Ezechiël 36

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 35   Ezechiël 37 →

1 En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.

2 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!

3 Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;

4 Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;

5 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!

6 Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;

7 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!

8 Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.

9 Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.

10 En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.

11 Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

12 En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.

13 Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;

14 Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.

15 En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.

16 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

17 Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.

18 Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.

19 En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.

20 Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.

21 Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.

22 Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.

23 Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.

24 Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.

25 Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.

26 En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.

27 En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.

28 En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.

29 En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.

30 En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.

31 Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.

32 Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!

33 Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.

34 En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.

35 En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.

36 Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.

37 Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.

38 Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

← Ezechiël 35   Ezechiël 37 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 159


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 46, 55, 343, 477, 2973, 3322, 3813, ...

Apocalypse Revealed 243, 336, 459, 483, 567, 704, 832, ...

Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid 383

Leer Over De Heer 4, 28, 49

Leer over de Gewijde Schrift 86

Leer des Levens 86

Ware Christelijke Religie 143, 251, 601, 705


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 183, 280, 304, 331, 405, 587, 650, ...

De Goddelijke Wijsheid 6

Scriptural Confirmations 4, 53

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Leviticus 15:19, 16:30, 18:24, 25

Numeri 13:32

Deuteronomium 9:5, 16:16, 30:3, 4, 5, 8

I Samuël 10:9

II Samuël 12:14

2 Kings 19:34

Psalm 51:9, 79:4, 12, 83:13, 85:13, 105:45, 106:39, 107:3, 115:1, 123:3, 126:2

Jesaja 34:2, 5, 43:6, 25, 44:3, 48:9, 11, 51:3, 52:5, 62:4, 65:9, 19, 23

Jeremia 12:14, 16:18, 23:3, 4, 8, 24:7, 30:18, 19, 22, 31:1, 12, 27, 32:37, 38, 40, 41, 33:8, 9, 12, 24

Ezechiël 5:14, 6:2, 3, 9, 11:19, 16:9, 36, 38, 61, 17:24, 18:30, 20:9, 41, 43, 44, 21:17, 22:15, 25:12, 28:22, 25, 33:25, 34:13, 26, 27, 29, 35:10, 15, 36:9, 10, 22, 32, 33, 34, 37:12, 14, 23, 24, 26, ...

Daniël 9:18

Hosea 2:1, 23, 14:9

Joël 2:19, 22, 24

Amos 9:9, 11

Obadiah 1:17, 20

Micha 2:10, 12, 5:12

Zefanja 3:15

Zacharia 1:14, 2:8, 8:8, 12, 13:1

Lucas 11:2

Johannes 3:5

Romans 2:6, 24, 11:26

1 Corinthians 3:16

2 Corinthians 3

Ephesians 2:10

Hebrews 8:10, 10:22

Word/Phrase Explanations

bergen
'Hills' signify the good of charity.

hoort
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

zegt
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

vijand
An enemy in the Bible refers to people who are in the love of evil and the false thinking that springs from evil. On a...

ons
Because people are governed by angels and spirits, in Genesis 1:26 it says 'let us make man into our image.' But because the Lord alone...

lip
'A lip' signifies doctrine. A lip,' as in Isaiah 6:3, 7, signifies the interior parts of a person, consequently, internal worship, where adoration is grounded....

steden
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

edom
'Edom' or 'Idumea,' as in Isaiah 34:5, signifies those who are in evil and in falsities thence derived.

land
Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

grimmigheid
'Poison' denotes deceit or hypocrisy in the spiritual sense.

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

takken
A branch (Matt. 24:32) signifies affection, for affection springs and flourishes from good as a branch Springs from its trunk. A branch (Mal. 4:1) denotes...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

vrucht
We tend to think of "fruit" in two ways in natural language. One is as food that grows on trees and vines, sweet and delicious,...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

vruchtbaar
To be fruitful is predicated of goodnesses, and to be multiplied, of truths.

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

wandelen
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

struikelen
To 'stumble' denotes being scandalized or offended, and falling, as a result, from truths into falsities.

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

onreinigheid
Uncleanness and scum, as in Ezekiel 24:11, signifies evil and falsity.

landen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

heiligen
'To sanctify' denotes being led by the Lord. 'To sanctify' denotes being incapable of being violated.

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

brengen
As with common verbs in general, the meaning of “bring” is highly dependent on context, but in general it represents an introduction to a new...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

stenen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

wonen
Many people were nomadic in Biblical times, especially the times of the Old Testament, and lived in tents that could be struck, moved and re-raised...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

goed
It seems rather circular to say that “good” in the Bible represents good, but in a general sense it’s true! The case is this: The...

ongerechtigheden
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

eden
According to the Writings, “Eden” by itself means love, in most cases the love that comes from the Lord and our love for the Lord,...

schapen
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

Jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Quotes: The Promise of Baptism
Teaching Support | Ages over 15


Přeložit: