Genesis 31

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 30   Genesis 32 →

1 Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.

2 Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.

3 En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.

4 Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;

5 En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.

6 En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.

7 Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.

8 Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.

9 Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.

10 En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.

11 En de Engel Gods zeide tot mij in de droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!

12 En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.

13 Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.

14 Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?

15 Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.

16 Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.

17 Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.

18 En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.

19 Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.

20 En Jakob ontstal zich aan het hart van Laban, den Syrier, overmits hij hem niet te kennen gaf, dat hij vlood.

21 En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.

22 En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.

23 Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.

24 Doch God kwam tot Laban, den Syrier, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.

25 En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.

26 Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?

27 Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?

28 Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gehandeld, zo doende.

29 Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.

30 En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?

31 Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!

32 Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.

33 Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.

34 Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.

35 En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.

36 Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?

37 Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.

38 Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.

39 Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.

40 Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.

41 Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.

42 Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.

43 Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?

44 Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!

45 Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.

46 En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.

47 En Laban noemde hem Jegar-Sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.

48 Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,

49 En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!

50 Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!

51 Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;

52 Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!

53 De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.

54 Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.

55 En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.

← Genesis 30   Genesis 32 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 4061, 4062, 4063, 4064, 4065, 4072, 4073, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1298, 1356, 1992, 3664, 3727, 3728, 3974, ...

Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid 325


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 654, 696, 827

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 16:5, 20:3, 6, 22:15, 24:50, 26:24, 28, 30, 28:15, 18, 20, 29:20, 25, 27, 32, 30:26, 29, 32, 39, 42, 31:6, 7, 41, 32:1, 5, 6, 10, 35:1, 2, 7, 38:13, 44:9

Exodus 3:7, 9, 22:9, 12

Numeri 14:22

Jozua 22:27, 28, 34, 24:2

Judges 10:17, 11:10, 17:5, 18:24

Ruth 1:9

I Samuël 9:12, 12:5, 13:13, 18:9, 19:13, 25:2

II Samuël 13:22, 23

I Koningen 19:20

2 Kings 23:24

2 Chronicles 16:9

Psalm 10:14, 124:1

Ecclesiastes 4:4

Jeremia 42:5

Maleachi 2:14

Acts of the Apostles 20:37

1 Thessalonians 2:5

Word/Phrase Explanations

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

zonen
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

Laban
'Laban' signifies the affection of good in the natural self, or the affection of external good, and properly collateral good of a common stock. The...

jakob
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

vaders
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

riep
'To proclaim' signifies exploration from influx of the Lord.

Rachel
'Rachel' denotes the affection of interior truth.

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

tien
Most places in Swedenborg identify “ten” as representing “all,” or in some cases “many” or “much.” The Ten Commandments represent all the guidance we get...

vee
Animals in the Bible generally refer to spiritual activity, the things we actually do on a spiritual level. "Cattle," as typically used in the Bible,...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

Droom
A dream, as in Genesis 20:3,signifies being somewhat obscure.

engel
'A messenger' signifies communication.

Beth-El
When Jacob had his famous dream, of a staircase leading to heaven, he named the place "Bethel," which is Hebrew for "the house of God."...

gezalfd
Oil in the Bible represents the Lord’s love, so anointing someone (or something) with oil was a way to make that person (or object) a...

gelofte
In Genesis 28:20, 'he vowed a vow' denotes, in the internal sense, willing that the Lord will provide. In the highest sense, where the Lord...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

verkocht
'To sell,' as in Genesis 41:56, means transferring to another as their own, because what is sold becomes the property of the one who buys...

geld
'Silver,' in the internal sense of the Word, signifies truth, but also falsity. 'Silver' means the truth of faith, or the truth acquired from selfhood,...

rijkdom
'Wealth' signifies scientific knowledge, as seen in several passages in the Word.

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

kemelen
A camel (Matt. 22:24) signifies scientific knowledge. Camels are confirming scientifics, and cattle are the knowledges of good and truth (Jer. 49:32.)

have
The “goods” that people have in the Bible – their possessions – represent spiritual possessions, which are desires to be good and knowledge that helps...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

kanaan
Canaan signifies a worship in things external without internals, which arose out of the internal church corrupted, called Ham. Thus it is that Ham is...

schapen
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

stal
In a natural sense, the commandment 'Thou shalt not steal,' in Exodus 20:15, means, according to the letter, not stealing, robbing, or committing piracy in...

terafim
There are three universal kinds of idolatry; the first is grounded in self-love, the second in the love of the world, and the third in...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

rivier
'Rivers' signify truths in abundance serving the rational self, and so, the understanding, for the purpose of doctrine and life. 'Rivers' or 'floods' signify temptations....

broeders
Brethren (Gen. 27:29) signify the affections of good.

zeven
The number 'seven' was considered holy, as is well known, because of the six days of creation, and the seventh, which is the celestial self,...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

goed
It seems rather circular to say that “good” in the Bible represents good, but in a general sense it’s true! The case is this: The...

kwaad
'To hurt,' as mentioned in Revelation 6:6, signifies violation and profanation. 'To hurt' as mentioned in Revelation 9:4, signifies perverting the truths and goods of...

tent
'Tent' is used in the Word to signify the celestial and holy aspects of love, because in ancient time they performed holy worship in their...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

Trommel
A drum (Gen. 31) signifies spiritual good.

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

antwoordde
To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

vreesde
The fearful signify people who have no faith.

wist
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

beide
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

dienstmaagden
'Maids' denote external affections serving the internal.

opstaan
It is common in the Bible for people to "rise up," and it would be easy to pass over the phrase as simply describing a...

zonde
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

gevonden
To not to be found any more, signifies not to rise again.

twintig
'Twenty,' when referring to a quantity, signifies everything or fullness, because it is ten twice. 'Twenty,' as in Genesis 18:31, like all numbers occurring in...

geiten
From correspondences, a goat signifies the natural man. The goat which was sacrificed, as in Leviticus 16:5-10, signifies the natural man regarding a part purified,...

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

nacht
The sun in the Bible represents the Lord, with its heat representing His love and its light representing His wisdom. “Daytime,” then, represents a state...

slaap
In a general sense, sleeping in the Bible represents a state of obscurity about spiritual matters, a state in which you are not recognizing things...

Veertien
Fourteen, as in Genesis 31:40, signifies a first period of time. The fourteenth year, as in Genesis 14:5, signifies the first temptation of the Lord...

zes
Like most numbers in the Bible, "six" can have various meanings depending on context, but has a couple that are primary. When used in relation...

Abraham
Abraham (or Abram, as he is named in the beginning of his story) is one of the major characters in the story of the sacred...

stenen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

Hoop
'A heap,' as mentioned in Genesis 31:40, signifies good, because in the past, before they built altars, the ancients made heaps and ate together upon...

aten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

noemde
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

getuige
In court, a witness is someone who saw a crime being committed, or observed something that could help determine the guilt or innocence of the...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

Mizpa
'Mizpah,' as in Genesis 31:49, signifies the quality of the Lord’s presence with people who are principled in the goods of works, or with the...

verborgen
'To hide themselves in the dens and in the rocks of the mountains,' as mentioned in Revelation 6:15, signifies being in evils and in falsities...

Nahor
'Nahor,' as in Genesis 22:20, signifies the Lord’s church among the Gentiles.

zwoer
The Lord swearing by himself signifies that divine truth testifies, for He is divine truth itself, and this testifies from itself and means itself. It...

izaks
'Isaac' represents spiritual love. 'Isaac,' in Genesis 17:19, signifies the rational divine. 'Isaac' signifies the Lord's divine rational in reference to divine good. Isaac' signifies...

brood
Just as natural food feeds the natural body, so spiritual food feeds the spiritual body. And since our spiritual body is the expression of what...

vroeg
Morning comes with the rising of the sun, and the sun – which gives life to the earth with its warmth and light – represents...

kuste
To kiss' signifies uniting or conjunction from affection. To kiss,' as in c, signifies initiation. 'To kiss' signifies conjunction and acknowledgment.

plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Jacob and Laban
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Jacob's Flocks - Level A
Complete lesson with activity choices: play a game about separating the flocks of Jacob and Laban, act out Jacob's long journey, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Jacob's Flocks - Level B
Complete lesson with activity choices: play a card game about the speckled and spotted flocks, act out Jacob fleeing from Laban, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob's Flocks - Level C
Complete lesson with activity choices: role play various scenarios about respecting or crossing boundaries, look closer at visions and dreams in the Word, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 14

 Jacob's Flocks - Level D
Complete lesson with activity choices: role play various scenarios about respecting or crossing boundaries, explore the use of staffs, sticks or rods to symbolize power in the Word, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 15 - 17

 Overview of Jacob and Esau Levels A B C D for ages 3-18
An overview of the Youth Journey Program "Jacob and Esau", Levels A, B, D, and D, for ages 3-18.
Sunday School Lesson | Ages 3 - 18

 The Sixth Day of Creation
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6


Přeložit: