Exodus 10

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Exodus 9   Exodus 11 →

1 Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;

2 En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.

3 Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.

4 Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.

5 En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.

6 En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.

7 En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?

8 Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?

9 En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.

10 Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!

11 Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.

12 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.

13 Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.

14 En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;

15 Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.

16 Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.

17 En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.

18 En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.

19 Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.

20 Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.

21 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.

22 Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.

23 Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.

24 Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.

25 Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;

26 En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.

27 Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.

28 Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!

29 Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!

← Exodus 9   Exodus 11 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 7628, 7629, 7630, 7631, 7632, 7633, 7634, ...

Apocalypse Explained 654

Apocalypse Revealed 503


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 878, 1343, 1703, 2180, 2788, 4876, 4936, ...

Apocalypse Revealed 424, 485, 505

Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid 345

Ware Christelijke Religie 635


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 419, 526, 532, 543, 706, 727, 746

Jiný komentář

  Příběhy:



Hop to Similar Bible Verses

Exodus 3:19, 4:21, 23, 5:1, 7:14, 8:4, 6, 8, 18, 19, 9:18, 27, 32, 10:1, 20, 27, 12:31, 32, 14:4, 18, 18:4

Numeri 11:2, 21:7, 22:5

Deuteronomium 1:30, 4:9, 34, 6:20, 22

I Samuël 5:11, 15:25

II Samuël 24:10, 17

I Koningen 21:29

2 Chronicles 25:16, 33:12

Job 5:14

Psalm 44:2, 78:3, 6, 26, 46, 105:28, 34, 35

Proverbs 30:27

Jesaja 8:22, 38:19

Ezechiël 32:7, 8

Joël 1:3, 4, 2:9

Hebrews 11:27

1 Peter 5:6

Apocalyps 8:12, 9:3, 16:10

Word/Phrase Explanations

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

Farao
'Pharaoh' signifies scientific ideas, or the natural principle in general. 'Pharaoh' signifies false ideas infesting the truth of the church. Pharaoh,' in Genesis 40, represents...

Egypte
In the Bible, Egypt means knowledge and the love of knowledge. In a good sense that means knowledge of truth from the Lord through the...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

aarde
"Earth" in the Bible can mean a person or a group of like-minded people as in a church. But it refers specifically to the external...

hagel
Hail signifies false ideas that destroy good and truth. Hail signifies the false ideas that come from evil in our exterior natural selves. 'Hail of...

veld
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

kruid
Every herb in the Word signifies some species of scientifics. 'Herb bearing seed,' as mentioned in Genesis 1:29, signifies every truth which regards use. 'Green...

nacht
The sun in the Bible represents the Lord, with its heat representing His love and its light representing His wisdom. “Daytime,” then, represents a state...

duisternis
"Darkness" is a state without light. "Light" is truth from the Lord, so "darkness" is a state where truth is lacking.

licht
Nov. 4, 1879: Thomas Edison filed a patent for a long-burning light bulb. Nov. 5, 1879: The light bulb was universally accepted as the symbol...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Self Destruction
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 Ten Plagues (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 The Plague of Darkness
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Plagues
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Ten Plagues
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 The Ten Plagues
Family lessons provide a worship talk and a variety of activities for children and teens..
Religion Lesson | Ages 4 - 17

 The Ten Plagues
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 The Ten Plagues and the Passover
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 The Ten Plagues (sheet music)
Song | Ages 4 - 14


Přeložit: