Ezechiël 48

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 47   Daniël 1 →

1 Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-Enon, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den oosterhoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.

2 En aan de landpale van Dan, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Aser een.

3 En aan de landpale van Aser, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Nafthali een.

4 En aan de landpale van Nafthali, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Manasse een.

5 En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraim een.

6 En aan de landpale van Efraim, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Ruben een.

7 En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda een.

8 Aan de landpale nu van Juda, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, zal het hefoffer zijn, dat gijlieden zult offeren, vijf en twintig duizend meetrieten in breedte, en de lengte, als van een der andere delen, van den oosterhoek tot den westerhoek toe; en het heiligdom zal in het midden deszelven zijn.

9 Het hefoffer, dat gijlieden den HEERE zult offeren, zal wezen de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend.

10 En daarin zal het heilig hefoffer zijn voor de priesteren, noordwaarts de lengte van vijf en twintig duizend, en westwaarts de breedte van tien duizend, en oostwaarts, de breedte van tien duizend, en zuidwaarts de lengte van vijf en twintig duizend; en het heiligdom des HEEREN zal in het midden deszelven zijn.

11 Het zal zijn voor de priesteren, die geheiligd zijn uit de kinderen van Zadok, die Mijn wacht hebben waargenomen; die niet gedwaald hebben, als de kinderen Israels dwaalden; gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben.

12 En het geofferde van het hefoffer des lands zal hunlieden een heiligheid der heiligheden zijn, aan de landpale der Levieten.

13 Voorts zullen de Levieten tegenover de landpale der priesteren hebben de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; de ganse lengte zal zijn vijf en twintig duizend, en de breedte tien duizend.

14 En zij zullen daarvan niet verkopen, noch de eerstelingen des lands verwisselen, noch overdragen; want het is een heiligheid den HEERE.

15 Maar de vijf duizend, dat is hetgeen overgelaten is in de breedte, voor aan de vijf en twintig duizend, dat zal onheilig zijn, voor de stad, tot bewoning en tot voorsteden; en de stad zal in het midden daarvan zijn.

16 En dit zullen haar maten zijn: de noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd meetrieten; en de zuiderhoek vier duizend en vijfhonderd en van den oosterhoek vier duizend en vijfhonderd; en de westerhoek vier duizend en vijfhonderd.

17 De voorsteden nu der stad zullen zijn, noordwaarts tweehonderd en vijftig, en zuidwaarts tweehonderd en vijftig, en oostwaarts tweehonderd en vijftig, en westwaarts tweehonderd en vijftig.

18 En het overgelatene in de lengte, tegenover het heilig hefoffer, zal zijn tien duizend oostwaarts, en tien duizend westwaarts; en het zal tegenover het heilig hefoffer zijn; en de inkomst daarvan zal wezen tot onderhoud voor degenen, die de stad dienen.

19 En die de stad dienen, zullen haar dienen uit alle stammen Israels.

20 Het ganse hefoffer zal zijn van vijf en twintig duizend meetrieten, met vijf en twintig duizend; vierkant zult gijlieden het heilig hefoffer offeren, met de bezitting der stad.

21 En het overgelatene zal voor den vorst zijn, van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers, en van de bezitting der stad, voor aan de vijf en twintig duizend meetrieten des hefoffers, tot aan de oosterlandpale en westerlandpale, voor aan de vijf en twintig duizend aan de westerlandpale, tegenover de andere delen, dat zal voor den vorst zijn; en het heilig hefoffer, en het heiligdom des huizes, zal in het midden daarvan zijn.

22 Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.

23 Aangaande voorts het overige der stammen; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin een snoer.

24 En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon een.

25 En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.

26 En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

27 En aan de landpale van Zebulon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Gad een.

28 Aan de landpale nu van Gad, aan den zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen, tot aan de grote zee.

29 Dit is het land, dat gijlieden zult doen vallen in erfenis, voor de stammen Israels, en dit zullen hun delen zijn, spreekt de Heere HEERE.

30 Voorts zullen dit de uitgangen der stad zijn: van den noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd maten.

31 En de poorten der stad zullen zijn naar de namen der stammen Israels; drie poorten noordwaarts; een poort van Ruben, een poort van Juda, een poort van Levi.

32 En aan den oosterhoek, vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: namelijk, een poort van Jozef, een poort van Benjamin, een poort van Dan.

33 De zuiderhoek ook vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: een poort van Simeon, een poort van Issaschar, een poort van Zebulon.

34 De westerhoek, vier duizend en vijfhonderd; derzelver poorten drie: een poort van Gad, een poort van Aser, een poort van Nafthali.

35 Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.

← Ezechiël 47   Daniël 1 →
   Studovat vnitřní smysl

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 402, 6283, 9338, 9487, 9659, 10253

Apocalypse Explained 431

Apocalyps Onthuld 36, 191, 349, 945

Echtelijke Liefde 26

Leer Over De Heer 52

Hemel en Hel 171, 197

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 171

Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1678, 1715, 2788, 2851, 3708, 3858, 3862, ...

Apocalyps Onthuld 342, 904

Goddelijke Voorzienigheid 134

Leer over de Gewijde Schrift 79

Ware Christelijke Religie 157

References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 39, 208, 223, 417, 422, 433, 435, ...

Scriptural Confirmations 4, 53

Jiný komentář


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 35:22, 23

Exodus 23:19

Leviticus 25:34

Numeri 23:21

Jozua 13:23, 24, 31, 15:12, 16:8, 9, 17:5, 6, 18:10, 11, 19:1, 10, 17, 31, 39, 48

1 Chronicles 23:25

Psalm 46:6, 87:3

Jesaja 12:6

Ezechiël 35:10, 37:26, 28, 44:15, 45:1, 47:13, 15, 19, 21, 22, 48:30, 31

Zacharia 8:3

Apocalyps 21:3, 12, 13, 16, 17, 22:3

Word/Phrase Explanations

It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

In general, 'the twelve tribes' signify every aspect of the doctrine of truth and good, or of faith and love. Truth and good, or faith...

'North' signifies people who are in obscurity regarding truth. North,' in Isaiah 14:31, signifies hell. The North,' as in Jeremiah 3:12, signifies people who are...

As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

Damascus and Aroer (Isaiah 17:1, 2) signify the knowledges of truth and good. See Eliezer of Damascus.

The tribe of Dan (Jer. 8:16) signifies truth in its own ultimate degree of order, here truth in the church, which is contained in the...

A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

'Naphtali' in a supreme sense, signifies the proper power of the Lord’s divine human. In a spiritual sense, he signifies temptation and victory and a...

'Manasseh' signifies the will of the spiritual church.

Ephraim was the second son born to Joseph in Egypt and was, along with his older brother Manasseh, elevated by Jacob to the same status...

'Reuben,' in the highest sense, signifies omniscience. In a spiritual sense, he signifies wisdom, intelligence, science, and faith. In a natural sense, he signifies sight....

City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

Five also signifies all things of one part.

'Twenty,' when referring to a quantity, signifies everything or fullness, because it is ten twice. 'Twenty,' as in Genesis 18:31, like all numbers occurring in...

As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

'Long' and thence to prolong, refer to good.

'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

Most places in Swedenborg identify “ten” as representing “all,” or in some cases “many” or “much.” The Ten Commandments represent all the guidance we get...

'Sanctuary' signifies the truth of heaven and the church. 'Sanctuary,' as in Ezekiel 24:21, signifies the Word.

'South' denotes truth in light.

The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

The Bible describes many things as being holy, or sacred. The Ark of the Covenant is one very holy object. The inmost chamber of the...

'To sell,' as in Genesis 41:56, means transferring to another as their own, because what is sold becomes the property of the one who buys...

Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

Habitation, as mentioned in Genesis 27:39, signifies life. The habitation of holiness signifies the celestial kingdom. The habitation of honorableness signifies the spiritual kingdom, as...

The number "four" in the Bible represents things being linked together or joined. This is partly because four is two times two, and two represents...

God rested on the seventh day of creation. That represents a state of holiness and tranquility that was preserved in the form of the sabbath....

Also, Benjamin signifies the Word in its ultimate sense (Deut. 33:12)

In Revelation 7, 'Simeon', in the highest sense, signifies providence, in a spiritual sense, love towards our neighbor, or charity, and in a natural sense,...

'Kadesh' denotes truths, and contention about truths.

A 'stream' signifies aspects of intelligence.

Water generally represents what Swedenborg calls “natural truth,” or true concepts about day-to-day matters and physical things. Since all water ultimately flows into the seas,...

Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

'Levi' signifies truth in practice, which is the good of life. 'Levi,' in the highest sense, signifies love and mercy, in a spiritual sense, he...

Joseph, Jacob’s eleventh son, is one of the favorite characters in the Bible, with his troubles, his triumphs over them, and his constant trust in...

The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...