Amos 1

Study the Inner Meaning

Dutch Staten Vertaling         

← Joël 3   Amos 2 →

1 De woorden van Amos, die onder de veeherderen was van Thekoa, dewelke hij gezien heeft over Israel, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel; twee jaren voor de aardbeving.

2 En hij zeide: De HEERE zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.

3 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Damaskus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Gilead met ijzeren dorswagens hebben gedorst.

4 Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazael zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren.

5 En Ik zal den grendel van Damaskus verbreken, en zal uitroeien den inwoner van Bikeat-Aven, en dien, die den scepter houdt, uit Beth-Eden; en het volk van Syrie zal gevankelijk weggevoerd worden naar Kir, zegt de HEERE.

6 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Gaza, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk gevankelijk hebben weggevoerd met een volkomen wegvoering, om aan Edom over te leveren.

7 Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Gaza, dat zal haar paleizen verteren.

8 En Ik zal den inwoner uitroeien uit Asdod, en dien, die den scepter houdt, uit Askelon; en Ik zal Mijn hand wenden tegen Ekron, en het overblijfsel der Filistijnen zal vergaan, zegt de Heere HEERE.

9 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Tyrus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk met een volkomen wegvoering hebben overgeleverd aan Edom, en niet gedacht aan het verbond der broederen.

10 Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Tyrus, dat zal haar paleizen verteren.

11 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Edom, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij zijn broederen met het zwaard heeft vervolgd, en zijn barmhartigheden verdorven; en dat zijn toorn eeuwiglijk verscheurt, en hij zijn verbolgenheid altoos behoudt.

12 Daarom zal Ik een vuur zenden in Theman, dat zal de paleizen van Bozra verteren.

13 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen der kinderen Ammons, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead hebben opengesneden, om hun landpale te verwijden.

14 Daarom zal Ik een vuur aansteken in den muur van Rabba, dat zal haar paleizen verteren; met een gejuich ten dage des strijds, met een onweder ten dage des wervelwinds.

15 En hunlieder koning zal gaan in gevangenis, hij en zijn vorsten te zamen, zegt de HEERE.

← Joël 3   Amos 2 →
   Study the Inner Meaning
Chapter summary

Exploring the Meaning of Amos 1      

By Steve David

Internal Meaning of Amos, Chapter 1
Verses 1-2 describe the Lord teaching us about the Word and doctrine from the Word. In this book of the Bible, the prophet Amos symbolizes the Lord. Amos was a shepherd, and of course that metaphor is used to describe the Lord Jesus Christ, too, in the New Testament.

The book of Amos describes the Lord's anger and impatience with the Children of Israel - in the literal sense. Inside, though, it is really a story of the Lord’s great love and concern for us. This is a book of promise: The Lord will triumph over hell’s quest to dominate us and destroy the gift of salvation. This victory is not an occasional interest of the Lord’s; He has an “ardent zeal” to protect us.

In verse 2, the roaring of the Lord from Zion and the uttering of His voice from Jerusalem teach us several things about Him in this context:
- He has grievous distress for His church and people.
- He has an ardent zeal for protecting heaven and the church.
- He warns of coming vastations.
- He points to the drying up of our “Mount Carmel” and the effects this will have on our “vineyards.”

There are different ways to destroy true ideas and good loves. Verses 3-15 in this chapter describe the different ways that people do this.

Verses 3-5 are talking about people who pervert knowledges from the Word, knowledges which help us form true, useful doctrine. When people successfully corrupt knowledge from the Word, they also undermine the good that would come from that knowledge. But, these people will perish, spiritually.

Verses 6-8 describe people who apply the Word to create or reinforce heretical false ideas. That's not a good thing to do; they will perish, too.

Verses 9-10 address people who pervert knowledges [cognitiones] of good and truth, and thereby injure the external sense of the Word.

Verses 11-12 are about people who pervert the sense of the letter of the Word by falsity, by which doctrine perishes.

Finally, verses 13-15 describe people who falsify the truths of the sense of the letter of the Word: they do not resist in the day of combat, but destroy the truth of doctrine.

What are we to make of this? One take-away is that the Lord loves us, and wants to protect us. Another is that he wants us to carefully read the Word and seek the truths in it - those in the literal sense, and those in the internal sense. From these we should form sound doctrine, and develop good loves that can be built on true ideas.

See Arcana Coelestia 2606, 10325, and The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 201 for further reading.

From Swedenborg's Works

Main explanations:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 2606, 10325

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 201


Other references to this chapter:

De hemelse Verborgenheden die in de Heilige Schrift of het Woord van de Heer 367, 1197, 3995, 4171, 6419, 6804, 9340, ...

Apocalypse Revealed 343, 612


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 419, 532, 601, 746, 817, 850

Scriptural Confirmations 9, 75

Other New Christian Commentary

  Stories and their meanings:



Hop to Similar Bible Verses

Genesis 27:41, 36:33

Exodus 3:1

Numeri 20:20

I Samuël 6:17

II Samuël 12:31, 14:2

2 Kings 8:12, 14:23, 28, 15:16, 16:9

2 Chronicles 20:10, 11, 21:16, 17, 26:1

Psalm 29:4

Jesaja 8:4, 17:1, 21:11, 23:1, 33:9, 34:5

Jeremia 25:30, 28:8, 47:1, 49:1, 7, 23

Ezechiël 21:25, 25:1, 12, 15, 26:1, 27:1, 27, 28:1, 30:17, 35:1

Hosea 1:1, 10:8, 14:1

Amos 2:2, 5, 3:8, 9, 5:5, 7:14, 9:7

Obadiah 1:1

Zefanja 2:4, 8

Zacharia 9:1, 2, 3, 5, 14:5

Maleachi 1:4

Word/Phrase Explanations

koning
The human mind is composed of two parts, a will and an understanding, a seat of loves and affections, and a seat of wisdom and...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

treuren
In a general sense, mourning in the Bible represents a state of grief over the lack of desires for good and true ideas about life....

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

Filistijnen
The Philistines play a large role in the Bible as one of the longest-standing and most bitter rivals of the people of Israel, clashing with...

toorn
'Toorn', zoals in Genesis 49: 7, betekent afkeer van de waarheid. 'Grote toorn', zoals in Openbaring 00:12, betekent haat tegen de nieuwe kerk.

Rabba
'The sons of Rabbah' signify the affections of truth in the natural self.


Translate: