Exodus 8

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Exodus 7   Exodus 9 →

1 Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.

2 En indien gij het weigert te laten trekken, zie, zo zal Ik uw ganse landpale met vorsen slaan;

3 Dat de rivier van vorsen zal krielen, die zullen opkomen, en in uw huis komen, en in uw slaapkamer, ja, op uw bed; ook in de huizen uwer knechten, en op uw volk, en in uw bakovens, en in uw baktroggen.

4 En de vorsen zullen opkomen, op u, en op uw volk, en op al uw knechten.

5 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Zeg tot Aaron: Strek uw hand uit met uw staf, over de stromen, en over de rivieren, en over de poelen; en doe vorsen opkomen over Egypteland.

6 En Aaron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland.

7 Toen deden de tovenaars ook alzo, met hun bezweringen; en zij deden vorsen over Egypteland opkomen.

8 En Farao riep Mozes en Aaron, en zeide: Bidt vuriglijk tot den HEERE, dat Hij de vorsen van mij en van mijn volk wegneme; zo zal ik het volk trekken laten, dat zij den HEERE offeren.

9 Doch Mozes zeide tot Farao: Heb de eer boven mij! Tegen wanneer zal ik voor u, en voor uw knechten, en voor uw volk, vuriglijk bidden, om deze vorsen van u en van uw huizen te verdelgen, dat zij alleen in de rivier overblijven?

10 Hij dan zeide: Tegen morgen. En hij zeide: Het zij naar uw woord, opdat gij weet, dat er niemand is, gelijk de HEERE, onze God.

11 Zo zullen de vorsen van u, en van uw huizen, en van uw knechten, en van uw volk wijken; zij zullen alleen in de rivier overblijven.

12 Toen ging Mozes en Aaron uit van Farao; en Mozes riep tot den HEERE, ter oorzake der vorsen, die Hij Farao had opgelegd.

13 En de HEERE deed naar het woord van Mozes; en de vorsen stierven, uit de huizen, uit de voorzalen, en uit de velden.

14 En zij vergaderden ze samen bij hopen, en het land stonk.

15 Toen nu Farao zag, dat er verademing was, verzwaarde hij zijn hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk als de HEERE gesproken had.

16 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Zeg tot Aaron: Strek uw staf uit, en sla het stof der aarde, dat het tot luizen worde, in het ganse Egypteland.

17 En zij deden alzo; want Aaron strekte zijn hand uit met zijn staf, en sloeg het stof der aarde, en er werden vele luizen aan de mensen, en aan het vee; al het stof der aarde werd luizen, in het ganse Egypteland.

18 De tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen, opdat zij luizen voortbrachten; doch zij konden niet; zo waren de luizen aan de mensen, en aan het vee.

19 Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger! Doch Farao's hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.

20 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht; zie, hij zal aan het water uitgaan, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen;

21 Want zo gij Mijn volk niet laat trekken, zie, zo zal Ik een vermenging van ongedierte zenden op u, en op uw knechten, en op uw volk, en in uw huizen; alzo dat de huizen der Egyptenaren met deze vermenging zullen vervuld worden, en ook het aardrijk, waarop zij zijn.

22 En Ik zal te dien dage het land Gosen, waarin Mijn volk woont, afzonderen, dat daar geen vermenging van ongedierte zij, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, in het midden dezes lands ben.

23 En Ik zal een verlossing zetten tussen Mijn volk en tussen uw volk; tegen morgen zal dit teken geschieden!

24 En de HEERE deed alzo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het ganse Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging.

25 Toen riep Farao Mozes en Aaron, en zeide: Gaat heen, en offert uwen God in dit land.

26 Mozes dan zeide: Het is niet recht, dat men alzo doe; want wij zouden der Egyptenaren gruwel den HEERE, onzen God, mogen offeren; zie, indien wij der Egyptenaren gruwel voor hun ogen offerden, zouden zij ons niet stenigen?

27 Laat ons den weg van drie dagen in de woestijn gaan, dat wij den HEERE onzen God offeren, gelijk Hij tot ons zeggen zal.

28 Toen zeide Farao: Ik zal u trekken laten, dat gijlieden den HEERE, uwen God, offert in de woestijn; alleen, dat gijlieden in het gaan geenszins te verre trekt! Bidt vuriglijk voor mij.

29 Mozes nu zeide: Zie, ik ga van u, en zal tot den HEERE vuriglijk bidden, dat deze vermenging van ongedierte van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk morgen wegwijke! Alleen, dat Farao niet meer bedriegelijk handele, dit volk niet latende gaan, om den HEERE te offeren.

30 Toen ging Mozes uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.

31 En de HEERE deed naar het woord van Mozes, en de vermenging van ongedierte week van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk; er bleef niet een over.

32 Doch Farao verzwaarde zijn hart ook op ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.

← Exodus 7   Exodus 9 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 7378, 7379, 7380, 7381, 7382, 7383, 7384, ...

Apocalypse Revealed 503


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 1195, 1343, 1346, 3016, 4876, 4936, 5013, ...

Apocalypse Revealed 485, 702

Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid 345

Ware Christelijke Religie 635


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 328, 391, 654, 727, 1000

Spiritual Experiences 655

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 46:34

Exodus 3:18, 19, 4:21, 23, 5:1, 7:11, 13, 14, 8:4, 8, 15, 24, 26, 28, 9:4, 11, 14, 26, 28, 29, 33, 10:2, 17, 18, 23, 11:7, 15:11, 32:11

Numeri 14:20, 21:7

Deuteronomium 4:35, 32:31, 33:26

Jozua 8:18

I Samuël 6:3, 9, 12

II Samuël 7:22

I Koningen 13:6, 18:26, 29

2 Chronicles 6:14

Psalm 78:45, 86:8, 90:2, 105:30, 31

Jesaja 19:11, 28:22, 43:10

Mattheüs 24:24

Lucas 6:28, 11:20

Acts of the Apostles 8:24

2 Timothy 3:9

Word/Phrase Explanations

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

Farao
'Pharaoh' signifies scientific ideas, or the natural principle in general. 'Pharaoh' signifies false ideas infesting the truth of the church. Pharaoh,' in Genesis 40, represents...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

wateren
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

Egypte
In the Bible, Egypt means knowledge and the love of knowledge. In a good sense that means knowledge of truth from the Lord through the...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

zag
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

aarde
"Earth" in the Bible can mean a person or a group of like-minded people as in a church. But it refers specifically to the external...

morgen
Morning comes with the rising of the sun, and the sun – which gives life to the earth with its warmth and light – represents...

Gosen
‘The land of Goshen,’ as in Genesis 46:28, signifies the innermost parts of the natural mind.

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Self Destruction
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 Ten Plagues (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 The Plague of Frogs
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Plagues
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Ten Plagues
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 The Ten Plagues
Family lessons provide a worship talk and a variety of activities for children and teens..
Religion Lesson | Ages 4 - 17

 The Ten Plagues
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 The Ten Plagues and the Passover
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 The Ten Plagues (sheet music)
Song | Ages 4 - 14


Přeložit: