Ezechiël 14

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 13   Ezechiël 15 →

1 Daarna kwamen tot mij mannen uit de oudsten van Israel, en zaten neder voor mijn aangezicht.

2 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

3 Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben den aanstoot hunner ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd?

4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt, en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden naar de menigte zijner drekgoden;

5 Opdat Ik het huis Israels in hun hart grijpe, dewijl zij allen door hun drekgoden van Mij vervreemd zijn.

6 Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Bekeert u, en keert u af van uw drekgoden, en keert uw aangezichten af van al uw gruwelen.

7 Want ieder man uit het huis Israels, en uit den vreemdeling, die in Israel verkeert, die zich van achter Mij afscheidt, en zet zijn drekgoden op in zijn hart, en stelt den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht, en komt tot den profeet, om Mij door hem te vragen; Ik ben de HEERE, hem zal geantwoord worden door Mij;

8 En Ik zal Mijn aangezicht tegen dienzelven man zetten, en zal hem stellen tot een teken en tot spreekwoorden, en zal hem uitroeien uit het midden Mijns volks; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.

9 Als nu een profeet overreed zal zijn, en iets gesproken zal hebben, Ik, de HEERE, heb dienzelven profeet overreed, en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en zal hem verdelgen uit het midden van Mijn volk Israel.

10 En zij zullen hun ongerechtigheid dragen; gelijk de ongerechtigheid des vragers zal zijn; alzo zal zijn de ongerechtigheid des profeten;

11 Opdat het huis Israels niet meer van achter Mij afdwale, en zij zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen; alsdan zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de Heere HEERE.

12 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

13 Mensenkind, als een land tegen Mij gezondigd zal hebben, zwaarlijk overtredende, zo zal Ik Mijn hand daartegen uitstrekken, en zal hetzelve den staf des broods breken, en een honger daarin zenden, dat Ik daaruit mensen en beesten uitroeie;

14 Ofschoon deze drie mannen, Noach, Daniel en Job, in het midden deszelven waren, zij zouden door hun gerechtigheid alleen hun ziel bevrijden, spreekt de Heere HEERE.

15 Zo Ik het boos gedierte make door het land door te gaan, hetwelk dat van kinderen berove, zodat het woest worde, dat er niemand doorga, vanwege het gedierte;

16 Die drie mannen in het midden deszelven zijnde, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij zonen, en zo zij dochteren bevrijden zouden, zij zelven alleen zouden bevrijd worden, maar het land zou woest worden.

17 Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten;

18 Ofschoon die drie mannen in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zij zouden zonen noch dochteren bevrijden, maar zij zelven alleen zouden bevrijd worden.

19 Of als Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien;

20 Ofschoon Noach, Daniel en Job in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij een zoon, of zo zij een dochter zouden bevrijden, zij zouden alleen hun ziel door hun gerechtigheid bevrijden.

21 Want alzo zegt de Heere HEERE: Hoeveel te meer als Ik mijn vier boze gerichten, het zwaard, en den honger, en het boze gedierte, en de pestilentie gezonden zal hebben tegen Jeruzalem, om daaruit mensen en beesten uit te roeien!

22 Doch ziet, daarin zullen ontkomenen overblijven, die uitgevoerd zullen worden, zonen en dochteren; ziet, zij zullen tot ulieden uitkomen, en gij zult hun weg zien, en hun handelingen; en gij zult vertroost worden over het kwaad, dat Ik over Jeruzalem gebracht zal hebben, ja, al wat Ik zal gebracht hebben over haar.

23 Zo zullen zij u vertroosten, als gij hun weg en hun handelingen zien zult; en gij zult weten, dat Ik niet zonder oorzaak gedaan heb, al wat Ik in haar gedaan heb, spreekt de Heere HEERE.

← Ezechiël 13   Ezechiël 15 →
   Studovat vnitřní smysl

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 137

Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 576, 2165, 2921, 4876, 5536, 7102, 7505, ...

Apocalypse Revealed 323, 459, 485, 543, 567, 883, 939

Leer Over De Heer 28

References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 386, 388, 412, 587, 650, 724, 727, ...

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 58

Nine Questions 9

Jiný komentář


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 7:1

Leviticus 26:40, 41

Deuteronomium 29:19

I Koningen 22:22

2 Kings 3:13

1 Chronicles 1:4

Job 1, 33:27

Psalm 34:17

Proverbs 11:4

Jesaja 51:19

Jeremia 2:5, 13, 14:15, 15:1, 21:2, 6, 47:7

Ezechiël 4:16, 5:12, 13, 17, 6:8, 7:19, 27, 8:1, 11:20, 21, 13:9, 18:30, 20:3, 21:8, 33:2, 44:12

Daniël 9:23

Zacharia 1:4, 13:9

Apocalyps 6:8

Word/Phrase Explanations

'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

The idea of a "prophet" is very closely tied to the idea of the Bible itself, since the Bible was largely written by prophets. At...

To "answer" generally indicates a state of spiritual receptivity. Ultimately this means being receptive to the Lord, who is constantly trying to pour true ideas...

The word "stranger" is used many times in the Bible, and it is sometimes paired with the word "sojourner". They are different concepts in the...

Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

'A token,' as in Genesis 9:12, 13, 17, signifies causing it to be.

'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

Punishment' is the consummation of evil, because after punishment, reformation succeeds. This is why it says in Deuteronomy 25:3, 'that no more than forty stripes...

In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

'A tribe' signifies the church with respect to its truths and goods, and in the opposite sense, with respect to its falsities and evils. 'A...

To “break” something creates an image that is much different from “attacking,” “destroying,” or “shattering.” It is less emotional, less violent in its intent; it...

The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

'Noah,' as in Genesis 5:29, signifies the ancient church, or the parent of the three churches after the flood.

'Justice' signifies both good and truth.

The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

'Pestilence' denotes the vastation of good and truth.

'Poison' denotes deceit or hypocrisy in the spiritual sense.

Bloods signify evil, in Ezek. 16:9.

'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

The number "four" in the Bible represents things being linked together or joined. This is partly because four is two times two, and two represents...

Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

To do “harm” in the Bible specifically means attacks and injury by evil and falsity against what is good and true. The reverse is never...