overal, waar het in uw ogen recht is te gaan, ga er henen. En de overste der trawanten gaf hem reiskost en een geschenk, en liet hem gaan.

6 Alzo kwam Jeremia tot Gedalia, den zoon van Ahikam, te Mizpa; en hij woonde bij hem in het midden des volks, die in het land waren overgelaten.

7 Toen nu alle oversten der heiren, die in het veld waren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, den zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderkens, en van de armsten des lands, van degenen, die niet naar Babel gevankelijk waren weggevoerd;

8 Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismael, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.

9 En Gedalia, de zoon van Ahikam, den zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vreest niet van de Chaldeen te dienen; blijft in het land, en dient den koning van Babel, zo zal het u welgaan.

10 En ziet, ik woon te Mizpa, om te staan voor het aangezicht der Chaldeen, die tot ons zullen komen; gijlieden dan verzamelt wijn, en zomervruchten, en olie, en doet ze in uw vaten, en woont in uw steden, die gij hebt ingenomen.

11 Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel gelaten had; en dat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, over hen gesteld had;

12 Zo keerden al de Joden weder uit al de plaatsen, waarhenen zij gedreven waren, en kwamen in het land van Juda tot Gedalia te Mizpa; en zij verzamelden zeer veel wijns en zomervruchten.

13 Doch Johanan, de zoon van Kareah, en alle oversten der heiren, die in het veld waren, kwamen tot Gedalia te Mizpa;

14 En zeiden tot hem: Weet gij wel, dat Baalis, de koning der kinderen Ammons, Ismael, den zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u aan het leven te slaan? Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.

15 Johanan nochtans, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: Laat mij toch henengaan, en Ismael, den zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en gans Juda, die tot u vergaderd zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?

16 Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, zeide tot Johanan, den zoon van Kareah: Doe deze zaak niet, want gij spreekt vals van Ismael.

← Jeremia 39   Jeremia 41 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 106


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Leer Over De Heer 53

Ware Christelijke Religie 158

Jiný komentář

  Příběhy:

Hop to Similar Bible Verses

Jozua 18:26

I Samuël 26:8

2 Kings 25:22

2 Chronicles 16:1

Jeremia 11:17, 22:8, 9, 27:11, 31:15, 39:9, 11, 14, 16, 41:1, 2, 10, 11, 42:1, 7, 43:2, 5, 6, 50:7

Lamentations 2:17

Word/Phrase Explanations

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

Jeremia
Jeremiah, in the Book of Jeremiah 1:1 and what follows, represents the Lord. (Arcana Coelestia 2838 [2]). In Jeremiah 13:7, he signifies the state of...

trawanten
‘To guard,’ when used as in Genesis 41:35, denotes ‘to store up.’ ‘Guards,’ as in Genesis 37:36, signify things that minister.

Rama
'Ramah' denotes things that pertain to spiritual truth derived from celestial truth.

gebonden
Being bound, as in Genesis 42:16, denotes to be separated, for he who is kept b. is separated, viz., from the spiritual good, which is...

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

Jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

Juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

god
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

kwaad
To do “harm” in the Bible specifically means attacks and injury by evil and falsity against what is good and true. The reverse is never...

plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

goed
It seems rather circular to say that “good” in the Bible represents good, but in a general sense it’s true! The case is this: The...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

land
Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

steden
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

ismael
'Ishmael' represents the first rationality pertaining to the Lord. 'Ishmael' signifies rationality separate from good. 'Ishmael' signifies the Lord's merely human rational. Ishmael, in Genesis...

zwoer
'To sware' is a binding.

chaldeen
Chaldea was a land lying along the Euphrates river near its mouth, south of Babylon, part of what is now southern Iraq. It was a...

dienen
Generally speaking, those who are at lower levels of an organization serve those at higher levels. Bosses boss and their employees serve; coaches devise strategy...

Mizpa
'Mizpah,' as in Genesis 31:49, signifies the quality of the Lord’s presence with people who are principled in the goods of works, or with the...

staan
'To stay with,' as in Genesis 32:4, relates to the life of truth when accompanied by good, and in this instance, it means to take...

ons
Because people are governed by angels and spirits, in Genesis 1:26 it says 'let us make man into our image.' But because the Lord alone...

wijn
Wine played a key role in the ancient world, where safe, reliable water sources were scarce. It could be stored for long periods of time;...

olie
Oil – typically olive oil – was an extremely important product in Biblical times, for food preparation, medicinal ointment and for burning in lamps. As...

moab
'Moab,' in a positive sense, signifies people who are in natural good, and allow themselves to be easily seduced, but in an opposite sense, it...

ammons
The children of Ammon ('Jeremiah 49:1'), signify those who falsify the truths of the Word, and of the church.

edom
'Edom' or 'Idumea,' as in Isaiah 34:5, signifies those who are in evil and in falsities thence derived.

slaan
'To smite' signifies condemnation. 'To smite,' as in Genesis 14:15, signifies vindication. 'To smite,' as in Genesis 32:8, signifies destruction. 'To smite the earth with...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Jeremiah and the Babylonians
Worship Talk | Ages 7 - 14


Přeložit: