Genesis 34

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 33   Genesis 35 →

1 En Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard had, ging uit, om de dochteren van dat land te bezien.

2 Sichem nu, de zoon van Hemor den Heviet, den landvorst, zag haar, en hij nam ze, en lag bij haar, en verkrachtte ze.

3 En zijn ziel kleefde aan Dina, Jakobs dochter; en hij had de jonge dochter lief, en sprak naar het hart van de jonge dochter.

4 Sichem sprak ook tot zijn vader Hemor, zeggende: Neem mij deze dochter tot een vrouw.

5 Toen Jakob hoorde, dat hij zijn dochter Dina verontreinigd had, zo waren zijn zonen met het vee in het veld; en Jakob zweeg, totdat zij kwamen.

6 En Hemor, de vader van Sichem, ging uit tot Jakob, om met hem te spreken.

7 En de zonen van Jakob kwamen van het veld, als zij dit hoorden; en het smartte deze mannen, en zij ontstaken zeer, omdat hij dwaasheid in Israel gedaan had, Jakobs dochter beslapende, hetwelk alzo niet zoude gedaan worden.

8 Toen sprak Hemor met hen, zeggende: Mijns zoons Sichems ziel is verliefd op ulieder dochter; geeft hem haar toch tot een vrouw.

9 En verzwagert u met ons; geeft ons uw dochteren; en neemt voor u onze dochteren;

10 En woont met ons; en het land zal voor uw aangezicht zijn; woont, en handelt daarin, en stelt u tot bezitters daarin.

11 En Sichem zeide tot haar vader, en tot haar broederen: Laat mij genade vinden in uw ogen; en wat gij tot mij zeggen zult, zal ik geven.

12 Vergroot zeer over mij den bruidschat en het geschenk; en ik zal geven, gelijk als gij tot mij zult zeggen; geef mij slechts de jonge dochter tot een vrouw.

13 Toen antwoordden Jakobs zonen aan Sichem en Hemor, zijn vader, bedriegelijk, en spraken (overmits dat hij Dina, hun zuster, verontreinigd had);

14 En zij zeiden tot hen: Wij zullen deze zaak niet kunnen doen, dat wij onze zuster aan een man geven zouden, die de voorhuid heeft; want dat ware ons een schande.

15 Doch hierin zullen wij u ter wille zijn, zo gij wordt gelijk als wij, dat onder u besneden worde al wat mannelijk is.

16 Dan zullen wij u onze dochteren geven, en uw dochteren zullen wij ons nemen, en wij zullen met u wonen, en wij zullen tot een volk zijn.

17 Maar zo gij naar ons niet zult horen, om besneden te worden, zo zullen wij onze dochteren nemen, en wegtrekken.

18 En hun woorden waren goed in de ogen van Hemor, en in de ogen van Sichem, Hemors zoon.

19 En de jongeling vertoogde niet, deze zaak te doen; want hij had lust in Jakobs dochter; en hij was geeerd boven al zijns vaders huis.

20 Zo kwam Hemor en Sichem, zijn zoon, tot hunner stadspoort; en zij spraken tot de mannen hunner stad, zeggende:

21 Deze mannen zijn vreedzaam met ons; daarom laat hen in dit land wonen, en daarin handelen, en het land (ziet het is wijd van begrip) voor hun aangezicht zijn; wij zullen ons hun dochteren tot vrouwen nemen, en wij zullen onze dochteren aan hen geven.

22 Doch hierin zullen deze mannen ons ter wille zijn, dat zij met ons wonen, om tot een volk te zijn; als al wat mannelijk is onder ons besneden wordt, gelijk als zij besneden zijn.

23 Hun vee, en hun bezitting, en al hun beesten, zullen die niet onze zijn? Alleen laat ons hun te wille zijn, en zij zullen met ons wonen.

24 En zij hoorden naar Hemor, en naar Sichem, zijn zoon, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen; en zij werden besneden, al wat mannelijk was, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen.

25 En het geschiedde ten derden dage, toen zij in de smart waren, zo namen de twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, een iegelijk zijn zwaard, en kwamen stoutelijk in de stad, en doodden al wat mannelijk was.

26 Zij sloegen ook Hemor, en zijn zoon Sichem, dood met de scherpte des zwaards; en zij namen Dina uit Sichems huis, en gingen van daar.

27 De zonen van Jakob kwamen over de verslagenen, en plunderden de stad, omdat zij hun zuster verontreinigd hadden.

28 Hun schapen, en hun runderen, en hun ezelen, en hetgeen dat in de stad, en hetgeen dat in het veld was, namen zij.

29 En al hun vermogen, en al hun kleine kinderen, en hun vrouwen, voerden zij gevankelijk weg, en plunderden denzelven, en al wat binnenshuis was.

30 Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.

31 En zij zeiden: Zou hij dan met onze zuster als met een hoer doen?

← Genesis 33   Genesis 35 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 2943, 4316, 4425, 4426, 4427, 4428, 4429, ...

Apocalypse Explained 443


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 1574, 3875, 4430, 4431, 4432, 4433, 4434, ...

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 12:6, 13:7, 17:10, 20:15, 23:10, 18, 24:3, 29:20, 30:21, 32:6, 46:34, 49:5, 50:21

Exodus 5:21, 22:15

Numeri 31:9, 11

Deuteronomium 22:21

Jozua 5:7, 8, 9, 7:25

Judges 14:2, 3, 19:3, 23, 20:6

Ruth 4:1

I Samuël 13:4, 18:25

II Samuël 11:4, 13:12, 14, 21, 16:21

Job 29:7

Psalm 105:12

Proverbs 26:24

Hosea 2:16

Word/Phrase Explanations

Jakob
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

sichem
'Sichem' or 'Shechem' means the celestial aspects of love.

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

heviet
The Hivites' represent those who were in idolatry, but in which there was something of good.

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

vrouw
'Women,' as in Genesis 45:19, signify the affections of truth. But in Genesis 31:50, 'women' signify affections of not genuine truth, so not of the...

vee
Animals in the Bible generally refer to spiritual activity, the things we actually do on a spiritual level. "Cattle," as typically used in the Bible,...

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

woont
'Inhabit' refers to good.

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

zuster
The Lord calls people who are in truth from the good of charity from Him 'sisters,' as in Matthew 12:50. 'Sister' denotes intellectual truth, when...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

voorhuid
Heaven is filled with the love and delight of marriage, which has its origin in the marriage of love and wisdom in the Lord and...

besneden
Circumcision (Gen. 17:10) signifies purity.

wonen
Many people were nomadic in Biblical times, especially the times of the Old Testament, and lived in tents that could be struck, moved and re-raised...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

horen
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

vaders
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

beesten
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

simeon
In Revelation 7, 'Simeon', in the highest sense, signifies providence, in a spiritual sense, love towards our neighbor, or charity, and in a natural sense,...

Levi
'Levi' signifies truth in practice, which is the good of life. 'Levi,' in the highest sense, signifies love and mercy, in a spiritual sense, he...

broeders
Brethren (Gen. 27:29) signify the affections of good.

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

schapen
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

runderen
'A herd,' as mentioned in Genesis 32:7, denotes exterior or natural good, and also not good things.

vermogen
The word used for 'activity,' as in ('Genesis 47:6'), in Hebrew also means 'strength' and 'virtue,' which, in the internal sense, means something that prevails,...

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

Lands
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

Verzamelen
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

slaan
'The smitten' signify people who are oppressed by the falsities of ignorance.

hoer
'A harlot' signifies the affection of falsities, thus the church corrupted.


Přeložit: