Genesis 35

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 34   Genesis 36 →

1 Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

2 Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;

3 En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb.

4 Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.

5 En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.

6 Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaan (dat is Beth-El), hij en al het volk, dat bij hem was.

7 En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

8 En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-El; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-Bachuth.

9 En God verscheen Jakob wederom, als hij van Paddan-Aram gekomen was; en Hij zegende hem.

10 En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel.

11 Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen.

12 En dit land, dat Ik aan Abraham en Izak gegeven heb, dat zal Ik u geven; en aan uw zaad na u zal Ik dit land geven.

13 Toen voer God van hem op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had.

14 En Jakob stelde een opgericht teken op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had, een stenen opgericht teken; en hij stortte daarop drankoffer, en goot olie daarover.

15 En Jakob noemde den naam dier plaats, alwaar God met hem gesproken had, Beth-El.

16 En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren.

17 En het geschiedde, als zij het hard had in haar baren, zo zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet; want deze zoon zult gij ook hebben!

18 En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.

19 Alzo stierf Rachel; en zij werd begraven aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem.

20 En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op dezen dag.

21 Toen verreisde Israel, en hij spande zijn tent op gene zijde van Migdal-Eder.

22 En het geschiedde, als Israel in dat land woonde, dat Ruben heenging, en lag bij Bilha, zijns vaders bijwijf; en Israel hoorde het. En de zonen van Jakob waren twaalf.

23 De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, daarna Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Zebulon.

24 De zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.

25 En de zonen van Bilha, Rachels dienstmaagd: Dan en Nafthali.

26 En de zonen van Zilpa, Lea's dienstmaagd: Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jakob, die hem geboren zijn in Paddan-Aram.

27 En Jakob kwam tot Izak, zijn vader, in Mamre, te Kirjath-Arba, hetwelk is Hebron, waar Abraham als vreemdeling had verkeerd, en Izak.

28 En de dagen van Izak waren honderd jaren, en tachtig jaren.

29 En Izak gaf den geest en stierf, en werd verzameld tot zijn volken, oud en zat van dagen; en zijn zonen Ezau en Jakob begroeven hem.

← Genesis 34   Genesis 36 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 4536, 4537, 4538, 4539, 4540, 4541, 4542, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 921, 1298, 1416, 1453, 1616, 1992, 2435, ...

Apocalypse Revealed 134, 349, 361


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 237, 376, 430, 431, 434, 443, 449, ...

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 3:16, 12:7, 8, 13:18, 17:1, 6, 8, 22, 18:19, 23:19, 24:59, 25:7, 8, 9, 28:10, 13, 15, 17, 18, 19, 22, 29:1, 24, 29, 32, 30:6, 11, 18, 24, 31:13, 19, 32:29, 30, 35:1, 7, 15, 18, 24, ...

Exodus 1:4, 2:1, 24, 19:10, 14, 23:27

Leviticus 18:8

Numeri 1:5, 20, 2:3, 7:12, 10:14, 13:4, 26:5, 34:19

Deuteronomium 27:11, 12, 20, 33:6

Jozua 13:13, 15, 24, 14:15, 15:1, 16:1, 18:11, 19:1, 10, 17, 24, 32, 40, 24:14, 23, 25, 26

Judges 5:14, 15, 17, 18

Ruth 1:2, 4:11

I Samuël 2:22, 4:20, 7:3, 10:2, 14:15, 16:4

II Samuël 13:21, 16:22, 23:14, 15

1 Chronicles 2:1, 2, 5:1, 12:25, 27:16

2 Chronicles 11:6, 14:13

Jesaja 2:20

Ezechiël 48:30, 31

Hosea 12:5

Micha 5:1

Mattheüs 1:2

Acts of the Apostles 7:8

1 Corinthians 5:1, 10:7

2 Corinthians 7:1

Hebrews 11:9

Apocalyps 7:4, 8

Word/Phrase Explanations

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

Jakob
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

altaar
The first altar mentioned in the Word was built by Noah after he came out of the ark. On that altar, he sacrificed clean animals...

Ezau
Esau (Gen. 28:5, etc.) signifies the truth of good in the natural principle. Esau (Gen. 32:3) signifies celestial good in the natural principle.

noemde
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

Rachel
'Rachel' denotes the affection of interior truth.

dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

twaalf
'Twelve' signifies all aspects of faith. This has been unknown to the world until now. Nevertheless, this is the constant significance of 'twelve,' anywhere it...

tachtig
Swedenborg tells us that 80, like 40, can represent a state of temptation, when we face and battle our desires for evil – and that...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Jacob Meets Rachel - Level D
Complete lesson with activity choices: look closer at what it means to work for Rachel in our lives, explore the connections between religion and marriage, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 15 - 17

 Jacob's Return
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 Jacob’s Return
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob's Wives and Sons
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 Twelve Sons of Jacob
This lesson discusses a story from the Word and suggests projects and activities for young children.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6


Přeložit: