I Samuël 17

Studovat vnitřní smysl
← I Samuël 16   I Samuël 18 →         

1 En de Filistijnen verzamelden hun heir ten strijde, en verzamelden zich te Socho, dat in Juda is; en zij legerden zich tussen Socho en tussen Azeka, aan het einde van Dammim.

2 Doch Saul en de mannen van Israel verzamelden zich, en legerden zich in het eikendal; en stelden de slagorde tegen de Filistijnen aan.

3 De Filistijnen nu stonden aan een berg aan gene, en de Israelieten stonden aan een berg aan deze zijde; en de vallei was tussen hen.

4 Toen ging er een kampvechter uit, uit het leger der Filistijnen; zijn naam was Goliath, van Gath; zijn hoogte was zes ellen en een span.

5 En hij had een koperen helm op zijn hoofd, en hij had een schubachtig pantsier aan; en het gewicht van het pantsier was vijf duizend sikkelen kopers;

6 En een koperen scheenharnas boven zijn voeten, en een koperen schild tussen zijn schouders;

7 En de schacht zijner spies was als een weversboom, en het lemmer zijner spies was van zeshonderd sikkelen ijzers; en de schilddrager ging voor zijn aangezicht.

8 Deze nu stond, en riep tot de slagorden van Israel, en zeide tot hen: Waarom zoudt gijlieden uittrekken, om de slagorde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en gijlieden knechten van Saul? Kiest een man onder u, die tot mij afkome.

9 Indien hij tegen mij strijden en mij verslaan kan, zo zullen wij ulieden tot knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem sla, zo zult gij ons tot knechten zijn, en ons dienen.

10 Verder zeide de Filistijn: Ik heb heden de slagorden van Israel gehoond, zeggende: Geeft mij een man, dat wij te zamen strijden!

11 Toen Saul en het ganse Israel deze woorden van den Filistijn hoorden, zo ontzetten zij zich, en vreesden zeer.

12 David nu was de zoon van den Efrathischen man van Bethlehem-Juda, wiens naam was Isai, en die acht zonen had, en in de dagen van Saul was hij een man, oud, afgaande onder de mannen.

13 En de drie grootste zonen van Isai gingen heen; zij volgden Saul na in den krijg. De namen nu zijner drie zonen, die in den krijg gingen, waren: Eliab, de eerstgeborene, en zijn tweede Abinadab, en de derde Samma.

14 En David was de kleinste; en de drie grootsten waren Saul nagevolgd.

15 Doch David ging henen, en kwam weder van Saul, om zijns vaders schapen te weiden te Bethlehem.

16 De Filistijn nu trad toe, des morgens vroeg en des avonds. Alzo stelde hij zich daar veertig dagen lang.

17 En Isai zeide tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broeders een efa van dit geroost koren, en deze tien broden, en breng ze ter loops in het leger tot uw broederen.

18 Maar breng deze tien melkkazen aan de oversten over duizend; en gij zult uw broederen bezoeken, of het hun welga, en gij zult van hen pand medenemen.

19 Saul nu, en zij, en alle mannen van Israel waren bij het eikendal met de Filistijnen strijdende.

20 Toen maakte zich David des morgens vroeg op, en hij liet de schapen bij den hoeder, en hij nam het op, en ging henen, gelijk als Isai hem bevolen had; en hij kwam aan den wagenburg, als het heir in slagorde uittoog, en men ten strijde riep.

21 En de Israelieten en Filistijnen stelden slagorde tegen slagorde.

22 David nu liet de vaten van zich, onder de hand van den bewaarder der vaten, en hij liep ter slagorde; en hij kwam en vraagde zijn broederen naar hun welstand.

23 Toen hij met hen sprak, ziet, zo kwam der kampvechter op; zijn naam was Goliath, de Filistijn van Gath, uit het heir der Filistijnen, en hij sprak achtervolgens die woorden; en David hoorde ze.

24 Doch alle mannen in Israel, als zij dien man zagen, zo vluchtten zij voor zijn aangezicht, en zij vreesden zeer.

25 En de mannen Israels zeiden: Hebt gijlieden dien man wel gezien, die opgekomen is? Want hij is opgekomen, om Israel te honen; en het zal geschieden, dat de koning dien man, die hem slaat, met groten rijkdom verrijken zal, en hij zal hem zijn dochter geven, en hij zal zijns vaders huis vrijmaken in Israel.

26 Toen zeide David tot de mannen, die bij hem stonden, zeggende: Wat zal men dien man doen, die dezen Filistijn slaat, en den smaad van Israel wendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van den levenden God zou honen?

27 Wederom zeide hem het volk achtervolgens dat woord, zeggende: Alzo zal men den man doen, die hem slaat.

28 Als Eliab, zijn grootste broeder, hem tot die mannen hoorde spreken, zo ontstak de toorn van Eliab tegen David, en hij zeide: Waarom zijt gij nu afgekomen, en onder wien hebt gij de weinige schapen in de woestijn gelaten? Ik ken uw vermetelheid, en de boosheid uws harten wel; want gij zijt afgekomen, opdat gij den strijd zaagt.

29 Toen zeide David: Wat heb ik nu gedaan? Is er geen oorzaak?

30 En hij wendde zich af van dien naar een anderen toe, en hij zeide achtervolgens dat woord; en het volk gaf hem weder antwoord, achtervolgens de eerste woorden.

31 Toen die woorden gehoord werden, die David gesproken had, en in de tegenwoordigheid van Saul verkondigd werden, zo liet hij hem halen.

32 En David zeide tot Saul: Aan geen mens ontvalle het hart, om zijnentwil. Uw knecht zal heengaan en hij zal met dezen Filistijn strijden.

33 Maar Saul zeide tot David: Gij zult niet kunnen heengaan tot dezen Filistijn, om met hem te strijden; want gij zijt een jongeling, en hij is een krijgsman van zijn jeugd af.

34 Toen zeide David tot Saul: Uw knecht weid de schapen zijns vaders, en er kwam een leeuw en een beer, en nam een schaap van de kudde weg.

35 En ik ging uit hem na, en ik sloeg hem, en redde het uit zijn mond; toen hij tegen mij opstond, zo vatte ik hem bij zijn baard, en sloeg hem, en doodde hem.

36 Uw knecht heeft zo den leeuw als den beer geslagen; alzo zal deze onbesneden Filistijn zijn, gelijk een van die, omdat hij de slagorden van den levenden God gehoond heeft.

37 Verder zeide David: De HEERE, Die mij van de hand des leeuws gered heeft, en uit de hand des beers, Die zal mij redden uit de hand van dezen Filistijn. Toen zeide Saul tot David: Ga heen, en de HEERE zij met u!

38 En Saul kleedde David met zijn klederen, en zette een koperen helm op zijn hoofd, en kleedde hem met een pantsier.

39 En David gordde zijn zwaard aan over zijn klederen, en wilde gaan; want hij had het nooit verzocht. Toen zeide David tot Saul: Ik kan in deze niet gaan, want ik heb het nooit verzocht; en David legde ze van zich.

40 En hij nam zijn staf in zijn hand, en hij koos zich vijf gladde stenen uit de beek, en legde ze in de herderstas, die hij had, te weten in den zak, en zijn slinger was in zijn hand; alzo naderde hij tot den Filistijn.

41 De Filistijn ging ook heen, gaande en naderende tot David, en zijn schilddrager ging voor zijn aangezicht.

42 Toen de Filistijn opzag, en David zag, zo verachtte hij hem; want hij was een jongeling, roodachtig, mitsgaders schoon van aanzien.

43 De Filistijn nu zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij tot mij komt met stokken? En de Filistijn vloekte David bij zijn goden.

44 Daarna zeide de Filistijn tot David: Kom tot mij, zo zal ik uw vlees aan de vogelen des hemels geven, en aan de dieren des velds.

45 David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israel, Dien gij gehoond hebt.

46 Te dezen dage zal de HEERE u besluiten in mijn hand, en ik zal u slaan, en ik zal uw hoofd van u wegnemen, en ik zal de dode lichamen van der Filistijnen leger dezen dag aan de vogelen des hemels, en aan de beesten des velds geven; en de ganse aarde zal weten, dat Israel een God heeft.

47 En deze ganse vergadering zal weten, dat de HEERE niet door het zwaard, noch door de spies verlost; want de krijg is des HEEREN, Die zal ulieden in onze hand geven.

48 En het geschiedde, toen de Filistijn zich opmaakte, en heenging, en David tegemoet naderde, zo haastte David, en liep naar de slagorde toe, den Filistijn tegemoet.

49 En David stak zijn hand in de tas, en hij nam een steen daaruit, en hij slingerde, en trof den Filistijn in zijn voorhoofd; zodat de steen zonk in zijn voorhoofd, en hij viel op zijn aangezicht ter aarde.

50 Alzo overweldigde David den Filistijn met een slinger en met een steen; en hij versloeg den Filistijn, en doodde hem; doch David had geen zwaard in de hand.

51 Daarom liep David, en stond op den Filistijn, en nam zijn zwaard, en hij trok het uit zijn schede, en hij doodde hem, en hij hieuw hem het hoofd daarmede af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun geweldigste dood was, zo vluchtten zij.

52 Toen maakten zich de mannen van Israel en van Juda op, en juichten, en vervolgden de Filistijnen, tot daar men komt aan de vallei, en tot aan de poorten van Ekron; en de verwonden der Filistijnen vielen op den weg van Saaraim, en tot aan Gath, en tot aan Ekron.

53 Daarna keerden de kinderen Israels om, van het hittig najagen der Filistijnen, en zij beroofden hun legers.

54 Daarna nam David het hoofd van den Filistijn, en bracht het naar Jeruzalem; maar zijn wapenen legde hij in zijn tent.

55 Toen Saul David zag uitgaan den Filistijn tegemoet, zeide hij tot Abner, den krijgsoverste: Wiens zoon is deze jongeling, Abner? En Abner zeide: Zo waarachtig als uw ziel leeft, o koning! ik weet het niet.

56 De koning nu zeide: Vraag gij het, wiens zoon deze jongeling is.

57 Als David wederkeerde van het slaan des Filistijns, zo nam hem Abner, en hij bracht hem voor het aangezicht van Saul, en het hoofd van den Filistijn was in zijn hand.

58 En Saul zeide tot hem: Wiens zoon zijt gij, jongeling? En David zeide: Ik ben een zoon van uw knecht Isai, den Bethlehemiet.

← I Samuël 16   I Samuël 18 →
   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Výklad(y) nebo odkazy ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus 1197, 4013, 4462, 4594, 9251

Apocalyps Onthuld 573, 578

Leer over het Geloof 51, 52

Ware Christelijke Religie 276


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 449, 781, 787

Jiný komentář

  Příběhy:



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 37:4, 14, 40:19

Exodus 18:7

Numeri 13:33

Deuteronomium 3:11, 20:2, 3, 28:26

Jozua 1:17, 3:1, 10, 4:24, 10:8, 10, 11:22, 15:16, 35, 36

Rechters 3:31, 14:5, 6, 18:15

Ruth 1:2, 2:4, 4:17

I Samuël 1:1, 26, 5:8, 10, 8:17, 13:5, 7, 14:6, 50, 15:12, 16:1, 6, 8, 9, 11, 12, 19, 17:10, 12, 15, 26, 34, 58, 18:17, 19:5, 20:13, 21:10, 13, 24:15, 25:5, 30:21, 31:9

II Samuël 3:8, 4:7, 21:16, 19, 21, 23:1, 10, 21

I Koningen 18:36, 37

2 Koningen 5:15, 8:13, 19:4

1 Kronieken 2:13, 15, 11:13, 20:5

2 Kronieken 11:18, 14:10, 20:15, 17, 32:17

Psalm 20:8, 44:7, 118:6, 123:4

Proverbs 18:10

Jesaja 37:23, 51:12

Jeremia 19:7, 30:16

Daniël 5:23, 6:27

Johannes 7:42

2 Korintiërs 1:10

Hebreeuwen 11:32, 34

Významy biblických slov

de Filistijnen
The Philistines play a large role in the Bible as one of the longest-standing and most bitter rivals of the people of Israel, clashing with...

filistijnen
The Philistines play a large role in the Bible as one of the longest-standing and most bitter rivals of the people of Israel, clashing with...

juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

saul
Saul was the first king of Israel, anointed by Samuel when the people insisted on having a king. Like all the kings, both good and...

mannen
The relationship between men and women is deep and nuanced, and one entire book of the Writings – Conjugial Love or Love in Marriage –...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

berg
'Hills' signify the good of charity.

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

gath
Gath, a city of the Philistines, signifies the spiritual principle of the church.

zes
Like most numbers in the Bible, "six" can have various meanings depending on context, but has a couple that are primary. When used in relation...

koperen
Brass and iron as in Isaiah 48:4 and Daniel 7:19 signify what is hard.

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

vijf
Five also signifies all things of one part.

duizend
As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

voeten
The foot, as in Deuteronomy 33:3, signifies an inferior principle. To set the right foot on the sea and the left on the earth, as...

schouders
'The shoulder' signifies all power. 'The shoulder,' as in Ezekiel 29:7, signifies the power or faculty of understanding truth. 'To dwell between his shoulders,' as...

stond
'To stand,' and 'come forth' as in Daniel 7:10, refers to truth. In Genesis 24:13, it signifies a state of conjunction of divine truth with...

riep
To call someone or summon someone in the Bible represents a desire for conjunction between higher and lower states of life. For instance, imagine someone...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

filistijn
The Philistines play a large role in the Bible as one of the longest-standing and most bitter rivals of the people of Israel, clashing with...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

dienen
Generally speaking, those who are at lower levels of an organization serve those at higher levels. Bosses boss and their employees serve; coaches devise strategy...

geeft
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

david
David is one of the most significant figures in the Bible. He was a musician, one of history’s greatest poets, the boy warrior who killed...

zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

Bethlehem
Er is een sterke relatie tussen Efratha en Bethlehem in de Bijbel; het kunnen twee verschillende namen zijn voor dezelfde stad, of het is mogelijk...

Bethlehem-Juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

Isai
Jesse, a resident of Bethlehem, was the father of David, and thus was part of the lineage of Jesus. Swedenborg says little about him as...

acht
According to Swedenborg, the number eight represents something that is complete within itself, in every respect. Two reasons are offered for this. First, eight is...

zonen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

dagen
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

oud
Swedenborg tells us that space and time in the physical world correspond to states of life in the spiritual world. So when the Bible talks...

drie
The Writings talk about many aspects of life using the philosophical terms "end," "cause" and "effect." The "end" is someone’s goal or purpose, the ultimate...

na
Volgens Swedenborg bestaan tijd en ruimte niet in de spirituele werkelijkheid; het zijn puur natuurlijke dingen die alleen op het fysieke vlak bestaan. Dit betekent...

namen
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

eerstgeborene
When the Bible talks about generations or birth order, the internal meaning has to do with the progression of spiritual states and their relative importance....

derde
'Three' denotes fullness, and 'a third,' not full.

kleinste
In general, birth order in the Bible reflects the progression of spiritual states, but the specifics of those states depends greatly on context: who the...

vaders
Father in the Word means what is most interior, and in those things that are following the Lord's order, it means what is good. In...

schapen
It’s pretty easy for most people to read the Bible and get a sense for what “sheep” means without any help. They are simple, peaceful,...

vroeg
Since the sun represents the Lord, the early morning and sunrise represent a state of enlightenment, with a new and clear understanding coming after a...

veertig
'Forty' means completeness because 'four' means what is complete, as does 'ten.' Forty is the product of four and ten. Compound numbers have a meaning...

broeders
There are two ways "brother" is used in the Bible, ways that are still reflected in modern language. One denotes an actual blood relationship; the...

tien
Most places in Swedenborg identify “ten” as representing “all,” or in some cases “many” or “much.” The Ten Commandments represent all the guidance we get...

kwam
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

bewaarder
"Keeping" in the Bible generally has to do with controlling the actual actions of life, though in some cases it can mean holding something away...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

gezien
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

rijkdom
'Wealth' signifies scientific knowledge, as seen in several passages in the Word.

dochter
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

onbesneden
'The uncircumcised,' as in Ezekiel 31:18, signifies people lacking the good of charity.

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

toorn
'Toorn', zoals in Genesis 49: 7, betekent afkeer van de waarheid. 'Grote toorn', zoals in Openbaring 00:12, betekent haat tegen de nieuwe kerk.

woestijn
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

boosheid
Woede is een emotie die zo vaak voorkomt bij mensen dat er geen definitie voor nodig is. Er kunnen echter wel een paar aandachtspunten aan...

strijd
Oorlog in het Woord vertegenwoordigt de strijd van de verleiding wanneer het goede wordt aangevallen door het kwade of het valse. Het kwaad dat aanvalt...

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

gehoord
Thanks to modern science, we now understand that hearing actually happens in the brain, not the ears. The ears collect vibrations in the air and...

gesproken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

knecht
“Servant” literally means “a person who serves another,"" and its meaning is similar in reference to the spiritual meaninngs of the Bible. Our lives in...

jeugd
"Youths" or "Young men" generally represent intelligence or the understanding of truth. This is fitting, since adolescent boys tend to be more advanced intellectually than...

leeuw
'A lion' signifies the good of celestial love and the truth from that good.

beer
Beren vertegenwoordigen de kracht van de letterlijke uiterlijke verhalen en ideeën van de Bijbel, los van hun diepere betekenissen. Omdat ze wilde carnivoren zijn, wordt...

kudde
It’s pretty easy for most people to read the Bible and get a sense for what “sheep” means without any help. They are simple, peaceful,...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

geslagen
To strike or smite, when used in the Bible, means to attack, harm or destroy, and is usually in reference to an attack on someone’s...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

stenen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

beek
A 'stream' signifies aspects of intelligence.

zag
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

hond
A dog, as in Exodus 11 (Exod. 11:7: seven, ignifies the lowest or meanest of all in the church, also those who are without the...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

goden
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

vogelen
Fowl signify spiritual truth; a bird, natural truth; and a winged thing, sensual truth. Fowl signify intellectual things. Fowl signify thoughts, and all that creeps...

dieren
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

heirscharen
Armies of the heavens and the sands of the sea ('Jeremiah 33:15-22') signify the knowledges of truth and good in the spiritual and natural ma{ign21}

dag
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

dage
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

slaan
'The smitten' signify people who are oppressed by the falsities of ignorance.

aarde
"Aarde" in de Bijbel kan een persoon of een groep gelijkgestemden betekenen als in een kerk. Maar het verwijst specifiek naar de buitenkant van de...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

vergadering
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

haastte
'To hasten' or 'hastiness' in the internal sense, does not denote what is quick, but what is certain, and also what is full, thus every...

steen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

viel
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

dood
Dead (Gen. 23:8) signifies night, in respect to the goodnesses and truths of faith.

poorten
"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

jeruzalem
Jerusalem, on Mount Zion, signifies the doctrine of love to the Lord, and how it governs your life. Jerusalem first comes to our attention in...

tent
'The tabernacle' has almost the same meaning as 'temple,' that is, in the highest sense, the Lord’s divine humanity, and in a relative sense, heaven...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 Conceit
Worship Talk | Ages 7 - 14

 Correspondences of Mineral Kingdom
Illustrations of places in the Word that mention minerals.
Coloring Page | Ages 7 - 14

 David and Goliath
Coloring Page | Ages 7 - 14

 David and Goliath
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 David and Goliath
You will have to face Goliath many times in your life—times when you will need to trust the Lord to help you deal with big problems. For example, when we give in to selfishness it can be like a big giant getting control inside of us. Sample from the Jacob’s Ladder Program, Level 5, for ages 10-11.
Religion Lesson | Ages 10 - 11

 David and Goliath
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 David and Goliath
This lesson discusses a story from the Word and suggests projects and activities for young children.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 David and Goliath
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 David and Goliath
Sunday School Lesson | Ages 9 - 12

 David and Goliath (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 David and Goliath (9-11 years)
Project | Ages 11 - 14

 David and Goliath Diorama
Color the backdrop and figures of David and Goliath, then assemble into a diorama to tell the story.
Project | Ages 7 - 14

 David and Goliath (sheet music)
Song | Ages 4 - 14

 David Beheads Goliath
Coloring Page | Ages 7 - 14

 David Fights Goliath
Coloring Page | Ages 7 - 14

 David Fights Goliath
David bravely volunteers to fight Goliath, the Philistine's big champion.
Story | Ages 2 - 8

 David Is Anointed King, Conquers Goliath
Lesson outline provides teaching ideas with questions for discussion, projects, and activities.
Sunday School Lesson | Ages 7 - 10

 David Kills Goliath
Activity | Ages 11 - 14

 David the Musician (9-11 years)
Project | Ages 11 - 14

 Five Smooth Stones
Print out the five "stones" with true ideas that can help us in our lives.
Project | Ages 4 - 10

 Friends
True friendship is where you forget about yourself and think only of making the other person happy. This is the kind of friendship the Lord wants us to have.
Worship Talk | Ages 4 - 6

 Friendship
Worship Talk | Ages 7 - 14

 Goliath the Giant
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Lord Can Make Us Strong
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Shepherd Rescuing His Sheep
Project | Ages 11 - 17

 Trusting in the Lord’s Strength
Worship Talk | Ages 7 - 14


Přeložit: