II Samuël 12

Studovat vnitřní smysl
← II Samuël 11   II Samuël 13 →         

1 En de HEERE zond Nathan tot David. Als die tot hem inkwam, zeide hij tot hem: Er waren twee mannen in een stad, de een rijk en de ander arm.

2 De rijke had zeer veel schapen en runderen.

3 Maar de arme had gans niet dan een enig klein ooilam, dat hij gekocht had, en had het gevoed, dat het groot geworden was bij hem, en bij zijn kinderen tegelijk; het at van zijn bete, en dronk van zijn beker, en sliep in zijn schoot, en het was hem als een dochter.

4 Toen nu den rijken man een wandelaar overkwam, verschoonde hij te nemen van zijn schapen en van zijn runderen, om voor den reizenden man, die tot hem gekomen was, wat te bereiden; en hij nam des armen mans ooilam, en bereidde dat voor den man, die tot hem gekomen was.

5 Toen ontstak Davids toorn zeer tegen dien man; en hij zeide tot Nathan: Zo waarachtig als de HEERE leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods!

6 En dat ooilam zal hij viervoudig wedergeven, daarom dat hij deze zaak gedaan, en omdat hij niet verschoond heeft.

7 Toen zeide Nathan tot David: Gij zijt die man! Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u ten koning gezalfd over Israel, en Ik heb u uit Sauls hand gered;

8 En Ik heb u uws heren huis gegeven, daartoe uws heren vrouwen in uw schoot, ja, Ik heb u het huis van Israel en Juda gegeven; en indien het weinig is, Ik zou u alzulks en alzulks daartoe doen.

9 Waarom hebt gij dan het woord des HEEREN veracht, doende wat kwaad is in Zijn ogen? Gij hebt Uria, den Hethiet, met het zwaard verslagen, en zijn huisvrouw hebt gij u ter vrouwe genomen; en hem hebt gij met het zwaard van de kinderen Ammons doodgeslagen.

10 Nu dan, het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid; daarom dat gij Mij veracht hebt, en de huisvrouw van Uria, den Hethiet, genomen hebt, dat zij u ter vrouwe zij.

11 Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis, en zal uw vrouwen nemen voor uw ogen, en zal haar aan uw naaste geven; die zal bij uw vrouwen liggen, voor de ogen dezer zon.

12 Want gij hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor gans Israel, en voor de zon.

13 Toen zeide David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen den HEERE! En Nathan zeide tot David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven.

14 Nochtans, dewijl gij door deze zaak de vijanden des HEEREN grotelijks hebt doen lasteren, zal ook de zoon, die u geboren is, den dood sterven.

15 Toen ging Nathan naar zijn huis. En de HEERE sloeg het kind, dat de huisvrouw van Uria David gebaard had, dat het zeer krank werd.

16 En David zocht God voor dat jongsken; en David vastte een vasten, en ging in, en lag den nacht over op de aarde.

17 Toen maakten zich de oudsten van zijn huis op tot hem, om hem te doen opstaan van de aarde; maar hij wilde niet, en at geen brood met hen.

18 En het geschiedde op den zevenden dag, dat het kind stierf; en Davids knechten vreesden hem aan te zeggen, dat het kind dood was, want zij zeiden: Ziet, als het kind nog levend was, spraken wij tot hem, maar hij hoorde naar onze stem niet, hoe zullen wij dan tot hem zeggen: Het kind is dood? Want het mocht kwaad doen.

19 Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Dies zeide David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood.

20 Toen stond David op van de aarde, en wies en zalfde zich, en veranderde zijn kleding, en ging in het huis des HEEREN, en bad aan; daarna kwam hij in zijn huis, en eiste brood; en zij zetten hem brood voor, en hij at.

21 Zo zeiden zijn knechten tot hem: Wat is dit voor een ding, dat gij gedaan hebt? Om des levenden kinds wil hebt gij gevast en geweend; maar nadat het kind gestorven is, zijt gij opgestaan en hebt brood gegeten.

22 En hij zeide: Als het kind nog leefde, heb ik gevast en geweend; want ik zeide: Wie weet, de HEERE zou mij mogen genadig zijn, dat het kind levend bleve.

23 Maar nu is het dood, waarom zou ik nu vasten? Zal ik hem nog kunnen wederhalen? Ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen.

24 Daarna troostte David zijn huisvrouw Bathseba, en ging tot haar in, en lag bij haar; en zij baarde een zoon, wiens naam zij noemde Salomo; en de HEERE had hem lief.

25 En zond heen door de hand van den profeet Nathan, en noemde zijn naam Jedid-Jah, om des HEEREN wil.

26 Joab nu krijgde tegen Rabba der kinderen Ammons; en hij nam de koninklijke stad in.

27 Toen zond Joab boden tot David, en zeide: Ik heb gekrijgd tegen Rabba, ook heb ik de waterstad ingenomen.

28 Zo verzamel gij nu het overige des volks, en beleger de stad, en neem ze in; opdat niet, zo ik de stad zou innemen, mijn naam over haar uitgeroepen worde.

29 Toen verzamelde David al dat volk, en toog naar Rabba; en hij krijgde tegen haar, en nam ze in.

30 En hij nam de kroon haars konings van zijn hoofd af, welker gewicht was een talent gouds, met edelgesteente, en zij werd op Davids hoofd gezet; ook voerde hij uit een zeer groten roof der stad.

31 Het volk nu, dat daarin was, voerde hij uit, en legde het onder zagen, en onder ijzeren dorswagens, en onder ijzeren bijlen, en deed hen door den ticheloven doorgaan; en alzo deed hij aan alle steden der kinderen Ammons. Daarna keerde David, en al het volk, weder naar Jeruzalem.

← II Samuël 11   II Samuël 13 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Výklad(y) nebo odkazy ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus 2913, 4903, 5057, 6960, 7248, 10087

Apocalypse Revealed 300


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Spiritual Experiences 2617, 2621, 2639

Marriage 108

Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 37:35

Exodus 9:27, 21:34

Leviticus 20:10

Numeri 15:31, 35:31

Deuteronomium 33:12

Jozua 7:6, 10:15

I Samuël 14:39, 15:19, 25, 31, 16:13

II Samuël 3:35, 5:5, 14, 11:1, 17, 25, 27, 13:28, 29, 31, 16:11, 22, 17:27, 18:14, 15, 22:1, 24:10, 11, 17

I Koningen 1:8, 10, 2:2, 24, 25, 15:5, 20:40, 21:18

1 Kronieken 20:1, 22:9

Nehemiah 5:9, 13:26

Job 1:20, 7:10, 31:10, 34:22

Psalm 32:1, 51:2, 6, 16, 99:8, 130:4

Proverbs 4:3, 14:2, 28:13

Jesaja 44:22

Ezechiël 25:5, 36:20

Daniël 9:3

Amos 1:13, 14

Jonah 3:9

Mattheüs 1:6

Lucas 12:2, 15:21, 19:8

Romeinen 2:1, 24

1 Johannes 1:7, 5:16

Významy biblických slov

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

nathan
'Nathan' signifies the doctrine of truth.

david
David is one of the most significant figures in the Bible. He was a musician, one of history’s greatest poets, the boy warrior who killed...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

schapen
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

runderen
'A herd,' as mentioned in Genesis 32:7, denotes exterior or natural good, and also not good things.

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

dochter
Marriages among people – both in the Bible and in life – represent spiritual marriage. Women represent the desire to be good and to do...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

davids
David is one of the most significant figures in the Bible. He was a musician, one of history’s greatest poets, the boy warrior who killed...

toorn
'Toorn', zoals in Genesis 49: 7, betekent afkeer van de waarheid. 'Grote toorn', zoals in Openbaring 00:12, betekent haat tegen de nieuwe kerk.

kind
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

zegt
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

gezalfd
Olie in de Bijbel vertegenwoordigt de liefde van de Heer, dus het zalven van iemand (of iets) met olie was een manier om die persoon...

sauls
Saul was the first king of Israel, anointed by Samuel when the people insisted on having a king. Like all the kings, both good and...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

vrouwen
The Hebrew of the Old Testament has six different common words which are generally translated as "wife," which largely overlap but have different nuances. Swedenborg...

juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

kwaad
To do “harm” in the Bible specifically means attacks and injury by evil and falsity against what is good and true. The reverse is never...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

uria
'Uriah' represents the spiritual church.

hethiet
'A Hittite' in a good sense, signifies the spiritual church, or the truth of the church. The Hittites were among the upright Gentiles who were...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

ammons
The children of Ammon ('Jeremiah 49:1'), signify those who falsify the truths of the Word, and of the church.

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

zon
The 'sun' signifies celestial and spiritual love. The 'sun' in the Word, when referring to the Lord, signifies His divine love and wisdom. Because the...

zonde
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

vijanden
An enemy in the Bible refers to people who are in the love of evil and the false thinking that springs from evil. On a...

zoon
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

dood
Dead (Gen. 23:8) signifies night, in respect to the goodnesses and truths of faith.

werd
Het is een soort van verwekken of verwekken: Het vertegenwoordigt de ene spirituele staat die leidt tot de volgende spirituele staat. "Beget is echter over...

aarde
"Aarde" in de Bijbel kan een persoon of een groep gelijkgestemden betekenen als in een kerk. Maar het verwijst specifiek naar de buitenkant van de...

opstaan
It is common in the Bible for people to "rise up," and it would be easy to pass over the phrase as simply describing a...

brood
The word “bread” is used two ways in the Bible. In some cases it means actual bread; in others it stands for food in general....

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

stem
When the Lord speaks through the heaven, it descends into the lower spheres and is heard as thunder. As He speaks through the whole of...

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

opgestaan
It is common in the Bible for people to "rise up," and it would be easy to pass over the phrase as simply describing a...

gegeten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

troostte
When the Bible talks about someone being comforted or consoled, it generally means that they are being offered ideas that will help bring them to...

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

noemde
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

salomo
Solomon was permitted to institute idolatrous worship to provide an image of the Lord's kingdom or the church in all the religions of the whole...

profeet
The idea of a "prophet" is very closely tied to the idea of the Bible itself, since the Bible was largely written by prophets. At...

joab
Joab' denotes people in whom there is no longer any spiritual life, because of the profanation of good and the falsification of truth.

Rabba
'The sons of Rabbah' signify the affections of truth in the natural self.

verzamelde
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

konings
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

onder
Generally speaking things that are seen as lower physically in the Bible represent things that are lower or more external spiritually. In some cases this...

ijzeren
'Iron,' in Deuteronomy 8:9, signifies natural or rational truth. Iron' signifies natural truth, and consequently, the natural sense of the Word. At the same time,...

steden
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

jeruzalem
Jerusalem, on Mount Zion, signifies the doctrine of love to the Lord, and how it governs your life. Jerusalem first comes to our attention in...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 David and Nathan the Prophet
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 David and Nathan the Prophet (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 David and Nathan the Prophet (6-8 years)
Make finger puppet lambs, then act out the story of the rich man taking the lamb from the poor man.
Project | Ages 7 - 10

 David and Nathan the Prophet (9-11 years)
Project | Ages 11 - 14

 David As King
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 David Prays
Coloring Page | Ages 7 - 14

 Judge Yourself as You Judge Others
Worship Talk | Ages 7 - 14

 Nathan Rebukes David
Script for Reader's Theater, each person taking a part and reading the play aloud.
Activity | Ages 11 - 14

 Parable of the Ewe Lamb
Pictures the ewe lamb with the poor man and his family.
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Parable of the Ewe Lamb
The story of Nathan and David shows us how the Lord gently leads us back into order when we stray. Nathan does not accuse David or threaten him. He simply presents the truth to David, and then lets him judge himself in comparison to the truth.
Worship Talk | Ages over 18

 Why Good People Do Bad Things
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 You Are the Man
Shows Nathan the prophet telling King David that he is like the rich man who stole the ewe lamb.
Coloring Page | Ages 7 - 14

 You Are the Man!
Worship Talk | Ages 7 - 14


Přeložit: