Ezechiël 21

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 20   Ezechiël 22 →

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, en drup tegen de heiligdommen, en profeteer tegen het land van Israel;

3 En zeg tot het land van Israel: Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik wil aan u, en Ik zal Mijn zwaard uit zijn schede trekken; en Ik zal van u uitroeien den rechtvaardige en den goddeloze.

4 Omdat Ik dan van u uitroeien zal den rechtvaardige en den goddeloze, daarom zal Mijn zwaard uit zijn schede uitgaan tegen alle vlees, van het zuiden tot het noorden.

5 En alle vlees zal weten, dat Ik, de HEERE, Mijn zwaard uit zijn schede getrokken heb; het zal niet meer wederkeren.

6 Maar gij, mensenkind, zucht; zucht voor hun ogen met verbreking der lenden en met bitterheid.

7 En het zal geschieden, als zij tot u zeggen zullen: Waarom zucht gij, dat gij zeggen zult: Om het gerucht, want het komt! en alle hart zal versmelten, en alle handen zullen verslappen, en alle geest zal inkrimpen, en alle knieen als water henenvlieten; ziet, het komt, en het zal geschieden, spreekt de Heere HEERE.

8 Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

9 Mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de HEERE: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd.

10 Het is gescherpt, opdat het een slachting slachte; het is geveegd, opdat het een glinster hebbe; of wij dan zullen vrolijk zijn? het is de roede Mijns Zoons, die alle hout versmaadt.

11 En Hij heeft hetzelve te vegen gegeven, opdat men het met de hand handelen zou; dat zwaard is gescherpt, en dat is geveegd, om hetzelve in de hand des doodslagers te geven.

12 Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israel; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup.

13 Als er beproeving was, wat was het toen? Zou er dan ook geen versmadende roede zijn, spreekt de Heere HEERE.

14 Daarom gij, mensenkind, profeteer, en sla hand tegen hand; want het zwaard zal verdubbeld worden ten derden male, het is het zwaard dergenen, die verslagen zullen worden; het is het zwaard der groten, die verslagen zullen worden, dat tot hen in de binnenste kameren indringen zal.

15 Ik heb de punt des zwaards gezet tegen al hun poorten, opdat het hart versmelte, en de aanstoten vermenigvuldigen; ach, het is toegemaakt, opdat het glinstere, het is ingewonden om te slachten.

16 Houd u bijeen, o zwaard! keer u rechtsom, schik u, keer u linksom, waarhenen uw aangezicht gesteld is.

17 En Ik Zelf zal ook Mijn hand tegen Mijn hand slaan, en Mijn grimmigheid doen rusten; Ik, de HEERE, heb het gesproken.

18 Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

19 Gij nu, mensenkind, stel u twee wegen voor, waardoor het zwaard des konings van Babel komt; uit een land zullen zij beide voortkomen; en kies een zijde, kies ze aan het hoofd van den weg der stad.

20 Gij zult een weg voorstellen, waardoor het zwaard inkomen zal tegen Rabba der kinderen Ammons, of tegen Juda, tot de vaste stad Jeruzalem.

21 Want de koning van Babel zal aan de wegscheiding staan, aan het hoofd van de twee wegen, om waarzegging te gebruiken; hij zal zijn pijlen slijpen; hij zal de terafim vragen, hij zal de lever bezien.

22 De waarzegging zal aan zijn rechterhand zijn op Jeruzalem, om hoofdmannen te stellen, om den mond te openen in het doodslaan, om de stem op te heffen met gejuich, om stormrammen te stellen tegen de poorten, om sterkten op te werpen, om bolwerken te bouwen.

23 Dit zal hun in hun ogen als een ijdel waarzeggen zijn, omdat zij met eden beedigd zijn onder hen; maar hij zal der ongerechtigheid gedenken, opdat zij gegrepen worden.

24 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uwer gedacht wordt, zult gij met de hand gegrepen worden.

25 En gij, o onheilig, goddeloos vorst van Israel, wiens dag komen zal, ten tijde der uiterste ongerechtigheid;

26 Alzo zegt de Heere HEERE: Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.

27 Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.

28 En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de Heere HEERE, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;

29 Terwijl zij u ijdelheid zien, terwijl zij u leugen voorzeggen, om u op de halzen te stellen dergenen, die van de goddelozen verslagen zijn, welker dag gekomen was ten tijde der uiterste ongerechtigheid.

30 Keer uw zwaard weder in zijn schede! In de plaats, waar gij geschapen zijt, in het land uwer woningen zal Ik u richten.

31 En Ik zal over u Mijn gramschap uitgieten, Ik zal tegen u door het vuur Mijner verbolgenheid blazen; en Ik zal u overgeven in de hand van brandende mensen, smeders des verderfs.

32 Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.

← Ezechiël 20   Ezechiël 22 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 144


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 309, 574, 2799, 4111, 6563, 8294, 8813, ...

Apocalypse Revealed 52, 748, 759, 924

Conjugial Love 156

Leer Over De Heer 4, 28, 48

Ware Christelijke Religie 156, 322


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 126, 131, 183, 504, 600, 840, 1082

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 58

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 49:10

Judges 17:5

2 Chronicles 36:17

Esther 4:1

Job 9:22

Psalm 48:13, 80:17, 83:15, 89:40

Jesaja 13:7, 22:4, 37:24, 47:12

Jeremia 6:7, 25, 12:12, 17:27, 21:14, 23:20, 26:12, 31:19, 32:24, 47:7, 49:1, 2, 52:4

Ezechiël 4:2, 5:12, 13, 6:2, 11, 7:2, 17, 12:10, 14:17, 15:1, 17:2, 13, 15, 21:3, 4, 9, 10, 22:13, 23:23, 24:9, 25:5, 28:23, 36:31

Hosea 3:4, 7:2, 9:9

Joël 2:1

Amos 1:14, 5:6, 7:4

Micha 5:1

Zacharia 9:9

Mattheüs 13:10, 23:12

Lucas 1:52

Apocalyps 6:4

Word/Phrase Explanations

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

rechtvaardige
He is said to be 'just' in a spiritual sense, who lives according to divine laws. They on the right hand being called 'just,' as...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

zuiden
'South' denotes truth in light.

noorden
'North' signifies people who are in obscurity regarding truth. North,' in Isaiah 14:31, signifies hell. The North,' as in Jeremiah 3:12, signifies people who are...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

lenden
'Loins' in general, signify love, and when referring to the Lord, divine love. 'Loins' signify the interiors of conjugial love. Loins,' as in Isaiah 11:5,...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

handen
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

knieen
A knee,' as in Genesis 30:5, signifies conjugial love. The king,' as in Isaiah 66:12, signifies celestial love. A knee,' as in Ezekiel 7:17, signifies...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

hout
'Wood' signifies good, as well the good of love to the Lord as the good of charity towards our neighbor.

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

poorten
"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

slaan
'To smite' signifies condemnation. 'To smite,' as in Genesis 14:15, signifies vindication. 'To smite,' as in Genesis 32:8, signifies destruction. 'To smite the earth with...

grimmigheid
'Poison' denotes deceit or hypocrisy in the spiritual sense.

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

konings
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

land
Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

Rabba
Rabbath

ammons
The children of Ammon ('Jeremiah 49:1'), signify those who falsify the truths of the Word, and of the church.

Juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

staan
'To stay with,' as in Genesis 32:4, relates to the life of truth when accompanied by good, and in this instance, it means to take...

pijlen
'Shafts' or 'arrows' signify truths and spiritual truth.

terafim
There are three universal kinds of idolatry; the first is grounded in self-love, the second in the love of the world, and the third in...

lever
'The liver,' as in Exodus 29:13, signifies interior purification, and 'the caul above the liver,' the inferior good of the external or natural self.

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

bouwen
There are really two meanings for "build" in the Bible. When something is being built for the first time, or built in the most typical...

zonden
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

gezien
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

goddeloos
Swedenborg several times associates the “wicked” with “malevolence,” defines “malevolence” as “destroying good, interior and exterior,” and says that the wicked do this by disowning...

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

ongerechtigheid
Punishment' is the consummation of evil, because after punishment, reformation succeeds. This is why it says in Deuteronomy 25:3, 'that no more than forty stripes...

ijdelheid
'Vanity' signifies evil and the falsity of evil. 'Vanities of strangers' signifies falsities of religion.

zien
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

leugen
When people lie or speak falsely in the Bible, It represents what Swedenborg calls "falsity of faith" and the resulting "evil of faith." This is...

halzen
'The neck' signifies influx and the communication of interior and exterior levels and the following conjunction. The inmost or third heaven has reference to the...

plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

bloed
Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.


Přeložit: