Ezechiël 31

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 30   Ezechiël 32 →

1 Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

2 Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?

3 Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken.

4 De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem hoog; die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en zond zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds.

5 Daarom werd zijn stam hoger dan alle bomen des velds; en zijn takjes werden menigvuldig, en zijn scheuten lang, vanwege de grote wateren, als hij uitschoot.

6 Alle vogelen des hemels nestelden op zijn takjes, en alle dieren des velds teelden onder zijn scheuten; en alle grote volken zaten onder zijn schaduw.

7 Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was.

8 De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.

9 Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.

10 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat gij u verheven hebt over uw stam, ja, hij stak zijn top op boven het midden der dichte takken, en zijn hart verhief zich over zijn hoogte;

11 Daarom gaf Ik hem in de hand van den machtigste der heidenen, dat die hem rechtschapen zou behandelen; Ik dreef hem uit om zijn goddeloosheid.

12 En vreemden, de tirannigste der heidenen, roeiden hem uit en verlieten hem; zijn takken vielen op de bergen en in alle valleien, en zijn scheuten werden verbroken bij alle stromen des lands; en alle volken der aarde gingen af uit zijn schaduw, en verlieten hem.

13 Alle vogelen des hemels woonden op zijn omgevallen stam, en alle dieren des velds waren op zijn scheuten;

14 Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden der dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelven staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste der aarde, in het midden der mensenkinderen, tot degenen, die in den kuil nederdalen.

15 Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als hij ter helle nederdaalde, maakte Ik een treuren; Ik bedekte om zijnentwil den afgrond, en weerde de stromen van dien, en de grote wateren werden geschut; en Ik maakte den Libanon om zijnentwil zwart, en al het geboomte des velds was om zijnentwil bewonden.

16 Van het geluid zijns vals deed Ik de heidenen beven, als Ik hem ter helle deed nederdalen, met degenen, die in den kuil nederdalen; en alle bomen van Eden, de keur en het beste van Libanon, alle bomen, die water drinken, troostten zich in het onderste der aarde.

17 Diezelve daalden ook met hem neder ter helle, tot de verslagenen van het zwaard; en die zijn arm geweest waren, die onder zijn schaduw in het midden der heidenen gezeten hadden.

18 Wien zijt gij alzo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, gij zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste der aarde; in het midden der onbesnedenen zult gij liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn ganse menigte, spreekt de Heere HEERE.

← Ezechiël 30   Ezechiël 32 →
   Study the Inner Meaning
From Swedenborg's Works

Main explanations:

Apocalypse Explained 654

Apocalypse Revealed 503

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 154


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 46, 108, 119, 130, 756, 776, 908, ...

Apocalypse Revealed 90, 312, 409, 567, 757

Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid 325

Leer Over De Heer 4, 28

Leer over het Geloof 54

Ware Christelijke Religie 82, 467, 635


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 110, 175, 372, 388, 518, 538, 650, ...

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 3, 27, 41, 58

Marriage 82

Scriptural Confirmations 9, 74

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:


  Bible Study Videos:


Hop to Similar Bible Verses

Psalm 104:17

Jesaja 14:8, 15, 18:6, 19:19

Jeremia 43:8, 46:1

Lamentations 4:20

Ezechiël 8:1, 17:23, 26:16, 18, 28:7, 13, 32:32

Daniël 4:7, 11, 5:20

Nahum 3:18

Mattheüs 13:32, 23:12

Word/Phrase Explanations

Farao
'Pharaoh' signifies scientific ideas, or the natural principle in general. 'Pharaoh' signifies false ideas infesting the truth of the church. Pharaoh,' in Genesis 40, represents...

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

Egypte
In the Bible, Egypt means knowledge and the love of knowledge. In a good sense that means knowledge of truth from the Lord through the...

wateren
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

velds
When we have a desire to be good people and to do good things, the natural first questions are "What does that mean?" "What should...

schoonheid
Beauty of his ornament (Ezek. 7:20) signifies the church and its doctrine.

heidenen
'The time of the heathen,' as mentioned in Ezekiel 30:3, signifies the heathen, or wickedness.

aarde
"Earth" in the Bible can mean a person or a group of like-minded people as in a church. But it refers specifically to the external...

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

treuren
In a general sense, mourning in the Bible represents a state of grief over the lack of desires for good and true ideas about life....

onbesnedenen
'The uncircumcised,' as in Ezekiel 31:18, signifies people lacking the good of charity.


Translate: