Ezechiël 33

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 32   Ezechiël 34 →

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

2 Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;

3 En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;

4 En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.

5 Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel.

6 Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.

7 Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

8 Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

9 Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.

10 Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israels: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven?

11 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

12 Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.

13 Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.

14 Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;

15 Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.

16 Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.

17 Nog zeggen de kinderen uws volks: De weg des Heeren is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is.

18 Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.

19 En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.

20 Nog zegt gij: De weg des Heeren is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israels!

21 En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.

22 Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom.

23 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

24 Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land Israels spreken, zeggende: Abraham was een enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.

25 Daarom zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Gij eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?

26 Gij staat op ulieder zwaard; gij doet gruwel, en verontreinigt, een ieder de huisvrouw zijns naasten; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?

27 Alzo zult gij tot hen zeggen: De Heere HEERE zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!

28 Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de bergen Israels zullen woest zijn, dat er niemand overga.

29 Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.

30 En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.

31 En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.

32 En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.

33 Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.

← Ezechiël 32   Ezechiël 34 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 156


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 612, 2235, 6367, 7102, 8711, 9263

Apocalypse Revealed 567, 668

Leer Over De Heer 28

Leer over de Gewijde Schrift 85

Ware Christelijke Religie 51


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 55, 304, 388, 405, 650

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 56

Marriage 51

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 9:4, 17:8

Exodus 21:34

Leviticus 7:20, 21, 26, 26:19, 39

Numeri 5:13, 29

I Samuël 3:20

2 Chronicles 7:14, 34:24

Ezra 9:15

Nehemiah 8

Psalm 51:15, 103:9

Proverbs 15:10

Jesaja 21:11, 12, 42:20, 51:2

Jeremia 7:9, 15, 14:15, 18:8, 10, 25:3, 28:9, 39:2, 42:21, 44:7, 8

Lamentations 3:33

Ezechiël 1:2, 3, 2:5, 3:11, 16, 27, 5:9, 17, 6:11, 12, 14, 7:4, 24, 11:15, 14:17, 15:7, 8, 18:4, 6, 7, 12, 19, 20:11, 22:3, 11, 24:23, 25, 27, 30:9, 36:18, 39:8, 40:1

Amos 3:6

Micha 7:18

Habakkuk 2:1

Zacharia 1:4

Johannes 8:24

Acts of the Apostles 20:26

2 Corinthians 5:10

James 1:22, 2:10

2 Peter 20

Apocalyps 22:12

Word/Phrase Explanations

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

land
Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

wachter
'A watchman,' as in Isaiah 21:11, in an internal sense, signifies someone who observes the states of the church and its changes, which applies to...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

bazuin
'Trumpets,' and all other wind instruments, relate to celestial affections.

hoort
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

bloed
Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

ongerechtigheid
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

dood
Dead (Gen. 23:8) signifies night, in respect to the goodnesses and truths of faith.

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

ons
Because people are governed by angels and spirits, in Genesis 1:26 it says 'let us make man into our image.' But because the Lord alone...

goddelozen
Swedenborg several times associates the “wicked” with “malevolence,” defines “malevolence” as “destroying good, interior and exterior,” and says that the wicked do this by disowning...

gerechtigheid
'Justice' signifies both good and truth.

rechtvaardige
He is said to be 'just' in a spiritual sense, who lives according to divine laws. They on the right hand being called 'just,' as...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

wandelt
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

maand
'A month' has respect to the state of truth in a person. 'A month' signifies a full state. Month,' as in Genesis 29, signifies the...

jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

avonds
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

abraham
Abraham (or Abram, as he is named in the beginning of his story) is one of the major characters in the story of the sacred...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

vallen
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

Open
To open,' as in Revelation 9, signifies communication and conjunction.

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

pestilentie
'Pestilence' denotes the vastation of good and truth.

sterkte
Strength' relates truth and falsity. Strength,' as in Luke 10:27, signifies the will and understanding extended to extremes. Strength,' as in Revelation 1:6, signifies divine...

bergen
'Hills' signify the good of charity.

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

deuren
In a general sense, doors in the Bible represent the initial desires for good and concepts of truth that introduce people to new levels of...

zitten
If you think about sitting, it seems fair to say that where you're sitting is more important than that you're sitting. Sitting in a movie...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

na
According to Swedenborg, time and space don’t exist in spiritual reality; they are purely natural things that exist only on the physical plane. This means...

lied
'A song' signifies acknowledgment and confession from joy of heart.

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

profeet
The idea of a "prophet" is very closely tied to the idea of the Bible itself, since the Bible was largely written by prophets. At...

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.


Přeložit: