Jeremia 50

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Jeremia 49   Jeremia 51 →

1 Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia.

2 Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd!

3 Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!

4 In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken.

5 Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.

6 Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

7 Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.

8 Vliedt weg uit het midden van Babel, en gaat uit der Chaldeen land; en weest als de bokken voor de kudde henen.

9 Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.

10 En Chaldea zal ten roof zijn; allen, die het beroven, zullen verzadigd worden, spreekt de HEERE.

11 Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;

12 Zo is uw moeder zeer beschaamd; die u gebaard heeft, is schaamrood geworden; ziet, zij is geworden de achterste der heidenen, een woestijn, dorheid en wildernis.

13 Vanwege de verbolgenheid des HEEREN zal zij niet bewoond worden, maar zij zal geheel een verwoesting worden; al wie aan Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.

14 Rust u tegen Babel rondom, gij allen, die den boog spant! schiet in haar, en spaart de pijlen niet; want zij heeft tegen den HEERE gezondigd.

15 Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft!

16 Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.

17 Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld.

18 Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal bezoeking doen over den koning van Babel en over zijn land, gelijk als Ik bezoeking gedaan heb over den koning van Assur.

19 En Ik zal Israel weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraim en Gilead verzadigd worden.

20 In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.

21 Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.

22 Er is een krijgsgeschrei in het land, en een grote breuk.

23 Hoe is de hamer der ganse aarde zo afgehouwen en verbroken! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen.

24 Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.

25 De HEERE heeft Zijn schatkamer opengedaan, en de instrumenten Zijner gramschap voortgebracht; want dat is een werk van den HEERE, den HEERE der heirscharen, in het land der Chaldeen.

26 Komt aan tegen haar van het uiterste, opent haar schuren, vertreedt haar als korenhopen, en verbant ze; laat ze geen overblijfsel hebben.

27 Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!

28 Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.

29 Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.

30 Daarom zullen haar jongelingen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden te dien dage uitgeroeid worden, spreekt de HEERE.

31 Ziet, Ik wil aan u, gij trotse! spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen; want uw dag is gekomen, de tijd, dat Ik u bezoeken zal.

32 Dan zal de trotse aanstoten en vallen, en er zal niemand zijn, die hem opricht; ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, dat zal alle plaatsen rondom hem verteren.

33 Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.

34 Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.

35 Het zwaard zal zijn over de Chaldeen, spreekt de HEERE; en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten, en over haar wijzen.

36 Het zwaard zal zijn over de leugenaars, dat zij zot worden; het zwaard zal zijn over haar helden, dat zij versagen;

37 Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.

38 Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.

39 Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.

40 Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.

41 Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.

42 Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!

43 De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.

44 Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?

45 Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!

46 De aarde is bevende geworden van het geluid der inneming van Babel, en het gekrijt is gehoord onder de volken.

← Jeremia 49   Jeremia 51 →
   Study the Inner Meaning
From Swedenborg's Works

Main explanations:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 1368

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 116


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 289, 468, 583, 1186, 1326, 1813, 2025, ...

Apocalypse Revealed 52, 173, 241, 281, 298, 299, 336, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 120

Leer Over De Heer 4, 34, 38, 39, 40, 53

Leer over de Gewijde Schrift 51, 79

Hemel en Hel 365

Het Laatste Oordeel 54

Ware Christelijke Religie 45, 83, 93, 158, 188, 294, 637, ...


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 131, 275, 278, 304, 328, 355, 357, ...

The White Horse - Appendix 1

Marriage 45, 83, 93

Scriptural Confirmations 4, 19, 51, 98

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 8:1

Numeri 32:1, 4

Deuteronomium 41, 33:27

II Samuël 1:22

2 Kings 17:6

2 Chronicles 6:39, 7:14

Ezra 2:1

Job 15:25, 19:25

Psalm 22:5, 79:7, 85:3, 103:12, 119:176, 137:8

Proverbs 16:18, 22:23, 23:11

Jesaja 1:3, 2:12, 10:12, 21, 13:5, 33:24, 34:6, 7, 43:25, 44:22, 25, 27, 46:1, 11, 48:14, 15, 20, 51:22, 53:6, 59:18, 63:4

Jeremia 3:18, 6:22, 23, 10:11, 15, 16, 12:5, 14:8, 18:16, 19:8, 21:7, 23:1, 3, 25:12, 14, 27:7, 29:12, 13, 30:20, 31:9, 23, 34, 32:40, 33:8, 12, 15, 16, 40:2, 3, 46:21, 48:15, 26, 49:17, 18, 19, 22, 24, 26, ...

Lamentations 1:9, 3:58, 4:22

Ezechiël 34:5, 6, 13

Daniël 5:5, 6, 23

Hosea 3:5, 11:10

Amos 4:11

Micha 7:14

Nahum 1:2, 3:13

Habakkuk 1:15, 2:8

Zefanja 15, 3:12

Zacharia 1:15, 2:11, 3:9, 11:5

Mattheüs 7:2, 9:36, 10:6, 18:12

1 Peter 2:25

Apocalyps 16:12, 18:2, 4, 6, 8, 9

Word/Phrase Explanations

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

gesproken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

chaldeen
Chaldea was a land lying along the Euphrates river near its mouth, south of Babylon, part of what is now southern Iraq. It was a...

profeet
The idea of a "prophet" is very closely tied to the idea of the Bible itself, since the Bible was largely written by prophets. At...

jeremia
Jeremiah, in the Book of Jeremiah 1:1 and what follows, represents the Lord. (Arcana Coelestia 2838 [2]). In Jeremiah 13:7, he signifies the state of...

verkondigt
To "declare" something means to say it formally, publicly and with emphasis; you might say what you think, but you only declare things you're sure...

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

horen
'To hearken to father and mother,' as mentioned in Genesis 28:7, signifies obedience from affection. 'To hearken,' as mentioned in Genesis 30:22, signifies providence. See...

banier
'A sign' is mentioned in the Word in reference to the future, which constitutes revelation. This also refers to truth, when it constitutes testification. It...

zegt
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Bel
Bel (Isa. 46:1) signifies the profanation of truth.

noorden
'North' signifies people who are in obscurity regarding truth. North,' in Isaiah 14:31, signifies hell. The North,' as in Jeremiah 3:12, signifies people who are...

beesten
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

tijd
Time is an aspect of the physical world, but according to Swedenborg is not an aspect of the spiritual world. The same is true of...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

juda
City of Judah,' as in Isaiah 40:9, signifies the doctrine of love towards the Lord and love towards our neighbor in its whole extent.

god
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

zoeken
The meaning of "to seek" in the Bible is pretty straightforward, but there is a bit of nuance: Swedenborg tells us that in most cases...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

eeuwig
'Perpetual' in the literal sense, means to the end of one’s life, after death, and eternity.

Vergeten
To forget, in the internal sense, signifies nothing else but removal and apparent privation.

bergen
'Hills' signify the good of charity.

heuvel
The Writings tell us that the Lord's love is the sun of heaven, and it is natural for us to look above ourselves to the...

aten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

gerechtigheid
He is said to be 'just' in a spiritual sense, who lives according to divine laws. They on the right hand being called 'just,' as...

Midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

Kudde
A flock, as in Genesis 26, denotes interior or rational good. A flock signifies those who are in spiritual good. A flock signifies natural interior...

verzameling
A congregation is a group of people with common loves, interests, and purposes. It often refers to a church group. In the Word it is...

pijlen
'Shafts' or 'arrows' signify truths and spiritual truth.

vreugde
To make glad signifies influx and reception from joy of heart.

erfenis
In Biblical times, possessions passed from fathers to sons, a patriarchal system that would not be accepted in today's society – but one that is...

moeder
In general, mothers in the Bible represent the Lord's church on earth, or the church among those who know and follow the Lord. In some...

beschaamd
To be ashamed (Gen 2:25) signifies to be in evil

woestijn
'Wilderness' signifies something with little life in it, as described in the internal sense in Luke 1:80 'Wilderness' signifies somewhere there is no good because...

bewoond
'Inhabit' refers to good.

plagen
'Plagues' signify evils of love, and falsities of faith. 'The plagues of Egypt' signify the falsities and lust which cause the church to perish. In...

boog
A bow signifies falsity of doctrine destroying truth, and spear, the falsity of evil de­stroying good. (Jer. 6:23.)

juicht
'To shout from the top of the mountain,' as in Isaiah 42:11, signifies worship from the good of love.

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

Wraak
'To be avenged seventy and seven fold' denotes damnation.

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

leeuwen
'A lion' signifies the good of celestial love and the truth from that good.

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

heirscharen
Armies of the heavens and the sands of the sea ('Jeremiah 33:15-22') signify the knowledges of truth and good in the spiritual and natural ma{ign21}

karmel
Carmel (Isa. 16:10) signifies the good of the church. Carmel also signifies the celestial church. (Isa. 35:2.)

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

efraim
Ephraim was the second son born to Joseph in Egypt and was, along with his older brother Manasseh, elevated by Jacob to the same status...

zonden
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

gevonden
To not to be found any more, signifies not to rise again.

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

achter
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

aarde
'Lands' of different nations are used in the Word to signify the different kinds of love prevalent in the inhabitants.

gevangen
"Catching" is used in a variety of ways in the Bible, both positive and negative. Thieves get caught; the Egyptians caught up with the Children...

wist
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

instrumenten
Instruments of music,' according to correspondences, signify the pleasant and delightful affection of spiritual and celestial things. Therefore, also in many of the Psalms of...

werk
'Works,' as in Genesis 46:33, denote goods, because they are from the will, and anything from the will is either good or evil, but anything...

komt
As with common verbs in general, the meaning of “come” in the Bible is highly dependent on context – its meaning is determined largely by...

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

vergeldt
'To repay' denotes making amends by truth.

vallen
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

dage
The expression 'even to this day' or 'today' sometimes appears in the Word, as in Genesis 19:37-38, 22:14, 26:33, 32:32, 35:20, and 47:26. In a...

vuur
Just as natural fire can be both comforting in keeping you warm or scary in burning down your house, so fire in the spiritual sense...

steden
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

Verlosser
Jehovah is called 'the redeemer,' because He took on a human nature.

naam
It's easy to see that names are important in the Bible. Jehovah changed Abram and Sarai to Abraham and Sarah, changed Jacob to Israel and...

paarden
'A horse' signifies knowledges or understanding of the Word. In an opposite sense it signifies the understanding of the Word falsified by reasonings, and likewise...

schatten
'Treasuries' denote knowledges of good and truth, and, in the opposite sense, evil and falsity.

wateren
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

wonen
Many people were nomadic in Biblical times, especially the times of the Old Testament, and lived in tents that could be struck, moved and re-raised...

geslacht
To “generate” something is to create it, and that idea underpins the meaning of a “generation” of people – it is a group that was...

Sodom
"Sodom" in the Bible represents the love of self and the love of ruling or dominating others springing from the love of self. This is...

koningen
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

zijden
'Sides' signify the interior or middle between the inmost and the extremes. The word 'rib' is used to mean sides, they denote truths, but sides...

zee
Water generally represents what Swedenborg calls “natural truth,” or true concepts about day-to-day matters and physical things. Since all water ultimately flows into the seas,...

rijden
'To ride' signifies being elevated regarding the intellectual part of the mind. To ride upon a cherub,' as in Psalm 18:9, 10, denotes the Lord’s...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

oorlog
War in the Word represents the combat of temptation when what is good is assaulted by what is evil or false. The evil that attacks...

dochter
"Behold I have two daughters,” etc. (Gen. 19:8), signifies the affections of good and truth, and the blessedness perceivable from the enjoyment thereof, by those...

handen
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

jordaan
The land of Jordan,' as in Psalm 42:6, signifies what is lowly, consequently, what is distant from the celestial, as the external parts of a...

herder
The Writings tell us that shepherds represent those who lead and teach others, using knowledge and true ideas to help people reach the goodness of...

gedachten
There are thoughts from perception, from conscience, and from a lack of conscience. Thoughts from perception are only possible in the celestial, that is, people...


Translate: