Ezechiël 16

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 15   Ezechiël 17 →

1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

2 Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,

3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.

4 En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.

5 Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.

6 Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!

7 Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.

8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

9 Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.

10 Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.

11 Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.

12 Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.

13 Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.

14 Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.

15 Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.

16 En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.

17 Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.

18 En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.

19 En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.

20 Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,

21 Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?

22 Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.

23 Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),

24 Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.

25 Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.

26 Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.

27 Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.

28 Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.

29 Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.

30 Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!

31 Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.

32 O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

33 Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.

34 Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.

35 Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.

36 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;

37 Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.

38 Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.

39 En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.

40 Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.

41 Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.

42 Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.

43 Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.

44 Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.

45 Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.

46 Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.

47 Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.

48 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!

49 Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.

50 En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.

51 Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.

52 Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.

53 Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.

54 Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.

55 Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.

56 Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,

57 Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,

58 Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.

59 Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.

60 Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.

61 Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.

62 Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;

63 Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.

← Ezechiël 15   Ezechiël 17 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Apocalypse Explained 1029

Apocalyps Onthuld 350, 880

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 100

Leer Over De Heer 64

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 139


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 93, 213, 289, 297, 374, 622, 666, ...

Apocalyps Onthuld 134, 166, 189, 209, 213, 216, 245, ...

Echtelijke Liefde 119

Leer Over De Heer 28

Leer des Levens 79

Hemel en Hel 180

Ware Christelijke Religie 306, 314, 583, 782


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 126, 141, 195, 238, 240, 242, 272, ...

Spiritual Experiences 246, 5160

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 24:22, 38:16

Exodus 15:16, 24:8

Leviticus 26:30

Numeri 35:16, 17, 18, 21, 31

Deuteronomium 1:10, 11, 22:22, 24, 29:24, 32:13, 32, 43

I Koningen 12:28, 14:23

2 Chronicles 21:11, 28:3, 5, 18, 25, 36:17

Esther 9:27

Job 29:6, 34:26, 40:4

Psalm 45:15, 78:37, 85:3, 106:38, 41, 45, 147:14

Proverbs 7:19

Song of Solomon 1:10, 11

Jesaja 3:11, 19, 21, 10:11, 14:1, 24:5, 33:24, 43:1, 27, 44:22, 47:8, 55:3, 57:5, 9, 58:1, 61:8

Jeremia 1:16, 2:2, 10, 18, 20, 24, 3:1, 11, 20, 24, 11:10, 13:26, 27, 19:5, 23:40, 25:9, 31:32, 46:27, 52:13

Lamentations 2:15

Ezechiël 5:6, 8, 12, 13, 15, 7:3, 8, 20, 9:10, 16:3, 20, 22, 27, 36, 43, 45, 57, 58, 17:19, 18:7, 20:4, 26, 28, 29, 43, 22:2, 23:1, 3, 23, 25, 36:18, 22, 25, 32, 37:26, 43:10

Daniël 9:13, 14

Hosea 1:2, 2:5, 10, 20, 4:18, 8:9, 10, 9:1, 11:1, 14:1

Micha 1:5, 5:12, 13

Lucas 1:72, 15:22, 22:20

Johannes 10:3

Romans 2:1, 3:19, 6:21, 9:4

Ephesians 5:26

1 Peter 3:20

1 John 5:6

Apocalyps 17:16

Word/Phrase Explanations

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

Jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

zegt
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

vader
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

moeder
In general, mothers in the Bible represent the Lord's church on earth, or the church among those who know and follow the Lord. In some...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

geboren
In a general sense, being "born" in the Bible represents one spiritual state producing another, usually some form of love or affection producing or "giving...

werd
To beget or to be begotten is very similar in meaning to birth: It represents one spiritual state leading to the next spiritual state. "Beget,"...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

gewassen
It does not take a great leap of imagination to see that “washing” in the Bible represents purification. Washing dirt from the skin is symbolic...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

bloed
Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

borsten
The breast (Ezek. 16:7), signifies natural good.

tijd
Time is an aspect of the physical world, but according to Swedenborg is not an aspect of the spiritual world. The same is true of...

vleugel
'Wings' signify spiritual truths. 'Wings,' when related to the Lord, signify the divine spiritual. In the opposite sense, 'wings' relate to falsities and rationalizations from...

zwoer
The Lord swearing by himself signifies that divine truth testifies, for He is divine truth itself, and this testifies from itself and means itself. It...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

olie
Oil – typically olive oil – was an extremely important product in Biblical times, for food preparation, medicinal ointment and for burning in lamps. As...

fijn
'Silk' signifies intermediate celestial good and truth. It means good because it is soft, and truth because it shines. 'Silk,' like 'fine linen,' denotes genuine...

linnen
Linen' signifies genuine truth.

armringen
'A scarf,' as in Genesis 38:18, denotes truth, because it is one of the items associated with 'garments', and 'garments' in general mean truths. As...

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

goud
'Money' relates to truth.

zilver
'Silver,' in the internal sense of the Word, signifies truth, but also falsity. 'Silver' means the truth of faith, or the truth acquired from selfhood,...

meelbloem
Flour, or meal, signifies celestial truth, and wheat, celestial good. Flour and oil signify truth and good from a spiritual origin, and honey, good from...

honig
'Honey' signifies the delight derived from good and truth or from the affection thereof, and specifically the external delight. Thus it signifies the delight of...

voorspoedig
'To be made to prosper' signifies being provided for. Which is why 'Jehovah made it prosper in his hand' means Divine Providence. 

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

schoonheid
Beauty of his ornament (Ezek. 7:20) signifies the church and its doctrine.

geplekte
'Spotted,' as in Genesis 30:39, signifies truth mixed with falsities.

bedekt
The "high mountains being covered " (Gen. 7:19) signifies that all the good things of charity were extin­guished.

brood
'Provision' or 'meat,' as in Genesis 42:25 and Psalm 78:25, signifies support from truth and good.

reuk
Sweet' signifies delightful things from the good of truth and the truth of good. Everything sweet in the natural world corresponds to delightful and pleasant...

zonen
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

dochteren
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

na
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

egypte
'Mizraim' signifies the same thing as Egypt.

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

Filistijnen
The Philistines play a large role in the Bible as one of the longest-standing and most bitter rivals of the people of Israel, clashing with...

kanaan
Canaan signifies a worship in things external without internals, which arose out of the internal church corrupted, called Ham. Thus it is that Ham is...

Chaldea
Chaldea was a land lying along the Euphrates river near its mouth, south of Babylon, part of what is now southern Iraq. It was a...

werk
'Works,' as in Genesis 46:33, denote goods, because they are from the will, and anything from the will is either good or evil, but anything...

vrouw
'Women,' as in Genesis 45:19, signify the affections of truth. But in Genesis 31:50, 'women' signify affections of not genuine truth, so not of the...

bouwt
wrought (also entwined or entwisted) is predicated of the natural scientific principle, and in Isaiah 45:13, of divine natural truth.

hoer
'A harlot' signifies the affection of falsities, thus the church corrupted.

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

schaamte
'Unclothed' signifies being deprived of the truths of faith.

gehaat
If you truly hate someone, that means you would kill them and destroy their reputation if you could do so without repercussion – not a...

grimmigheid
'Poison' denotes deceit or hypocrisy in the spiritual sense.

Juwelen
Jewels' when applied to the ears, signify good in act.

vergadering
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

stenen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

Zwaarden
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

huizen
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

samaria
'Samaria,' as in Amos 4:1. 6:1, signifies the spiritual church perverted.

woont
'Inhabit' refers to good.

Sodom
"Sodom" in the Bible represents the love of self and the love of ruling or dominating others springing from the love of self. This is...

wegen
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

gezien
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

zonden
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

zusters
The Lord calls people who are in truth from the good of charity from Him 'sisters,' as in Matthew 12:50. 'Sister' denotes intellectual truth, when...

schande
On a natural level, there are a variety of things that can cause shame. We might be ashamed of physical weakness or ugliness; we might...

beschaamd
To be ashamed (Gen 2:25) signifies to be in evil

gevangenen
Captivity and spoil (Daniel 11:33) signifies the deprivation of every truth and good.

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

troosten
When the Bible talks about someone being comforted or consoled, it generally means that they are being offered ideas that will help bring them to...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

gedachtig
'To remember,' as in Genesis 41:9, signifies conjunction. 'Remembering' denotes conjunction because the remembrance of anyone in the other life joins them together, because as...

eeuwig
'Perpetual' in the literal sense, means to the end of one’s life, after death, and eternity.

groter
The word "great" is used in the Bible to represent a state with a strong degree of love and affection, of the desire for good;...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...


Přeložit: