Daniël 11

Studovat vnitřní smysl

Dutch Staten Vertaling         

← Daniël 10   Daniël 12 →

1 Ik nu, ik stond in het eerste jaar van Darius den Meder, om hem te versterken en te stijven.

2 En nu, ik zal u de waarheid te kennen geven; ziet, er zullen nog drie koningen in Perzie staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk van Griekenland.

3 Daarna zal er een geweldig koning opstaan, die met grote heerschappij heersen zal, en hij zal doen naar zijn welgevallen.

4 En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen dan deze.

5 En de koning van het Zuiden, die een van zijn vorsten is, zal sterk worden; doch een ander zal sterker worden dan hij, en hij zal heersen; zijn heerschappij zal een grote heerschappij zijn.

6 Op het einde nu van sommige jaren, zullen zij zich met elkander bevrienden, en de dochter des konings van het Zuiden zal komen tot den koning van het Noorden, om billijke voorwaarden te maken; doch zij zal de macht des arms niet behouden, daarom zal hij, noch zijn arm, niet bestaan; maar zij zal overgegeven worden, en die haar gebracht hebben, en die haar gegenereerd heeft, en die haar gesterkt heeft in die tijden.

7 Doch uit de spruit van haar wortelen zal er een opstaan in zijn staat, die zal met heirkracht komen, en hij zal komen tegen die sterke plaatsen des konings van het Noorden, en hij zal tegen dezelve doen, en hij zal ze bemachtigen.

8 Ook zal hij hun goden, met hun vorsten, met hun gewenste vaten van zilver en goud, in de gevangenis naar Egypte brengen; en hij zal enige jaren staande blijven boven den koning van het Noorden.

9 Alzo zal de koning van het Zuiden in het koninkrijk komen, en hij zal wederom in zijn land trekken.

10 Doch zijn zonen zullen zich in strijd mengen, en zij zullen een menigte van grote heiren verzamelen; en een van hen zal snellijk komen, en als een vloed overstromen en doortrekken; en hij zal wederom komen, en zich in den strijd mengen, tot aan zijn sterke plaats toe.

11 En de koning van het Zuiden zal verbitterd worden, en hij zal uittrekken, en strijden tegen hem, tegen den koning van het Noorden, die ook een grote menigte oprichten zal, doch die menigte zal in zijn hand gegeven worden.

12 Als die menigte zal weggenomen zijn, zal zijn hart zich verheffen, en hij zal er enige tien duizenden nedervellen; evenwel zal hij niet gesterkt worden.

13 Want de koning van het Noorden zal wederkeren, en hij zal een groter menigte dan de eerste was, oprichten; en aan het einde van de tijden der jaren, zal hij snellijk komen met een grote heirkracht, en met groot goed.

14 Ook zullen er in die tijden velen opstaan tegen den koning van het Zuiden; en de scheurmakers uws volks zullen verheven worden, om het gezicht te bevestigen, doch zij zullen vallen.

15 En de koning van het Noorden zal komen, en een wal opwerpen, en vaste steden innemen; en de armen van het Zuiden zullen niet bestaan, noch zijn uitgelezen volk, ja, er zal geen kracht zijn om te bestaan.

16 Maar hij, die tegen hem komt, zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen.

17 En hij zal zijn aangezicht stellen, om met de kracht zijns gansen rijks te komen, en hij zal billijke voorwaarden medebrengen, en hij zal het doen; want hij zal hem een dochter der vrouwen geven, om haar te verderven, maar zij zal niet vast staan, en zij zal voor hem niet zijn.

18 Daarna zal hij zijn aangezicht tot de eilanden keren, en hij zal er vele innemen; doch een overste zal zijn smaad tegen hem doen ophouden, behalve dat hij zijn smaad op hem zal doen wederkeren.

19 En hij zal zijn aangezicht keren naar de sterkten zijns lands, en hij zal aanstoten, en vallen, en niet gevonden worden.

20 En in zijn staat zal er een opstaan, doende een geldeiser doortrekken, in koninklijke heerlijkheid; maar hij zal in enige dagen gebroken worden, nochtans niet door toornigheden, noch door oorlog.

21 Daarna zal er een verachte in zijn staat staan, denwelken men de koninklijke waardigheid niet zal geven; doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen.

22 En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen verbroken worden, en ook de vorst des verbonds.

23 En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen, en hij zal optrekken, en hij zal met weinig volks gesterkt worden.

24 Met stilheid zal hij ook in de vette plaatsen des landschaps komen, en hij zal doen, dat zijn vaders, of de vaders zijner vaderen, niet gedaan hebben; roof, en buit, en goederen, zal hij onder hen uitstrooien, en hij zal tegen de vastigheden zijn gedachten denken, doch tot een zekeren tijd toe.

25 En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen den koning van het Zuiden, met een grote heirkracht; en de koning van het Zuiden zal zich in den strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken.

26 En die de stukken zijner spijze zullen eten, zullen hem breken, en de heirkracht deszelven zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen.

27 En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.

28 En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen, en wederkeren in zijn land.

29 Ter bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, noch gelijk de laatste reize.

30 Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.

31 En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterkte, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.

32 En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.

33 En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis en door beroving, vele dagen.

34 Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.

35 En van de leraars zullen er sommigen vallen, om hen te louteren en te reinigen, en wit te maken, tot den tijd van het einde toe; want het zal nog zijn voor een bestemden tijd.

36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

37 En op de goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen God acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken.

38 En hij zal den god Mauzzim in zijn standplaats eren; namelijk den god, welken zijn vaders niet gekend hebben, zal hij eren met goud, en met zilver, en met kostelijk gesteente, en met gewenste dingen.

39 En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eer vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heersen over velen, en hij zal het land uitdelen om prijs.

40 En op den tijd van het einde, zal de koning van het Zuiden tegen hem met hoornen stoten; en de koning van het Noorden zal tegen hem aanstormen, met wagenen, en met ruiteren, en met vele schepen; en hij zal in de landen komen, en hij zal ze overstromen en doortrekken.

41 En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons.

42 En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen.

43 En hij zal heersen over de verborgen schatten des gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte; en die van Libye, en de Moren zullen in zijn gangen wezen.

44 Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.

45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeen aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

← Daniël 10   Daniël 12 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 1664, 2015, 3708, 9642, 10455

Apocalypse Explained 31

Apocalypse Revealed 500, 548, 720

Hemel en Hel 171

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 182


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 117, 1164, 1166, 1462, 2468, 2547, 2838, ...

Apocalypse Revealed 20, 34, 437, 447, 492, 503

Leer Over De Heer 4


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 50, 355, 405, 418, 514, 573, 654, ...

Scriptural Confirmations 4, 38

Jiný komentář

  Příběhy:

  Komentář (pdf)


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 10:4

Numeri 24:24, 34:5

II Samuël 5:21, 15:2, 6

Ezra 4:6, 7, 24

Nehemiah 14

Esther 1:1

Job 34:24

Psalm 37:35, 48:2, 103:20

Proverbs 12:20

Jesaja 10:5, 12, 23, 25, 11:14, 14:14, 30:33, 46:1, 57:9

Ezechiël 27:6, 28:2, 38:9

Daniël 6:1, 7:8, 26, 8:4, 5, 8, 9, 11, 12, 13, 17, 19, 22, 24, 25, 9:26, 27, 10:21, 11:16, 41, 45, 12:3, 10

Zacharia 6:6, 11:16, 13:9

Mattheüs 24:15

2 Thessalonians 2:4, 8

Apocalyps 7:14, 13:5

Word/Phrase Explanations

waarheid
There's a great deal of talk in Swedenborg about "truth" as a concept – it's how we learn the Lord's will, what we must seek...

drie
The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

vierde
The number "four" in the Bible represents things being linked together or joined. This is partly because four is two times two, and two represents...

rijkdom
'Wealth' signifies scientific knowledge, as seen in several passages in the Word.

Griekenland
Greece, in the Word, signifies the nations about to receive the truths of doctrine. Greece signifies the same as ‘isles.’ The king of Greece represents...

gebroken
To “break” something creates an image that is much different from “attacking,” “destroying,” or “shattering.” It is less emotional, less violent in its intent; it...

zuiden
'South' denotes truth in light.

dochter
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

konings
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

noorden
'North' signifies people who are in obscurity regarding truth. North,' in Isaiah 14:31, signifies hell. The North,' as in Jeremiah 3:12, signifies people who are...

wortelen
'A root,' as in Malachi 4:1, signifies charity. The dried up root,' as in Hosea 9:16, 17, signifies charity which could not bear fruit.

zilver
'Silver,' in the internal sense of the Word, signifies truth, but also falsity. 'Silver' means the truth of faith, or the truth acquired from selfhood,...

goud
Gold means good, and just as gold was the most precious metal known to ancient mankind so it represents the good of the highest and...

gevangenis
'To be in prison,' as in Revelation 2:10, signifies being infested by evils from hell, because this is like being bound in prison, because they...

Egypte
'Mizraim' signifies the same thing as Egypt.

brengen
As with common verbs in general, the meaning of “bring” is highly dependent on context, but in general it represents an introduction to a new...

blijven
'To stay with,' as in Genesis 32:4, relates to the life of truth when accompanied by good, and in this instance, it means to take...

verzamelen
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

groter
The word "great" is used in the Bible to represent a state with a strong degree of love and affection, of the desire for good;...

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

wal
'Mound' signifies truths not appearing because they are falsified.

steden
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

armen
Arms and feet (Daniel 10:6) signify the exterior things of the Word, which are its literal sense.

land
Generally in the Bible a "country" means a political subdivision ruled by a king, or sometimes a tribe with a territory ruled by a king...

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

eilanden
Islands' signify the natural mind, or the natural human, regarding truths and falsities. People who are steeped in the internal sense of the Word, such...

vallen
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

gevonden
To not to be found any more, signifies not to rise again.

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

dagen
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

oorlog
War in the Word represents the combat of temptation when what is good is assaulted by what is evil or false. The evil that attacks...

verachte
We tend to think of "despising" something or someone as just a strong way of expressing dislike, but there is a further shade of meaning...

overstroomd
'To overflow,' as in Daniel 11:40, signifies immersion in falsities and evils.

bedrog
Guile signifies to deceive and seduce for a deliberate purpose.

vaders
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

buit
'To spoil,' as in Genesis 34:27, signifies destruction. 'Spoil,' as in Deuteronomy 13:16, signifies the falsification of truth.

goederen
The “goods” that people have in the Bible – their possessions – represent spiritual possessions, which are desires to be good and knowledge that helps...

gedachten
There are thoughts from perception, from conscience, and from a lack of conscience. Thoughts from perception are only possible in the celestial, that is, people...

tijd
Time is an aspect of the physical world, but according to Swedenborg is not an aspect of the spiritual world. The same is true of...

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

kwaad
To do “harm” in the Bible specifically means attacks and injury by evil and falsity against what is good and true. The reverse is never...

tafel
Food and drink in the Bible represent the desire to be loving and the understanding of how to be loving, gifts that flow from the...

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

heilig
'Sanctuary' signifies the truth of heaven and the church. 'Sanctuary,' as in Ezekiel 24:21, signifies the Word.

geven
'To reward' signifies meting out punishment.

god
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

wit
'White' relates to truths, because it originates in the light of the sun.

schepen
Ships were used in the ancient world – as they generally are now – to carry freight from nation to nation for trade. The various...

Edom
'Edom' or 'Idumea,' as in Isaiah 34:5, signifies those who are in evil and in falsities thence derived.

moab
'Moab,' in a positive sense, signifies people who are in natural good, and allow themselves to be easily seduced, but in an opposite sense, it...

ammons
The children of Ammon ('Jeremiah 49:1'), signify those who falsify the truths of the Word, and of the church.

grimmigheid
'Poison' denotes deceit or hypocrisy in the spiritual sense.

tenten
'Tent' is used in the Word to signify the celestial and holy aspects of love, because in ancient time they performed holy worship in their...

berg
'Hills' signify the good of charity.


Přeložit: