Genesis 30

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 29   Genesis 31 →

1 Als nu Rachel zag, dat zij Jakob niet baarde, zo benijdde Rachel haar zuster; en zij zeide tot Jakob: Geef mij kinderen! of indien niet, zo ben ik dood.

2 Toen ontstak Jakobs toorn tegen Rachel, en hij zeide: Ben ik dan in plaats van God, Die de vrucht des buiks van u geweerd heeft?

3 En zij zeide: Zie, daar is mijn dienstmaagd Bilha, ga tot haar in; dat zij op mijn knieen bare, en ik ook uit haar gebouwd worde.

4 Zo gaf zij hem haar dienstmaagd Bilha tot een vrouw; en Jakob ging tot haar in.

5 En Bilha werd zwanger, en baarde Jakob een zoon.

6 Toen zeide Rachel: God heeft mij gericht, en ook mijn stem verhoord, en heeft mij een zoon gegeven; daarom noemde zij zijn naam Dan.

7 En Bilha, Rachels dienstmaagd, werd wederom bevrucht, en baarde Jakob den tweeden zoon.

8 Toen zeide Rachel: Ik heb worstelingen Gods met mijn zuster geworsteld; ook heb ik de overhand gehad; en zij noemde zijn naam Nafthali.

9 Toen nu Lea zag, dat zij ophield van baren, nam zij ook haar dienstmaagd Zilpa, en gaf die aan Jakob tot een vrouw.

10 En Zilpa, Lea's dienstmaagd, baarde Jakob een zoon.

11 Toen zeide Lea: Er komt een hoop! en zij noemde zijn naam Gad.

12 Daarna baarde Zilpa, Lea's dienstmaagd, Jakob een tweeden zoon.

13 Toen zeide Lea: Tot mijn geluk! want de dochters zullen mij gelukkig achten; en zij noemde zijn naam Aser.

14 En Ruben ging in de dagen van de tarweoogst, en hij vond Dudaim in het veld, en hij bracht die tot zijn moeder Lea. Toen zeide Rachel tot Lea: Geef mij toch van uws zoons Dudaim.

15 En zij zeide tot haar: Is het weinig, dat gij mijn man genomen hebt, dat gij ook mijns zoons Dudaim nemen zult? Toen zeide Rachel: Daarom zal hij dezen nacht voor uws zoons Dudaim bij u liggen.

16 Als nu Jakob des avonds uit het veld kwam, ging Lea uit hem tegemoet, en zeide: Gij zult tot mij inkomen; want ik heb u om loon zekerlijk gehuurd voor mijns zoons Dudaim; en hij lag dien nacht bij haar.

17 En God verhoorde Lea; en zij werd bevrucht, en baarde Jakob den vijfden zoon.

18 Toen zeide Lea: God heeft mijn loon gegeven, nadat ik mijn dienstmaagd aan mijn man gegeven heb; en zij noemde zijn naam Issaschar.

19 En Lea werd wederom bevrucht, en zij baarde Jakob den zesden zoon.

20 En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.

21 En zij baarde daarna een dochter; en zij noemde haar naam Dina.

22 God dacht ook aan Rachel; en God verhoorde haar, en opende haar baarmoeder.

23 En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid weggenomen!

24 En zij noemde zijn naam Jozef, zeggende: De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe.

25 En het geschiedde, Als Rachel Jozef gebaard had, dat Jakob tot Laban zeide: Laat mij vertrekken, dat ik ga tot mijn plaats, en naar mijn land.

26 Geef mijn vrouwen, en mijn kinderen, om welke ik u gediend heb, dat ik vertrek; want gij weet mijn dienst, die ik u gediend heb.

27 Toen zeide Laban tot hem: Zo ik nu genade gevonden heb in uw ogen; ik heb waargenomen, dat de HEERE mij om uwentwil gezegend heeft.

28 Hij zeide dan: Noem mij uitdrukkelijk uw loon, dat ik geven zal.

29 Toen zeide hij tot hem: Gij weet, hoe ik u gediend heb, en hoe uw vee bij mij geweest is.

30 Want het weinige, dat gij voor mij gehad hebt, dat is tot een menigte uitgebroken; en de HEERE heeft u gezegend bij mijn voet; nu dan, wanneer zal ik ook werken voor mijn huis?

31 En hij zeide: Wat zal ik u geven? Toen zeide Jakob: Gij zult mij niet met al geven, indien gij mij deze zaak doen zult; ik zal wederom uw kudden weiden, en bewaren.

32 Ik zal heden door uw ganse kudde gaan, daarvan afzonderende al het gespikkelde en geplekte vee, en al het bruine vee onder de lammeren, en het geplekte en gespikkelde onder de geiten; en zulks zal mijn loon zijn.

33 Zo zal mijn gerechtigheid op den dag van morgen met mij getuigen, als gij komen zult over mijn loon, voor uw aangezicht; al wat niet gespikkeld en geplekt is onder de geiten en bruin onder de lammeren, dat zij bij mij gestolen.

34 Toen zeide Laban: Zie, och ja, het zij naar uw woord!

35 En hij zonderde af ten zelfden dage de gesprenkelde en geplekte bokken en al de gespikkelde en geplekte geiten, al waar wit aan was, en al het bruine onder de lammeren; en hij gaf dezelve in de hand zijner zonen.

36 En hij stelde een weg van drie dagen tussen hem, en tussen Jakob; en Jakob weidde de overige kudde van Laban.

37 Toen nam zich Jakob roeden van groen populierenhout, en van hazelaar, en van kastanjen; en hij schilde daarin witte strepen, ontblotende het wit, hetwelk aan die roeden was.

38 En hij legde deze roeden, die hij geschild had, in de goten, en in de drinkbakken van het water, waar de kudde kwam drinken, tegenover de kudde; en zij werden verhit, als zij kwamen om te drinken.

39 Als dan de kudde verhit werd bij de roeden, zo lammerde de kudde gesprenkelde, gespikkelde, en geplekte.

40 Toen scheidde Jakob de lammeren, en hij wendde het gezicht der kudde op het gesprenkelde, en al het bruine onder Labans kudde; en hij stelde zijn kudden alleen, en hij zette ze niet bij de kudde van Laban.

41 En het geschiedde, telkens als de kudde der vroegelingen verhit werd, zo stelde Jakob de roeden voor de ogen der kudde in de goten, opdat zij hittig werden bij de roeden.

42 Maar als de kudde spade hittig werd, zo stelde hij ze niet, zodat de spadelingen Laban, en de vroegelingen Jakob toekwamen.

43 En die man brak gans zeer uit in menigte, en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen, en ezelen.

← Genesis 29   Genesis 31 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 577, 648, 2089, 3902, 3903, 3904, 3905, ...

Apocalyps Onthuld 349


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 2157, 2643, 2868, 3246, 3857, 3862, 3909, ...

Apocalyps Onthuld 352, 358, 359


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 430, 431, 434, 435, 438, 439, 447, ...

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 13:2, 16:2, 3, 25:21, 28:15, 29:15, 20, 24, 29, 34, 35, 31:6, 8, 9, 10, 12, 38, 34:1, 35:17, 23, 24, 25, 26, 39:5, 46:15, 18, 25, 34, 50:19, 23

I Samuël 1:10, 19

2 Kings 5:7

Proverbs 30:16

Jesaja 4:1

Lucas 1:25, 48

Apocalyps 7:5, 6, 7, 8

Word/Phrase Explanations

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

zuster
The Lord calls people who are in truth from the good of charity from Him 'sisters,' as in Matthew 12:50. 'Sister' denotes intellectual truth, when...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

dood
Dead (Gen. 23:8) signifies night, in respect to the goodnesses and truths of faith.

jakobs
Jacob is told twice that his name will now be Israel. The first time is when he wrestles with an angel on his journey to...

toorn
'Toorn', zoals in Genesis 49: 7, betekent afkeer van de waarheid. 'Grote toorn', zoals in Openbaring 00:12, betekent haat tegen de nieuwe kerk.

god
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

vrucht
We tend to think of "fruit" in two ways in natural language. One is as food that grows on trees and vines, sweet and delicious,...

dienstmaagd
'Maids' denote external affections serving the internal.

knieen
A knee,' as in Genesis 30:5, signifies conjugial love. The king,' as in Isaiah 66:12, signifies celestial love. A knee,' as in Ezekiel 7:17, signifies...

gebouwd
wrought (also entwined or entwisted) is predicated of the natural scientific principle, and in Isaiah 45:13, of divine natural truth.

vrouw
'Women,' as in Genesis 45:19, signify the affections of truth. But in Genesis 31:50, 'women' signify affections of not genuine truth, so not of the...

werd
To beget or to be begotten is very similar in meaning to birth: It represents one spiritual state leading to the next spiritual state. "Beget,"...

zwanger
To be with child, (Gen. 38:24), signifies to produce something.

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

noemde
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

Dan
The tribe of Dan (Jer. 8:16) signifies truth in its own ultimate degree of order, here truth in the church, which is contained in the...

rachels
'Rachel' denotes the affection of interior truth.

Nafthali
'Naphtali' in a supreme sense, signifies the proper power of the Lord’s divine human. In a spiritual sense, he signifies temptation and victory and a...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

dochters
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

ruben
'Reuben,' in the highest sense, signifies omniscience. In a spiritual sense, he signifies wisdom, intelligence, science, and faith. In a natural sense, he signifies sight....

dagen
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

dudaim
'Mandrakes' signify the marriage of good and truth, or the conjugial which exists between good and truth.

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

moeder
In general, mothers in the Bible represent the Lord's church on earth, or the church among those who know and follow the Lord. In some...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

nacht
The sun in the Bible represents the Lord, with its heat representing His love and its light representing His wisdom. “Daytime,” then, represents a state...

avonds
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

zes
Like most numbers in the Bible, "six" can have various meanings depending on context, but has a couple that are primary. When used in relation...

zonen
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

baarmoeder
'Matrix' signifies opening of the spiritual mind.

jozef
Joseph, Jacob’s eleventh son, is one of the favorite characters in the Bible, with his troubles, his triumphs over them, and his constant trust in...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

Laban
'Laban' signifies the affection of good in the natural self, or the affection of external good, and properly collateral good of a common stock. The...

Plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

gevonden
To not to be found any more, signifies not to rise again.

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

gezegend
The Lord is perfect love expressed as perfect wisdom. He created us so that He could love us, could give us love and wisdom of...

Vee
Animals in the Bible generally refer to spiritual activity, the things we actually do on a spiritual level. "Cattle," as typically used in the Bible,...

Voet
The foot, as in Deuteronomy 33:3, signifies an inferior principle. To set the right foot on the sea and the left on the earth, as...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

geven
'To reward' signifies meting out punishment.

Kudde
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

geiten
From correspondences, a goat signifies the natural man. The goat which was sacrificed, as in Leviticus 16:5-10, signifies the natural man regarding a part purified,...

gerechtigheid
'Justice' signifies both good and truth.

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

geplekt
'Spotted,' as in Genesis 30:39, signifies truth mixed with falsities.

gestolen
In a natural sense, the commandment 'Thou shalt not steal,' in Exodus 20:15, means, according to the letter, not stealing, robbing, or committing piracy in...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

wit
'White' relates to truths, because it originates in the light of the sun.

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

drie
The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

goten
'A trough,' as in Genesis 24:20, signifies the good of truth because the water in the trough signifies truth, and the trough itself has the...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

drinken
To be drunken without wine (Isa. 29:9), are they who are unconcerned about the Word, and the truths of faith, and thus have no inclination...

gezicht
“The eyes are the windows of the soul.” That’s a sentiment with roots somewhere in murky antiquity, but one that has become hopelessly cliché because...

dienstmaagden
'A handmaid' signifies the affection of rational and scientific things. 'A handmaid,' as mentioned in Genesis 30:3, signifies the affirming medium of conjoining inner truths...

kemelen
A camel (Matt. 22:24) signifies scientific knowledge. Camels are confirming scientifics, and cattle are the knowledges of good and truth (Jer. 49:32.)

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Jacob's Family - Level A
Complete lesson with activity choices: sing and dance to a song to help you learn the names of the 12 sons of Jacob, trace your hand to make a picture of your family, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Jacob's Family - Level B
Complete lesson with activity choices: play a game to help you learn the wives and children of Jacob, choose an activity to practice patience, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob's Family - Level C
Complete lesson with activity choices: play family tree rummy to learn about the patriarchs of the Old Testament and their families, make a wordle (or word picture) to explore what kind of person you want to marry, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 14

 Jacob's Family - Level D
Complete lesson with activity choices: explore ways to cultivate patience, make a complex circular mural about the twelve sons of Jacob, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 15 - 17

 Jacob's Flocks - Level A
Complete lesson with activity choices: play a game about separating the flocks of Jacob and Laban, act out Jacob's long journey, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Jacob's Flocks - Level B
Complete lesson with activity choices: play a card game about the speckled and spotted flocks, act out Jacob fleeing from Laban, scripted story discussion, coloring picture, and a memory verse.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Jacob's Flocks - Level C
Complete lesson with activity choices: role play various scenarios about respecting or crossing boundaries, look closer at visions and dreams in the Word, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 14

 Jacob's Flocks - Level D
Complete lesson with activity choices: role play various scenarios about respecting or crossing boundaries, explore the use of staffs, sticks or rods to symbolize power in the Word, and a scripted story discussion.
Sunday School Lesson | Ages 15 - 17

 Overview of Jacob and Esau Levels A B C D for ages 3-18
An overview of the Youth Journey Program "Jacob and Esau", Levels A, B, D, and D, for ages 3-18.
Sunday School Lesson | Ages 3 - 18

 Speckled and Spotted
Worship Talk | Ages 7 - 14


Přeložit: