Genesis 24

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 23   Genesis 25 →

1 Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.

2 Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,

3 Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;

4 Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.

5 En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?

6 En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt!

7 De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.

8 Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.

9 Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.

10 En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.

11 En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.

12 En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.

13 Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten;

14 Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.

15 En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.

16 En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.

17 Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.

18 En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.

19 Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.

20 En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen.

21 En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.

22 En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.

23 Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?

24 En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.

25 Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten.

26 Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;

27 En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.

28 En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.

29 En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot die man naar buiten tot de fontein.

30 En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein.

31 En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.

32 Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.

33 Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!

34 Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;

35 En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.

36 En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft.

37 En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;

38 Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

39 Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.

40 En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.

41 Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.

42 En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;

43 Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;

44 En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.

45 Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!

46 Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.

47 Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;

48 En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.

49 Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.

50 Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.

51 Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!

52 En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.

53 En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.

54 Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!

55 Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.

56 Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.

57 Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.

58 En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.

59 Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.

60 En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!

61 En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.

62 Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.

63 En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!

64 Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.

65 En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.

66 En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.

67 En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

← Genesis 23   Genesis 25 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 2865, 3012, 3013, 3014, 3018, 3019, 3020, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1356, 1358, 1992, 2851, 2943, 2959, 3015, ...


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 600

Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 11:26, 29, 12:1, 2, 7, 9, 11, 13:2, 14:19, 22, 16:14, 17:1, 18:4, 11, 22:17, 20, 23, 23:2, 24:7, 15, 26, 40, 45, 52, 25:5, 11, 20, 26:29, 27:43, 28:1, 2, 3, 29:2, 5, 13, 31:24, 29, 32:1, ...

Exodus 2:16, 4:31, 23:20, 23, 33:2, 34:6, 16

Deuteronomium 6:13, 7:3

Jozua 2:12, 14, 17, 15:18

Rechters 3:8, 6:37, 7:15, 14:3

I Samuël 1:13, 9:11, 14:10, 30:15

I Koningen 3:6, 12:15, 24

2 Kronieken 20:18

Ezra 5:11

Job 1:3

Psalm 32:8, 37:5

Proverbs 10:22, 19:14

Jesaja 3:21, 51:2, 65:24

Ezechiël 16:11

Jonah 1:9

Handelingen van de Apostelen 7:5

2 Korintiërs 6:14

Vysvětlení slova/fráze

Abraham
Abraham (or Abram, as he is named in the beginning of his story) is one of the major characters in the story of the sacred...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

gezegend
The Lord is perfect love expressed as perfect wisdom. He created us so that He could love us, could give us love and wisdom of...

knecht
“Servant” literally means “a person who serves another,"" and its meaning is similar in reference to the spiritual meaninngs of the Bible. Our lives in...

oudste
Ancients of the people, and the princes thereof ('Isaiah 3:14'), have a similar signification with the twelve disciples.

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

onder
Generally speaking things that are seen as lower physically in the Bible represent things that are lower or more external spiritually. In some cases this...

God
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

aarde
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

vrouw
'Women,' as in Genesis 45:19, signify the affections of truth. But in Genesis 31:50, 'women' signify affections of not genuine truth, so not of the...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

izak
'Isaac' represents spiritual love. 'Isaac,' in Genesis 17:19, signifies the rational divine. 'Isaac' signifies the Lord's divine rational in reference to divine good. Isaac' signifies...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

volgen
The basic meaning of "follow" in the Bible is pretty obvious if we consider what it means to "follow the Lord." That obviously doesn't mean...

vaders
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

gesproken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

gezworen
The Lord swearing by himself signifies that divine truth testifies, for He is divine truth itself, and this testifies from itself and means itself. It...

zaad
'A seed' signifies love, and everyone who has love, as in Genesis 12:7. 8:15, 16. 'A seed' signifies faith grounded in charity. 'A seed' signifies...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

engel
'A messenger' signifies communication.

zwoer
The Lord swearing by himself signifies that divine truth testifies, for He is divine truth itself, and this testifies from itself and means itself. It...

tien
Most places in Swedenborg identify “ten” as representing “all,” or in some cases “many” or “much.” The Ten Commandments represent all the guidance we get...

kemelen
A camel (Matt. 22:24) signifies scientific knowledge. Camels are confirming scientifics, and cattle are the knowledges of good and truth (Jer. 49:32.)

Mesopotamie
'Mesopotamia' denotes knowledges of truth.

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

Nahor
'Nahor,' as in Genesis 22:20, signifies the Lord’s church among the Gentiles.

heer
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Rebekka
'Rebecca,' as in Genesis 24, signifies divine truth which would be joined to divine good of the Lord’s rational mind, which is 'Isaac.'

bethuel
Bethuel (Gen. 24), signifies the origin of the affection of good.

geboren
In a general sense, being "born" in the Bible represents one spiritual state producing another, usually some form of love or affection producing or "giving...

maagd
'Virgins,' as in Revelation 14:4, signify people who love truths because they are truths, so from a spiritual affection. 'Virgin' signifies the church as a...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

bekend
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

haastte
'To hasten' or 'hastiness' in the internal sense, does not denote what is quick, but what is certain, and also what is full, thus every...

drinken
To be drunken without wine (Isa. 29:9), are they who are unconcerned about the Word, and the truths of faith, and thus have no inclination...

putten
In Genesis 21, 'wells' signify doctrines, both those disputed and not disputed. Without this significance digging wells and disputing about them would have been too...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

voorspoedig
'To be made to prosper' signifies being provided for. Which is why 'Jehovah made it prosper in his hand' means Divine Providence. 

gouden
Gold means good, and just as gold was the most precious metal known to ancient mankind so it represents the good of the highest and...

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

armringen
'A scarf,' as in Genesis 38:18, denotes truth, because it is one of the items associated with 'garments', and 'garments' in general mean truths. As...

handen
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

dochter
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

veel
Intellectual things – ideas, knowledge, facts, even insight and understanding – are more separate and free-standing than emotional things, and it’s easier to imagine numbering...

waarheid
There's a great deal of talk in Swedenborg about "truth" as a concept – it's how we learn the Lord's will, what we must seek...

moeder
In general, mothers in the Bible represent the Lord's church on earth, or the church among those who know and follow the Lord. In some...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

Laban
'Laban' signifies the affection of good in the natural self, or the affection of external good, and properly collateral good of a common stock. The...

gezien
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

zuster
The Lord calls people who are in truth from the good of charity from Him 'sisters,' as in Matthew 12:50. 'Sister' denotes intellectual truth, when...

gehoord
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

ziet
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

stond
'To stand,' and 'come forth' as in Daniel 7:10, refers to truth. In Genesis 24:13, it signifies a state of conjunction of divine truth with...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

staan
'To stay with,' as in Genesis 32:4, relates to the life of truth when accompanied by good, and in this instance, it means to take...

voeten
The foot, as in Deuteronomy 33:3, signifies an inferior principle. To set the right foot on the sea and the left on the earth, as...

wassen
It does not take a great leap of imagination to see that “washing” in the Bible represents purification. Washing dirt from the skin is symbolic...

mannen
The relationship between men and women is deep and nuanced, and one entire book of the Writings – Conjugial Love or Love in Marriage –...

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

schapen
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

runderen
'A herd,' as mentioned in Genesis 32:7, denotes exterior or natural good, and also not good things.

zilver
'Silver,' in the internal sense of the Word, signifies truth, but also falsity. 'Silver' means the truth of faith, or the truth acquired from selfhood,...

goud
'Money' relates to truth.

sara
'Sarah' denotes truth joined to good. Sarai was called 'Sarah' so she would represent the divine intellectual principle by adding the 'H' from the name...

oud
Swedenborg tells us that space and time in the physical world correspond to states of life in the spiritual world. So when the Bible talks...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

Broeders
Brethren (Gen. 27:29) signify the affections of good.

antwoordde
To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

kwaad
'To hurt,' as mentioned in Revelation 6:6, signifies violation and profanation. 'To hurt' as mentioned in Revelation 9:4, signifies perverting the truths and goods of...

goed
It seems rather circular to say that “good” in the Bible represents good, but in a general sense it’s true! The case is this: The...

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

Abrahams
Abraham (or Abram, as he is named in the beginning of his story) is one of the major characters in the story of the sacred...

boog
To bow, as in Genesis 18:2 signifies to humble.

zilveren
'Money' relates to truth.

aten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

dronken
To be drunken without wine (Isa. 29:9), are they who are unconcerned about the Word, and the truths of faith, and thus have no inclination...

dagen
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

duizenden
As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

poort
"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

Avond
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

viel
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

kemel
A camel (Matt. 22:24) signifies scientific knowledge. Camels are confirming scientifics, and cattle are the knowledges of good and truth (Jer. 49:32.)

wandelt
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

sluier
'A veil,' as in Genesis 38:19, signifies obscurity of the truth. The first vail of the tabernacle, which was the screen in front of the...

tent
'Tent' is used in the Word to signify the celestial and holy aspects of love, because in ancient time they performed holy worship in their...

na
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

getroost
When the Bible talks about someone being comforted or consoled, it generally means that they are being offered ideas that will help bring them to...

moeders
In general, mothers in the Bible represent the Lord's church on earth, or the church among those who know and follow the Lord. In some...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 Conjugial Love
Article | Ages 15 - 17

 Correspondences of Water
Illustration of places in the Word that relate to water.
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Family Worship: The Story of Isaac and Rebekah
Ideas for reading and discussing the story of Isaac and Rebekah in Genesis 24. Includes suggestions for extending the experience such as dramatizing parts of the story.
Religion Lesson | Ages 3 - 12

 Gifts for a Bride
The story includes two love stories: Isaac and Rebekah, and a beautiful wedding Swedenborg witnessed in heaven.
Story | Ages 4 - 8

 Isaac and Rebekah
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 Isaac and Rebekah
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Isaac and Rebekah Marry
This lesson discusses a story from the Word and suggests projects and activities for young children.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 Isaac Greets Rebekah
Drawing of Isaac greeting Rebekah after her journey.
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Isaac Marries Rebekah
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 Isaac Meets Rebekah
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Marriage & Consent
Consent is more than a person saying "yes" to a marriage proposal. It sets the stage for asking and giving consent throughout a marriage.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 Preparing for Marriage
Lesson and activities to explore ways we can prepare for a loving marriage.
Religion Lesson | Ages over 15

 Protecting Marriage
Worship Talk | Ages over 18

 Puppet Play: Isaac and Rebekah
Activity | Ages 7 - 14

 Quotes: Marriage Is a Gift from God
Teaching Support | Ages over 15

 Rebekah at the Well
This story shows the Lord’s love and care for those who trust in Him and obey His teachings. 
Worship Talk | Ages 7 - 14

 Rebekah at the Well: Servant Asks for Water
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Rebekah Gives Servant Water
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Servant Brings Rebekah
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Story of Isaac and Rebekah Retold
Retelling of the story of Isaac and Rebekah for younger children.
Story | Ages 4 - 8


Přeložit: