Exodus 6

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Exodus 5   Exodus 7 →

1 Verder sprak God tot Mozes, en zeide tot hem: Ik ben de HEERE,

2 En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God de Almachtige; doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.

3 En ook heb Ik Mijn verbond met hen opgericht, dat Ik hun geven zou het land Kanaan, het land hunner vreemdelingschappen, waarin zij vreemdelingen geweest zijn.

4 En ook heb Ik gehoord het gekerm der kinderen Israels, die de Egyptenaars in dienstbaarheid houden, en Ik heb aan Mijn verbond gedacht.

5 Derhalve zeg tot de kinderen Israels: Ik ben de HEERE! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten;

6 En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal ulieden tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren.

7 En Ik zal ulieden brengen in dat land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izak, en Jakob geven zou; en Ik zal het ulieden geven tot een erfdeel, Ik, de HEERE!

8 En Mozes sprak alzo tot de kinderen Israels; doch zij hoorden naar Mozes niet, vanwege de benauwdheid des geestes, en vanwege de harde dienstbaarheid.

9 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

10 Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.

11 Doch Mozes sprak voor den HEERE, zeggende: Zie, de kinderen Israels hebben naar mij niet gehoord; hoe zou mij dan Farao horen? daartoe ben ik onbesneden van lippen.

12 Evenwel sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, en gaf hun bevel aan de kinderen Israels, en aan Farao, den koning van Egypte, om de kinderen Israels uit Egypteland te leiden.

13 Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: de zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben.

14 En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon.

15 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

16 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

17 En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

18 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

19 En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

20 En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri.

21 En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

22 En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

23 En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten.

24 En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

25 Dit is Aaron en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israels uit Egypteland, naar hun heiren.

26 Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen Israels uit Egypte leidden; dit is Mozes en Aaron.

27 En het geschiedde te dien dage, als de HEERE tot Mozes sprak in Egypteland;

28 Zo sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Ik ben de HEERE! spreek tot Farao, den koning van Egypte, alles, wat Ik tot u spreek.

29 Toen zeide Mozes voor het aangezicht des HEEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen?

← Exodus 5   Exodus 7 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 7183, 7184, 7185, 7186, 7187, 7188, 7189, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1356, 1463, 1992, 2658, 2959, 3448, 3667, ...


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 328, 444, 573

Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 12:7, 17:1, 8, 26:3, 28:13, 46:9, 11

Exodus 2:1, 2, 24, 3:8, 14, 15, 19, 20, 4:1, 10, 5:1, 6:4, 8, 30, 7:2, 4, 5, 17, 11:1, 12:31, 33, 41, 51, 13:3, 4, 5, 9, 14, 16, 14:4, 18, 15:2, 16, 16:12, 19:5, 24:1, 28:1, 29:45, ...

Leviticus 10:1, 4, 6

Numeri 1:7, 18, 3:2, 17, 18, 19, 20, 21, 30, 10:29, 11:12, 23, 15:41, 16:1, 20:28, 25:7, 26:5, 11, 12, 57, 58, 59, 60, 33:1

Deuteronomium 4:31, 34, 5:15, 7:19, 9:29, 11:2, 26:8, 29:5, 12

Jozua 21:4, 6, 7, 22:13, 24:5, 33

Rechters 20:28

I Samuël 12:6, 8

II Samuël 7:23, 24

I Koningen 8:42, 60, 20:28

2 Koningen 17:36

1 Kronieken 4:24, 5:3, 6:1, 22, 15:8, 10, 23:12, 13, 21, 24:1, 26

2 Kronieken 20:17, 29:12, 13

Nehemiah 1:10

Psalm 12:6, 42:1, 77:16, 81:7, 11, 100:3, 105:11, 12, 26, 136:12

Proverbs 18:14

Jesaja 6:5, 49:23, 26, 51:15

Jeremia 1:7, 27:5, 31:33

Ezechiël 2:7, 20:5, 33, 47:14

Micha 6:4

Marcus 12:26

Lucas 5:8

Johannes 8:28

Handelingen van de Apostelen 13:17

Titus 2:14

Vysvětlení slova/fráze

mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

egyptenaren
Egyptians represent those who are in natural science, thus the natural, but the Hebrews, those who are of the church, thus respectively the spiritual. The...

onder
Generally speaking things that are seen as lower physically in the Bible represent things that are lower or more external spiritually. In some cases this...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

farao
'Pharaoh' signifies scientific ideas, or the natural principle in general. 'Pharaoh' signifies false ideas infesting the truth of the church. Pharaoh,' in Genesis 40, represents...

zonen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

zoon
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

aaron
Aaron was the brother of Moses. He symbolizes two things, one during the first part of the exodus, when he was Moses' spokesperson, and another...

egypte
'Mizraim' signifies the same thing as Egypt.

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 The Ten Plagues and the Passover
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10


Přeložit: