I Samuël 26

Studovat vnitřní smysl
← I Samuël 25   I Samuël 27 →         

1 De Zifieten nu kwamen tot Saul te Gibea, zeggende: Houdt zich David niet verborgen op den heuvel van Hachila, voor aan de wildernis?

2 Toen maakte zich Saul op, en toog af naar de woestijn Zif, en met hem drie duizend man, uitgelezenen van Israel, om David te zoeken in de woestijn Zif.

3 En Saul legerde zich op den heuvel van Hachila, die voor aan de wildernis is aan den weg, maar David bleef in de woestijn, en zag, dat Saul achter hem kwam naar de woestijn.

4 Want David had verspieders gezonden, en hij vernam, dat Saul voorzeker kwam.

5 En David maakte zich op, en kwam aan de plaats, waar Saul zich gelegerd had, en David bezag de plaats, waar Saul lag, met Abner, den zoon van Ner, zijn krijgsoverste. En Saul lag in den wagenburg, en het volk was rondom hem gelegerd.

6 Toen antwoordde David, en sprak tot Achimelech, den Hethiet, en tot Abisai, den zoon van Zeruja, den broeder van Joab, zeggende: Wie zal met mij tot Saul in het leger afgaan? Toen zeide Abisai: Ik zal met u afgaan.

7 Alzo kwamen David en Abisai tot het volk des nachts; en ziet, Saul lag te slapen in den wagenburg, en zijn spies stak in de aarde aan zijn hoofdeinde, en Abner, en het volk lag rondom hem.

8 Toen zeide Abisai tot David: God heeft heden uw vijand in uw hand besloten; laat mij toch hem nu met de spies op eenmaal ter aarde slaan, en ik zal het hem niet ten tweeden male doen.

9 David daarentegen zeide tot Abisai: Verderf hem niet; want wie heeft zijn hand aan den gezalfde des HEEREN gelegd, en is onschuldig gebleven?

10 Verder zeide David: Zo waarachtig als de HEERE leeft, de HEERE zal hem slaan, of zijn dag zal komen, dat hij zal sterven, of hij zal in een strijd trekken, dat hij omkome.

11 De HEERE late het verre van mij zijn, dat ik mijn hand legge aan den gezalfde des HEEREN! zo neem toch nu de spies, die aan zijn hoofdeinde is, en de waterfles, en laat ons gaan.

12 Zo nam David de spies en de waterfles van Sauls hoofdeinde, en zij gingen heen; en er was niemand, die het zag, en niemand, die het merkte, ook niemand, die ontwaakte; want zij sliepen allen; want er was een diepe slaap des HEEREN op hen gevallen.

13 Toen David over aan gene zijde gekomen was, zo stond hij op de hoogte des bergs van verre, dat er een grote plaats tussen hen was.

14 En David riep tot het volk, en tot Abner, den zoon van Ner, zeggende: Zult gij niet antwoorden, Abner? Toen antwoordde Abner en zeide: Wie zijt gij, die tot den koning roept?

15 Toen zeide David tot Abner: Zijt gij niet een man, en wie is u gelijk in Israel? Waarom dan hebt gij over uw heer, den koning, geen wacht gehouden? Want daar is een van het volk gekomen, om den koning, uw heer, te verderven.

16 Deze zaak, die gij gedaan hebt, is niet goed; zo waarachtig als de HEERE leeft, gijlieden zijt kinderen des doods, die over uw heer, den gezalfde des HEEREN, geen wacht gehouden hebt! En nu, zie, waar de spies des konings is, en de waterfles, die aan zijn hoofdeinde was.

17 Saul nu kende de stem van David, en zeide: Is dit uw stem, mijn zoon David? David zeide: Het is mijn stem, mijn heer koning!

18 Hij zeide verder: Waarom vervolgt mijn heer zijn knecht alzo achterna, want wat heb ik gedaan, en wat kwaad is er in mijn hand?

19 En nu, mijn heer de koning hore toch naar de woorden zijns knechts. Indien de HEERE u tegen mij aanport, laat Hem het spijsoffer rieken; maar indien het mensenkinderen zijn, zo zijn zij vervloekt voor het aangezicht des HEEREN, dewijl zij mij heden verstoten, dat ik niet mag vastgehecht blijven in het erfdeel des HEEREN, zeggende: Ga heen, dien andere goden.

20 En nu, mijn bloed valle niet op de aarde van voor het aangezicht des HEEREN; want de koning van Israel is uitgegaan om een enige vlo te zoeken, gelijk als men een veldhoen op de bergen najaagt.

21 Toen zeide Saul: Ik heb gezondigd; keer weder, mijn zoon David, want ik zal u geen kwaad meer doen, voor dat mijn ziel dezen dag dierbaar in uw ogen geweest is; zie, ik heb dwaselijk gedaan, en ik heb zeer grotelijks gedwaald.

22 Toen antwoordde David, en zeide: Zie, de spies des konings; zo laat een van de jongelingen overkomen, en halen ze.

23 De HEERE dan vergelde aan een iegelijk zijn gerechtigheid en zijn getrouwheid; want de HEERE had u heden in mijn hand gegeven; maar ik heb mijn hand niet willen uitsteken, aan den gezalfde des HEEREN.

24 En zie, gelijk als te dezen dage uw ziel in mijn ogen is groot geacht geweest, alzo zij mijn ziel in de ogen des HEEREN groot geacht, en Hij verlosse mij uit allen nood.

25 Toen zeide Saul tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; gij zult het ja gewisselijk doen, en gij zult ook gewisselijk de overhand hebben. Toen ging David op zijn weg, en Saul keerde weder naar zijn plaats.

← I Samuël 25   I Samuël 27 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Výklad(y) nebo odkazy ze Swedenborgových prací:

Arcana Coelestia 2913, 9954

Apocalypse Revealed 779


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 375

Jiný komentář

  Příběhy:


  Biblická studia:  (see all)


  Související Knihy  (see all)


Skočit na podobné biblické verše

Genesis 2:21, 8:21, 10:15, 15:12

Numeri 36:7, 9

Deuteronomium 13:3

I Samuël 12:3, 13:13, 14:50, 15:24, 30, 20:1, 23:19, 24:3, 5, 7, 11, 15, 16, 17, 20, 25:38, 39, 31:4

II Samuël 1:14, 2:13, 18, 3:38, 4:9, 16:9, 10, 19:22, 22:21, 25, 23:34, 39

2 Koningen 1:13, 14

1 Kronieken 2:16

Job 14:5, 34:11

Psalm 17:4, 20:4, 34:20, 54:2, 57:1, 63:1

Jeremia 40:15

Lucas 9:54

Johannes 18:23

2 Timothy 4:18

Významy biblických slov

saul
Saul was the first king of Israel, anointed by Samuel when the people insisted on having a king. Like all the kings, both good and...

gibea
Gibeah, as in 2 Samuel 6, signifies the natural or ultimate principle of the church. Gibeah, Ramah, and Bethaven, as in Hosea 5:8, denote those...

david
David is one of the most significant figures in the Bible. He was a musician, one of history’s greatest poets, the boy warrior who killed...

verborgen
'To hide themselves in the dens and in the rocks of the mountains,' as mentioned in Revelation 6:15, signifies being in evils and in falsities...

woestijn
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

drie
The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

duizend
As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

zoeken
The meaning of "to seek" in the Bible is pretty straightforward, but there is a bit of nuance: Swedenborg tells us that in most cases...

wildernis
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

zag
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

achter
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

plaats
'A dry place,' as in Luke 11:24, signifies states of evil and falsity which are in the life of someone who does the work of...

gelegerd
'Pitch,' as in Genesis 14:10, denotes lusts. 'Burning pitch,' as in Isaiah 34:9, signifies direful fantasies.

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

antwoordde
Het "antwoord" geeft over het algemeen een staat van spirituele ontvankelijkheid aan. Uiteindelijk betekent dit ontvankelijk zijn voor de Heer, die voortdurend probeert ware ideeën...

hethiet
'A Hittite' in a good sense, signifies the spiritual church, or the truth of the church. The Hittites were among the upright Gentiles who were...

joab
Joab' denotes people in whom there is no longer any spiritual life, because of the profanation of good and the falsification of truth.

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

aarde
"Aarde" in de Bijbel kan een persoon of een groep gelijkgestemden betekenen als in een kerk. Maar het verwijst specifiek naar de buitenkant van de...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

vijand
An enemy in the Bible refers to people who are in the love of evil and the false thinking that springs from evil. On a...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

slaan
'The smitten' signify people who are oppressed by the falsities of ignorance.

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

strijd
Oorlog in het Woord vertegenwoordigt de strijd van de verleiding wanneer het goede wordt aangevallen door het kwade of het valse. Het kwaad dat aanvalt...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

sauls
Saul was the first king of Israel, anointed by Samuel when the people insisted on having a king. Like all the kings, both good and...

stond
'To stand,' and 'come forth' as in Daniel 7:10, refers to truth. In Genesis 24:13, it signifies a state of conjunction of divine truth with...

riep
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

antwoorden
Het "antwoord" geeft over het algemeen een staat van spirituele ontvankelijkheid aan. Uiteindelijk betekent dit ontvankelijk zijn voor de Heer, die voortdurend probeert ware ideeën...

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

zijt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

heer
In most cases, a "master" in the Bible refers to truth: knowledge, an understanding of the situation at hand, an understanding of the Lord's wishes,...

gehouden
"Keeping" in the Bible generally has to do with controlling the actual actions of life, though in some cases it can mean holding something away...

goed
It seems rather circular to say that “good” in the Bible represents good, but in a general sense it’s true! The case is this: The...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

konings
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

knecht
“Servant” literally means “a person who serves another,"" and its meaning is similar in reference to the spiritual meaninngs of the Bible. Our lives in...

kwaad
'To hurt,' as mentioned in Revelation 6:6, signifies violation and profanation. 'To hurt' as mentioned in Revelation 9:4, signifies perverting the truths and goods of...

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

goden
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

bloed
The internal meaning of “blood” is a little tricky, because Swedenborg gives two meanings that seem quite different. In most cases, Swedenborg links blood with...

bergen
The Writings tell us that the Lord's love is the sun of heaven, and it is natural for us to look above ourselves to the...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

gerechtigheid
He is said to be 'just' in a spiritual sense, who lives according to divine laws. They on the right hand being called 'just,' as...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

gezegend
De Heer is volmaakte liefde uitgedrukt als volmaakte wijsheid. Hij heeft ons geschapen opdat Hij ons zou kunnen liefhebben, ons eigen liefde en wijsheid zou...


Přeložit: