Genesis 23

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Genesis 22   Genesis 24 →

1 En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.

2 En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.

3 Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:

4 Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.

5 En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:

6 Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.

7 Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;

8 En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,

9 Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.

10 Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:

11 Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.

12 Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;

13 En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.

14 En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem:

15 Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.

16 En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.

17 Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,

18 Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.

19 En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.

20 Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.

← Genesis 22   Genesis 24 →
   Studovat vnitřní smysl

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 2901, 2902, 2907, 2908, 2909, 2910, 2911, ...

Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1616, 2470, 2829, 2830, 2831, 2832, 2833, ...

References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 659, 750

Hop to Similar Bible Verses

Genesis 10:15, 13:18, 17:8, 24:67, 25:9, 10, 33:19, 34:24, 35:27, 49:29, 30, 32, 50:1, 13

Numeri 20:29

Ruth 4:4, 9

I Samuël 25:1

II Samuël 24:24

1 Chronicles 21:22, 24, 29:15

Jeremia 32:9, 10

Acts of the Apostles 7:5, 16

Hebrews 11:9, 13

Word/Phrase Explanations

'Lives' is used in the plural, because of the will and understanding, and because these two lives make one.

'Sarah' denotes truth joined to good. Sarai was called 'Sarah' so she would represent the divine intellectual principle by adding the 'H' from the name...

It's a landmark for a young child to count to 100; it sort of covers all the "ordinary" numbers. One hundred is obviously significant for...

The number 'seven' was considered holy, as is well known, because of the six days of creation, and the seventh, which is the celestial self,...

'Twenty,' when referring to a quantity, signifies everything or fullness, because it is ten twice. 'Twenty,' as in Genesis 18:31, like all numbers occurring in...

'Hebron' represents the Lord's spiritual church in the land of Canaan. 'Hebron' represents the church as to good.

Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

Canaan signifies a worship in things external without internals, which arose out of the internal church corrupted, called Ham. Thus it is that Ham is...

Abraham (or Abram, as he is named in the beginning of his story) is one of the major characters in the story of the sacred...

As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

The daughters of Heth, as mentioned in Genesis 27:46, signify the affections of truth from a ground that is not genuine. Here they are the...

The word "stranger" is used many times in the Bible, and it is sometimes paired with the word "sojourner". They are different concepts in the...

Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

In most cases, a "master" in the Bible refers to truth: knowledge, an understanding of the situation at hand, an understanding of the Lord's wishes,...

'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

A grave, as in Psalm 88:5, signifies hell. ‘To come forth out of the grave,’ as in John 5:29, signifies to come forth out of...

To bow, as in Genesis 18:2 signifies to humble.

'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

Ephron (Gen. 23:8, 17) signifies those with whom the good and truth of faith, which are the constituents of the church, might be received.

'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

'Macpelah,' as in Genesis 23:17, signifies regeneration by truth, which relates to faith.

When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

'Silver,' in the internal sense of the Word, signifies truth, but also falsity. 'Silver' means the truth of faith, or the truth acquired from selfhood,...

'A Hittite' in a good sense, signifies the spiritual church, or the truth of the church. The Hittites were among the upright Gentiles who were...

To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

Mamre was an Amorite who lived in the land of Canaan, in the area called Hebron in what would much later be the kingdom of...