Daniël 9

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Daniël 8   Daniël 10 →

1 In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;

2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.

3 En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.

4 Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.

5 Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.

6 En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.

7 Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.

8 O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.

9 Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.

10 En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.

11 Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.

12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.

13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.

14 Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.

15 En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.

16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.

17 En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.

18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.

19 O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.

20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;

21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.

22 En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.

23 In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.

24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

← Daniël 8   Daniël 10 →
   Study the Inner Meaning
From Swedenborg's Works

Main explanations:

Apocalypse Revealed 548

Conjugial Love 26

Hemel en Hel 171

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 180


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 395, 411, 622, 728, 988, 1857, 2025, ...

Apocalypse Revealed 3, 36, 492, 501, 658, 662, 757, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 100

Divine Providence 134, 328

Leer Over De Heer 6, 52, 64

Ware Christelijke Religie 157, 179, 181, 378, 755, 758, 761, ...


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 83, 204, 315, 375, 397, 405, 409, ...

On the Athanasian Creed 157

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 34

Scriptural Confirmations 4, 38

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:


  PDF Resources


Hop to Similar Bible Verses

Exodus 9:27, 13:3, 9, 14, 16, 20:6, 32:11

Leviticus 26:23, 40

Numeri 6:25, 27, 14:19

Deuteronomium 7:9, 12, 8:20, 28:15

II Samuël 12:16, 24:14

I Koningen 8:28, 30, 18:29, 36

2 Kings 12, 19:16, 20, 21:15, 22:16

2 Chronicles 6:37, 36:16, 21

Ezra 8:21, 9:4, 6, 15, 10:1

Nehemiah 1:4, 5, 6, 2:5, 6, 4:2, 8, 9:10, 17, 30, 34

Esther 4:1, 3

Job 42:6

Psalm 25:6, 67:2, 74:3, 79:4, 9, 80:4, 89:51, 106:6, 111:7, 119:137, 130:4

Proverbs 15:8

Jesaja 10:22, 23, 28:2, 15, 22, 37:17, 42:4, 43:7, 22, 28, 51:6, 8, 53:8, 11, 63:19, 64:4, 6

Jeremia 4:17, 5:3, 6:19, 7:11, 19, 24, 26, 8:6, 12:1, 14:7, 20, 16:11, 25:11, 29:12, 30:7, 14, 32:32, 39:16, 44:22, 23, 27

Lamentations 1:5, 12, 2:15, 17, 3:22, 42, 56

Ezechiël 4:5, 6, 5:6, 9, 10, 14:14, 16:43, 22:4, 29:11, 36:22

Daniël 4:34, 6:1, 7:25, 8:16, 10:1, 11, 12, 11:10, 36

Micha 5:1

Zacharia 1:4, 6

Mattheüs 24:12, 15, 26:24

Marcus 13:14

Lucas 1:19, 17:25, 19:43, 21:6, 22

Romans 5:19

2 Corinthians 21

2 Timothy 2:7

Hebrews 9:26

Apocalyps 1:3, 10:7

Word/Phrase Explanations

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

Mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

hemel
"Heaven" and "heavens" are used many times in the Bible, with a couple of variations of meaning. Sometimes it is relatively literal, including times when...

toorn
'Toorn', zoals in Genesis 49: 7, betekent afkeer van de waarheid. 'Grote toorn', zoals in Openbaring 00:12, betekent haat tegen de nieuwe kerk.

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

ongerechtigheid
In the Word three terms are used to mean bad things that are done. These three are transgression, iniquity, and sin, and they are here...

twee
The number "two" has two different meanings in the Bible. In most cases "two" indicates a joining together or unification. This is easy to see...

zestig
'Sixty' means the full time and state of the implantation of truth.


Translate: