Genesis 32

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 31   Genesis 33 →

1 Jakob toog ook zijns weegs; en de engelen Gods ontmoetten hem.

2 En Jakob zeide, met dat hij hen zag: Dit is een heirleger Gods! en hij noemde den naam derzelver plaats Mahanaim.

3 En Jakob zond boden uit voor zijn aangezicht tot Ezau, zijn broeder, naar het land Seir, de landstreek van Edom.

4 En hij gebood hun, zeggende: Zo zult gij zeggen tot mijn heer, tot Ezau: Zo zegt Jakob, uw knecht: Ik heb als vreemdeling gewoond bij Laban, en heb er tot nu toe vertoefd;

5 En ik heb ossen en ezelen, schapen en knechten en maagden; en ik heb gezonden om mijn heer aan te zeggen, opdat ik genade vinde in uw ogen.

6 En de boden kwamen weder tot Jakob, zeggende: Wij zijn gekomen tot uw broeder, tot Ezau; en ook trekt hij u tegemoet, en vierhonderd mannen met hem.

7 Toen vreesde Jakob zeer, en hem was bange; en hij verdeelde het volk, dat met hem was, en de schapen, en de runderen, en de kemels, in twee heiren;

8 Want hij zeide: Indien Ezau op het ene heir komt, en slaat het, zo zal het overgeblevene heir ontkomen.

9 Voorts zeide Jakob: O, God mijns vaders Abrahams, en God mijns vaders Izaks, o HEERE! Die tot mij gezegd hebt: Keer weder tot uw land, en tot uw maagschap, en Ik zal wel bij u doen!

10 Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!

11 Ruk mij toch uit mijns broeders hand, uit Ezau's hand; want ik vreze hem, dat hij niet misschien kome, en mij sla, de moeder met de zonen!

12 Gij hebt immers gezegd: Ik zal gewisselijk bij u weldoen, en Ik zal uw zaad stellen als het zand der zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!

13 En hij vernachtte aldaar dienzelfden nacht; en hij nam van hetgeen, dat hem in zijn hand kwam, een geschenk voor Ezau zijn broeder;

14 Tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd ooien en twintig rammen;

15 Dertig zogende kemelinnen met haar veulens, veertig koeien en tien varren, twintig ezelinnen en tien jonge ezels.

16 En hij gaf die in de hand zijner knechten, elke kudde bijzonder; en hij zeide tot zijn knechten: Gaat gijlieden door, voor mijn aangezicht, en stelt ruimte tussen kudde en tussen kudde.

17 En hij gebood de eerste, zeggende: Wanneer Ezau, mijn broeder, u ontmoeten zal, en u vragen, zeggende: Wiens zijt gij? en waarheen gaat gij? en wiens zijn deze voor uw aangezicht?

18 Zo zult gij zeggen: Dat is een geschenk van uw knecht Jakob, gezonden tot mijn heer, tot Ezau, en zie, hij zelf is ook achter ons!

19 En hij gebood ook den tweede, ook den derde, ook allen, die de kudden nagingen, zeggende: Naar ditzelfde woord zult gij spreken tot Ezau, als gij hem vinden zult.

20 En gij zult ook zeggen: Zie, uw knecht Jakob is achter ons! Want hij zeide: Ik zal zijn aangezicht verzoenen met dit geschenk, dat voor mijn aangezicht gaat, en daarna zal ik zijn aangezicht zien; misschien zal hij mijn aangezicht aannemen.

21 Alzo ging dat geschenk heen voor zijn aangezicht; doch hijzelf vernachtte dienzelfden nacht in het leger.

22 En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok.

23 En hij nam ze, en deed hen over die beek trekken; en hij deed overtrekken hetgeen hij had.

24 Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging.

25 En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde.

26 En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.

27 En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob.

28 Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.

29 En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.

30 En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.

31 En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.

32 Daarom eten de kinderen Israels de verrukte zenuw niet, die op het gewricht der heup is, tot op dezen dag, omdat Hij het gewricht van Jakobs heup aangeroerd had, aan de verrukte zenuw.

← Genesis 31   Genesis 33 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 4232, 4233, 4234, 4235, 4238, 4239, 4240, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 1025, 2838, 3021, 4013, 4236, 4237, 4242, ...

Apocalypse Revealed 862, 939


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 412, 710

Marriage 108

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 13:16, 15:5, 16:13, 17:5, 18:33, 22:17, 24:12, 27, 60, 25:30, 28:13, 31:3, 18, 28, 33:1, 8, 11, 14, 15, 34:11, 35:9, 10, 36:8, 9, 43:11, 47:25

Exodus 24:10, 11

Numeri 20:14

Deuteronomium 5:24, 26

Jozua 13:30

Judges 5:4, 6:22, 23, 8:8, 13:17, 18

Ruth 2:2, 13

I Samuël 1:18, 25:19

II Samuël 2:8, 7:18

I Koningen 12:25, 18:31

2 Kings 4:30, 6:17, 17:34

1 Chronicles 1:34, 4:10, 12:23

Proverbs 17:8

Song of Solomon 7:1

Jesaja 6:5, 9:5, 21:11

Hosea 12:4

Lucas 2:13

Word/Phrase Explanations

Jakob
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

engelen
"Angels" in the Bible represent qualities of the Lord himself, or a variety of things that come directly from the Lord. On a lower level...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

zag
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

noemde
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

Ezau
Esau (Gen. 28:5, etc.) signifies the truth of good in the natural principle. Esau (Gen. 32:3) signifies celestial good in the natural principle.

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

Jordaan
The land of Jordan,' as in Psalm 42:6, signifies what is lowly, consequently, what is distant from the celestial, as the external parts of a...

nacht
The sun in the Bible represents the Lord, with its heat representing His love and its light representing His wisdom. “Daytime,” then, represents a state...

veertig
'Forty' means completeness because 'four' means what is complete, as does 'ten.' Forty is the product of four and ten. Compound numbers have a meaning...

tweede
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Jacob's New Name - Level A
Complete lesson with activity choices: act out the different animals Jacob gave to Esau with a teacher led call and response, make a heart pocket to represent Jacob's change of heart, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Jacob's New Name - Level B
Complete lesson with activity choices: make a name banner to represent a quality you would like to have, using thumbprints make a mural of the many animals that Jacob gave Esau, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob's New Name - Level C
Complete lesson with activity choices: explore what's in a name--what some names mean and why they might be chosen, make decorative sun ornaments with quotations from the Word about light, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 14

 Jacob's New Name - Level D
Complete lesson with activity choices: explore the idea of wrestling with our faith and the tug of war in our minds between angels and evil spirits, look at the topic of praying in fear, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 15 - 17

 Jacob’s Return
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob Wrestles with an Angel
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Jacob Wrestles with Man
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 Overview of Jacob and Esau Levels A B C D for ages 3-18
An overview of the Youth Journey Program "Jacob and Esau", Levels A, B, D, and D, for ages 3-18.
Sunday School Lesson | Ages 3 - 18


Přeložit: