Daniël 8

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Daniël 7   Daniël 9 →

1 In het derde jaar des koninkrijks van den koning Belsazar, verscheen mij een gezicht, mij Daniel, na hetgeen mij in het eerste verschenen was.

2 En ik zag een gezicht, (het geschiedde nu, toen ik het zag, dat ik in den burg Susan was, welke in het landschap Elam is) ik zag dan in een gezicht, dat ik aan den vloed Ulai was.

3 En ik hief mijn ogen op, en ik zag, en ziet, een ram stond voor dien vloed, die had twee hoornen, en die twee hoornen waren hoog, en de een was hoger dan de andere, en de hoogste kwam in het laatste op.

4 Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot.

5 Toen ik dit overlegde, ziet, er kwam een geitenbok van het westen over den gansen aardbodem, en roerde de aarde niet aan; en die bok had een aanzienlijken hoorn tussen zijn ogen.

6 En hij kwam tot den ram, die de twee hoornen had, dien ik had zien staan voor den vloed; en hij liep op hem aan in de grimmigheid zijner kracht.

7 En ik zag hem, nakende aan den ram, en hij verbitterde zich tegen hem, en hij stiet den ram, en hij brak zijn beide hoornen; en in den ram was geen kracht, om voor zijn aangezicht te bestaan; en hij wierp hem ter aarde, en hij vertrad hem, en er was niemand, die den ram uit zijn hand verloste.

8 En de geitenbok maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels.

9 En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.

10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.

11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.

12 En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

13 Daarna hoorde ik een heilige spreken; en de heilige zeide tot den onbenoemde, die daar sprak: Tot hoelang zal dat gezicht van het gedurig offer en van den verwoestenden afval zijn, dat zo het heiligdom als het heir ter vertreding zal overgegeven worden?

14 En hij zeide tot mij: Tot twee duizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden.

15 En het geschiedde, toen ik dat gezicht zag, ik Daniel, zo zocht ik het verstand deszelven, en ziet, er stond voor mij als de gedaante eens mans.

16 En ik hoorde tussen Ulai eens mensen stem, die riep en zeide: Gabriel! geef dezen het gezicht te verstaan.

17 En hij kwam nevens waar ik stond; en als hij kwam, verschrikte ik, en viel op mijn aangezicht. Toen zeide hij tot mij: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde.

18 Als hij nu met mij sprak, viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht ter aarde; toen roerde hij mij aan, en hij stelde mij op mijn standplaats.

19 En hij zeide: Zie, ik zal u te kennen geven, wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap; want ter bestemder tijd zal het einde zijn.

20 De ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden en der Perzen.

21 Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning.

22 Dat er nu vier aan zijn plaats stonden, toen hij verbroken was; vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, doch niet met zijn kracht.

23 Doch op het laatste huns koninkrijks, als het de afvalligen op het hoogste gebracht zullen hebben, zo zal er een koning staan, stijf van aangezicht, en raadselen verstaande;

24 En zijn kracht zal sterk worden, doch niet door zijn kracht; en hij zal het wonderlijk verderven, en zal geluk hebben, en zal het doen; en hij zal de sterken, mitsgaders het heilige volk verderven:

25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen den Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.

26 Het gezicht nu van avond en morgen, dat er gezegd is, is de waarheid; en gij, sluit dit gezicht toe, want er zijn nog vele dagen toe.

27 Toen werd ik, Daniel, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.

← Daniël 7   Daniël 9 →
   Study the Inner Meaning
From Swedenborg's Works

Main explanations:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 411, 1664, 2832, 10042, 10455

De Verbo (Janssens vertaling) 5

Leer over het Geloof 63

Hemel en Hel 171

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 179

Ware Christelijke Religie 851

Scriptural Confirmations 4, 38


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 22, 1458, 1808, 2333, 2405, 2495, 2547, ...

Apocalypse Revealed 34, 36, 51, 151, 270, 447, 541, ...

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 83, 85

Conjugial Love 26

Divine Providence 134

Leer Over De Heer 4, 28, 52

Leer over het Geloof 61, 65, 66, 67

The Last Judgment (Continuation) 13

Ware Christelijke Religie 157, 537, 764


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 50, 63, 72, 179, 316, 412, 418, ...

Coronis (An Appendix to True Christian Religion) 5

De Verbo (Janssens vertaling) 15

Last Judgment (Posthumous) 220

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:


  PDF Resources


Hop to Similar Bible Verses

Numeri 28:3

Jozua 5:14

Nehemiah 1:1

Esther 2

Job 34:20

Psalm 37:35

Jesaja 14:13, 21:2, 45:1, 2

Lamentations 4:6

Ezechiël 1:28, 2:1, 2, 20:6

Daniël 2:39, 4:10, 5:23, 28, 7:1, 5, 6, 7, 8, 21, 25, 28, 9:21, 10:8, 9, 14, 11:2, 3, 4, 16, 21, 22, 23, 27, 28, 31, 36, 45, 12:4, 6, 11

Habakkuk 2:3

Zacharia 1:9, 4:1, 9:13

Lucas 1:19

Apocalyps 1, 17, 10:4, 12:4, 13:5, 17:14

Word/Phrase Explanations

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

zag
The symbolic meaning of "seeing" is "understanding," which is obvious enough that it has become part of common language (think about it; you might see...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

aarde
"Earth" in the Bible can mean a person or a group of like-minded people as in a church. But it refers specifically to the external...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

duizend
As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

Griekenland
Greece, in the Word, signifies the nations about to receive the truths of doctrine. Greece signifies the same as ‘isles.’ The king of Greece represents...

eerste
Why would it be insulting for a man to refer to his married partner as his “first wife”? Because it implies there will be a...

avond
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

morgen
Morning comes with the rising of the sun, and the sun – which gives life to the earth with its warmth and light – represents...


Translate: