Ezechiël 12

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Ezechiël 11   Ezechiël 13 →

1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

2 Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.

3 Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.

4 Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.

5 Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.

6 Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.

7 En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.

8 En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

9 Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?

10 Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.

11 Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.

12 En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.

13 Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.

14 En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

15 Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.

16 Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

17 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

18 Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.

19 En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;

20 En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

21 Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

22 Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?

23 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.

24 Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.

25 Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.

26 Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

27 Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.

28 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.

← Ezechiël 11   Ezechiël 13 →
   Study the Inner Meaning
From Swedenborg's Works

Main explanations:

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 135


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 212, 623, 897, 1664, 2921, 2928, 3863, ...

Apocalypse Revealed 48, 50, 350, 591, 880

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 100

Leer Over De Heer 4, 15, 16, 28, 64

Ware Christelijke Religie 130, 782


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 63, 71, 108, 152, 260, 304, 419, ...

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 56

Scriptural Confirmations 4, 52

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:


Hop to Similar Bible Verses

Leviticus 26:31, 33

Deuteronomium 29:3

2 Kings 17:14, 15, 25:7, 11

Psalm 59:12, 107:34

Jesaja 44:18

Jeremia 1:11, 12, 13, 5:21, 7:26, 10:17, 23:33, 25:11, 26:3, 27:2, 39:4, 7, 52:11, 15

Lamentations 1:13, 4:20

Ezechiël 3:26, 27, 4:1, 3, 10, 16, 5:2, 10, 12, 6:8, 7:6, 7, 10, 12, 13, 23, 13:23, 17:12, 16, 20, 21, 21:30, 24:19, 32:3

Hosea 7:12

Joël 2:1

Amos 6:3

Micha 7:13

Zacharia 3:8, 7:14

Marcus 8:18

Romans 11:10

2 Timothy 2:25

2 Peter 3:4

Apocalyps 10:6

Word/Phrase Explanations

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

avond
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

aarde
"Earth" in the Bible can mean a person or a group of like-minded people as in a church. But it refers specifically to the external...

heidenen
'The time of the heathen,' as mentioned in Ezekiel 30:3, signifies the heathen, or wickedness.

verstrooien
The meaning of "scatter" in the Bible is relatively literal, but it is used in regard to spiritual things, not natural ones. So to "scatter"...

pestilentie
'Pestilence' denotes the vastation of good and truth.

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library at the New Church Vineyard website.


 Ezekiel: The Prophet As an Example
Worship Talk | Ages 7 - 14


Translate: