Exodus 28

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Exodus 27   Exodus 29 →

1 Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron.

2 En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad.

3 Gij zult ook spreken tot allen, die wijs van hart zijn, die Ik met de geest der wijsheid vervuld heb, dat zij voor Aaron klederen maken, om hem te heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene.

4 Dit nu zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een rok vol oogjes, een hoed en een gordel; zij zullen dan voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen.

5 Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;

6 En zullen den efod maken van goud, hemelsblauw, en purper, scharlaken en fijn getweernd linnen, van het allerkunstelijkste werk.

7 Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden.

8 En de kunstelijkste riem zijns efods, die op hem is, zal zijn gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

9 En gij zult twee sardonixstenen nemen, en de namen der zonen van Israel daarop graveren.

10 Zes van hun namen op een steen, en de zes overige namen op den anderen steen, naar hun geboorten;

11 Naar steensnijderswerk, gelijk men de zegelen graveert, zult gij deze twee stenen graveren, met de namen der zonen van Israel; gij zult ze maken, dat zij omvat zijn in gouden kastjes.

12 En gij zult de twee stenen aan de schouderbanden des efods zetten, zijnde stenen ter gedachtenis voor de kinderen Israels; en Aaron zal hun namen op zijn beide schouders dragen, ter gedachtenis, voor het aangezicht des HEEREN.

13 Gij zult ook gouden kastjes maken,

14 En twee ketentjes van louter goud; gelijk-eindigende zult gij die maken, gedraaid werk; en de gedraaide ketentjes zult gij aan de kastjes hechten.

15 Gij zult ook een borstlap des gerichts maken, van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods zult gij hem maken; van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en van fijn getweernd linnen zult gij hem maken.

16 Vierkant zal hij zijn, en verdubbeld; een span zal zijn lengte zijn, en een span zijn breedte.

17 En gij zult vervullende stenen daarin vullen, vier rijen stenen, een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.

18 En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier, en een Diamant.

19 En de derde rij, een Hyacinth, Agaat en Amethyst.

20 En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; zij zullen met goud ingevat zijn in hun vullingen.

21 En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen der zonen van Israel, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn.

22 Gij zult ook aan den borstlap gelijkeindigende ketentjes van gedraaid werk uit louter goud maken.

23 Gij zult ook aan den borstlap twee gouden ringen maken; en gij zult de twee ringen aan de twee einden van de borstlap zetten.

24 Dan zult gij de twee gedraaide gouden ketentjes in de twee ringen doen, aan de einden van den borstlap.

25 Maar de twee einden der twee gedraaide ketentjes zult gij aan die twee kastjes doen; en gij zult ze zetten aan de schouderbanden van den efod, recht op de voorste zijde van dien.

26 Gij zult nog twee gouden ringen maken, en zult ze aan de twee einden des borstlaps zetten; inwendig aan zijn rand, die aan de zijde van de efod zijn zal.

27 Nog zult gij twee gouden ringen maken, die gij zetten zult aan de twee schouderbanden van den efod, beneden aan de voorste zijde, tegenover zijn voege, boven den kunstelijken riem des efods.

28 En zij zullen den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod opwaarts binden, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijken riem van den efod zij; en de borstlap zal van den efod niet afgescheiden worden.

29 Alzo zal Aaron de namen der zonen van Israel dragen aan den borstlap des gerichts, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des HEEREN geduriglijk.

30 Gij zult ook in den borstlap des gerichts de Urim en de Thummim zetten, dat zij op het hart van Aaron zijn, als hij voor het aangezicht des HEEREN ingaan zal; alzo zal Aaron dat gericht der kinderen Israels geduriglijk op zijn hart dragen, voor het aangezicht des HEEREN.

31 Gij zult ook den mantel des efods geheel van hemelsblauw maken.

32 En het hoofdgat deszelven zal in het midden daarvan zijn; dit gat zal een boord rondom hebben van geweven werk; als het gat eens pantsiers zal het daaraan zijn, dat het niet gescheurd worde.

33 En aan deszelfs zomen zult gij granaatappelen maken van hemelsblauw, en van purper, en van scharlaken, aan zijn zomen rondom, en gouden schelletjes rondom tussen dezelve.

34 Dat er een gouden schelletje, daarna een granaatappel zij; wederom een gouden schelletje, en een granaatappel, aan de zomen des mantels rondom.

35 En Aaron zal denzelven aanhebben, om te dienen; opdat zijn geluid gehoord worde, als hij in het heilige, voor het aangezicht des HEEREN, ingaat, en als hij uitgaat, opdat hij niet sterve.

36 Verder zult gij een plaat maken van louter goud, en gij zult daarin graveren, gelijk men de zegelen graveert: De HEILIGHEID DES HEEREN!

37 En gij zult dezelve aanhechten met een hemelsblauw snoer, alzo dat zij aan den hoed zij; aan de voorste zijde des hoeds zal zij zijn.

38 En zij zal op het voorhoofd van Aaron zijn, opdat Aaron drage de ongerechtigheid der heilige dingen, welke de kinderen Israels zullen geheiligd hebben, in alle gaven hunner geheiligde dingen; en zij zal geduriglijk aan zijn voorhoofd zijn, om henlieden voor het aangezicht des HEEREN aangenaam te maken.

39 Gij zult ook een rok vol oogjes maken, van fijn linnen; gij zult ook den hoed van fijn linnen maken; maar den gordel zult gij van geborduurd werk maken.

40 Voor de zonen van Aaron zult gij ook rokken maken, en gij zult voor hen gordels maken; ook zult gij voor hen mutsen maken, tot heerlijkheid en sieraad.

41 En gij zult die uw broeder Aaron en ook zijn zonen aantrekken; en gij zult hen zalven, en hun hand vullen, en hen heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen.

42 Maak hun ook linnen onderbroeken, om het vlees der schaamte te bedekken; zij zullen zijn van de lenden tot de dijen.

43 Aaron nu en zijn zonen zullen die aanhebben, als zij in de tent der samenkomst gaan, of als zij tot het altaar treden zullen, om in het heilige te dienen; opdat zij geen ongerechtigheid dragen en sterven. Dit zal een eeuwige inzetting zijn, voor hem, en zijn zaad na hem.

← Exodus 27   Exodus 29 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 9804, 9805, 9806, 9807, 9808, 9809, 9810, ...


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 114, 115, 213, 2576, 2788, 3272, 3858, ...

Apocalypse Revealed 189, 213, 328, 347, 348, 349, 450, ...

Leer Over De Heer 48

Leer over de Gewijde Schrift 44

Ware Christelijke Religie 218


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 39, 155, 183, 204, 240, 268, 272, ...

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Exodus 6:23, 19:6, 20:26, 24:4, 25:7, 26:36, 27:21, 28:2, 12, 29, 40, 29:1, 7, 28, 29, 30:25, 30, 35, 31:6, 35:10, 36:1, 2, 39:1, 8, 22, 27, 41, 40:15

Leviticus 3:17, 6:3, 8:1, 8, 9, 12, 10:7, 17, 22:9, 15

Numeri 3:3, 15:15, 16:5, 18:1, 7, 8, 22, 32, 27:21

Deuteronomium 18:5, 33:8, 34:9

I Samuël 2:28, 23:6, 28:6, 30:7

1 Chronicles 6:34, 23:13, 29:2

2 Chronicles 26:18

Ezra 2:63

Nehemiah 7:65

Psalm 93:5

Jesaja 61:1, 10

Hosea 3:4

Zacharia 9:16, 14:20

Hebrews 5:4, 7:16

1 Peter 2:9

1 John 20

Apocalyps 21:12, 19

Word/Phrase Explanations

heerlijkheid
We tend to speak somewhat casually of "truth from the Lord," but in actual fact the Writings tell us that in its true form the...

scharlaken
'Scarlet,' as in Isaiah 1:18, signifies truth derived from good, or truth from a celestial origin, such as is the truth of the Word in...

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

Topaas
'Topaz,' as in Exodus 28:17, represents the good of celestial love.

Karbonkel
A carbuncle (Exodus 28:17) signifies the good of celestial love.

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

Smaragd
Emerald, purple, broidered-work, fine linen, coral, and agate (Ezek. 27:16), signify the knowledges of good.

twaalf
'Twelve' signifies all aspects of faith. This has been unknown to the world until now. Nevertheless, this is the constant significance of 'twelve,' anywhere it...

Urim
'Urim,' as in Isaiah 24:15, signifies the light from the divine truth proceeding from the Lord.

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

granaatappelen
'Pomegranates,' as in Exodus 28:34, signify the scientific ideas of good and truth, which are doctrinal matters from the Word in the memory, which is...

voorhoofd
The forehead corresponds to heavenly love. The forehead signifies love both good and evil: because the face is the inmost of man's affections and the...

ongerechtigheid
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

altaar
The first altar mentioned in the Word was built by Noah after he came out of the ark. On that altar, he sacrificed clean animals...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Clothespin Figure of a Priest
Make a clothespin figure of a priest for the Tabernacle, using the patter for his tunic.
Project | Ages 4 - 10

 Making Paper Figure of High Priest
Print this color picture of a high priest with his special garments.
Project | Ages 4 - 10

 The High Priest
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Urim and Thummim
Coloring Page | Ages 7 - 14


Přeložit: